Ja, tweelingen die niet op elkaar lijken bestaan zeker, zoals twee-eiige tweelingen en soms zelfs eeneiige tweelingen door kleine verschillen. Twee-eiige tweelingen verschillen van elkaar doordat ze ontstaan uit losse eicellen.
Eeneiige tweelingen zijn genetisch gezien precies hetzelfde. 99 procent van hun DNA is gelijk. Eeneiige tweelingen lijken niet alleen in het uiterlijk op elkaar. Ze delen ook veel psychische eigenschappen.
Twee-eiige tweelingen ontstaan uit twee aparte eicellen en twee aparte zaadcellen. Ze delen ongeveer de helft van hun genen, net als alle andere broers en zussen. Ze kunnen van verschillend geslacht zijn en hoeven niet per se meer op elkaar te lijken dan broers of zussen die op verschillende tijdstippen geboren zijn.
Twee-eiige tweelingen
Twee-eiige (of dizygote) tweelingen ontstaan uit de bevruchting van twee verschillende eicellen door twee verschillende zaadcellen. Die kinderen delen evenveel genetisch materiaal als gewone broers en zussen. Ze kunnen van hetzelfde of verschillend geslacht zijn.
Omdat twee-eiige tweelingen het resultaat zijn van verschillende eicellen en verschillende zaadcellen, delen ze hetzelfde percentage chromosomen als alle andere broers en zussen. Het National Human Genome Research Institute zegt dat dit ongeveer 50 procent is. Daarom lijken ze niet precies op elkaar en kunnen ze bij de geboorte een verschillend geslacht toegewezen krijgen.
Twee-eiige of 'dizygote' tweelingen
Twee afzonderlijke eicellen worden bevrucht door twee afzonderlijke zaadcellen, wat resulteert in een twee-eiige tweeling. Deze baby's zullen niet meer op elkaar lijken dan broers en zussen die op verschillende tijdstippen geboren zijn.
Eeneiige tweelingen hebben hetzelfde geslacht en ze lijken precies op elkaar. Ze hebben (in principe) hetzelfde DNA. Dan heb je nog de twee-eiige tweeling. Die ontstaat als twee eicellen door twee zaadcellen bevrucht zijn.
Eeneiige tweeling: afkomstig uit dezelfde eicel en zaadcel. Ze zijn altijd van hetzelfde geslacht en lijken qua uiterlijk erg op elkaar. Twee-eiige tweeling: twee eicellen worden bevrucht met twee zaadcellen. Het geslacht kan hetzelfde zijn of verschillen.
Normaal verschillen eeneiige tweelingen hooguit 7 IQ-punten van elkaar, dus de lagere intelligentie moet te wijten zijn aan het verschil in opvoeding en omgeving.
Eeneiige tweelingen zijn meestal genetisch identiek. Ze kunnen van elkaar worden onderscheiden doordat ze verschillende vingerafdrukken kunnen hebben en er is vaak sprake van een 'spiegel'-verschijnsel, waarbij de een linkshandig kan zijn en de ander rechtshandig, of de kruin aan de tegenovergestelde kant kan zitten.
Genesis 25:23
23 De HEER zei tegen haar: ‘Twee volken zijn in uw schoot, en uit u zullen twee volken voortkomen; het ene volk zal sterker zijn dan het andere, en het oudere volk zal het jongere dienen.’
Een tweeling met verschillende vaders is inderdaad zeldzaam en wordt in de medische wereld 'superfecundatie' genoemd. Dat houdt in dat twee of meer eicellen in dezelfde ovulatieperiode worden bevrucht op verschillende momenten. Daardoor kan een tweeling dus ook verschillende vaders hebben.
Zelfs eeneiige tweelingen vertonen vaak kleine verschillen, zoals eigenwijze haartjes in de haargrens, vingerafdrukken of moedervlekken. Deze verschillen kunnen het gevolg zijn van hun positie in de baarmoeder of van ervaringen na de geboorte.
'Bij een eeneiige tweeling is de geaardheid meestal hetzelfde, maar zeker niet altijd', weet Dick Swaab, die aan de Universiteit van Amsterdam onderzoek doet naar het verband tussen hersenenontwikkeling en gedrag. Wetenschappers zijn er nog niet uit wat sommige mensen homoseksueel maakt en anderen niet.
De taalontwikkeling bij tweelingen is veel en vaak onderzocht omdat onderzoekers wilden weten of tweelingen een soort geheimtaal gebruikten. Bij 40% van de tweelingen is er sprake van een eigen taal, genaamd cryptophasia of idioglossia. De taalontwikkeling bij tweelingen blijkt ook anders te verlopen dan bij eenlingen.
De twee-eiige tweeling is erfelijk. Dit komt doordat de aanleg om bij een eisprong soms twee (of meer) eitjes tegelijk vrij te laten (hyperovulatie) erfelijk is. Deze erfelijke aanleg loopt via de moeder. Eeneiige tweelingen zijn daarentegen een toevalstreffer en niet erfelijk.
Een eeneiige tweeling deelt vrijwel exact dezelfde genen, maar kan toch verschillen in uiterlijk en gedrag door omgevingsfactoren, epigenetica en kleine DNA-mutaties.
Omdat eeneiige tweelingen afkomstig zijn van dezelfde eicel en zaadcel, hebben ze hetzelfde geslacht en vrijwel exact hetzelfde DNA. Ze zien er bijna identiek uit, hoewel er kleine verschillen in uiterlijk kunnen zijn, zoals verschillen in gewicht of moedervlekken. Eeneiige tweelingen hebben ook verschillende vingerafdrukken.
Bij ongeveer 21% van de eeneiige (monozygote of MZ) tweelingen is de ene tweeling rechtshandig en de andere linkshandig of ambidextrous. Omdat eeneiige tweelingen dezelfde genen delen, is dit bewijs dat handvoorkeur niet volledig genetisch bepaald is.
Eeneiige tweelingen delen hetzelfde genoom en zijn bijna altijd van hetzelfde geslacht. Twee-eiige (dizygote) tweelingen daarentegen ontstaan door de bevruchting van twee aparte eicellen met twee verschillende zaadcellen tijdens dezelfde zwangerschap. Net als de meeste andere broers en zussen delen twee-eiige tweelingen de helft van hun genoom.
Een eeneiige tweeling ontstaat uit één bevruchte eicel die zich na de bevruchting deelt. De belangrijkste kenmerken zijn dat de kinderen hetzelfde DNA delen, altijd hetzelfde geslacht hebben en vaak erg op elkaar lijken.
Tweelingtransfusiesyndroom (TTS) Het tweelingtransfusiesyndroom (TTS) kan optreden bij een eeneiige tweelingzwangerschap, als beide foetussen een placenta delen. Normaal stroomt er via de placenta bloed van de ene foetus naar de andere en weer terug. Bij TTS raakt dit evenwicht verstoord.
Een tweeling DNA-test geeft duidelijkheid of de meerling ééneiig of twee-eiig is. Voor veel ouders is het van belang om te weten of hun meerling eeneiig is of twee-eiig. Niet alleen om alle vragen van familie, vrienden en onbekenden te beantwoorden, maar ook om te weten of er sprake kan zijn van erfelijke aandoeningen.
Bij een bepaalde zwangerschap wordt de kans op het krijgen van een twee-eiige tweeling alleen bepaald door de genen van de moeder, niet door die van de vader. Een twee-eiige tweeling ontstaat wanneer twee eicellen tegelijk worden bevrucht in plaats van slechts één.
Aan het eind van de zwangerschap liggen de meeste tweelingen met het hoofdje naar beneden (vertex), maar er is een kans dat ze met de voetjes of billen eerst liggen (stuitligging) of dwars (dwarsligging). Meestal is een vaginale bevalling mogelijk als de baby's in vertexligging liggen. Andere liggingen verhogen het risico op een keizersnede.