De centrale boodschap van Ezechiël 39 is de definitieve overwinning van God over het kwaad (gesymboliseerd door Gog), het herstel van Israël en de eer van Gods heilige naam.
Mensenkind, profeteer tegen Gog, zeg: “Dit zegt God, de HEER: Ik keer me tegen je, Gog, oppervorst van Mesech en Tubal. Ik kom je halen, Ik sleep je mee, Ik laat je uit het uiterste noorden komen en breng je naar de bergen van Israël. Daar sla Ik je boog uit je linkerhand en je pijlen uit je rechterhand.
In de Bijbel zijn Gog en Magog symbolen voor het ultieme kwaad en vijanden van God. Ze worden genoemd in twee belangrijke Bijbelboeken en staan symbool voor de eindstrijd tussen goed en kwaad.
Psalm 39 is een persoonlijk klaag- en wijsheidslied van koning David over de kortheid van het leven, de pijn van het zwijgen en het vinden van hoop bij God.
De Bijbel is er duidelijk over dat Israël in de eindtijd (weer) op de wereldkaart zal staan en dat Jeruzalem een struikelblok voor de wereld zal worden (Zacharia 12:2-3). Daarna zal het gelovig overblijfsel in Israël hun Messias met grote macht en heerlijkheid zien wederkomen (Mattheüs 24:30).
Wij bevestigen dat God Zijn beloften aan Israël zal nakomen, dat op een dag ‘heel Israël gered zal worden’ door zich tot Jezus te wenden, en dat de Messias Jezus zal terugkeren om Zijn koninkrijk te vestigen voor Israël en alle volken van de wereld met zegeningen voor allen (Jesaja 2:1-4, 11:6-12; Romeinen 11:11-15, 25-29; Matteüs 23:37-39).
De christelijke Bijbel noemt in Matteüs 24 verschillende tekenen die voorafgaan aan de wederkomst van Jezus, waaronder valse profeten, oorlogen en hongersnoden. Hoewel de Bijbel geen vaste lijst van exact zeven unieke eindtijdtekenen geeft, worden in de christelijke traditie en profetische uitleg vaak deze zeven kenmerkende tekenen onderscheiden.
De "vloek van 39" is het geloof dat het getal 39 vervloekt is en naar verluidt verband houdt met prostitutie. In de Bijbel worden de woorden "kwaad" en "onreinheid" negenendertig keer genoemd.
8 En nu, wat verwacht ik, o HEERE! Mijn hoop, die is op U. 9 Verlos mij van al mijn overtredingen; en stel mij niet tot een smaad des dwazen. 10 Ik ben verstomd, ik zal mijn mond niet opendoen, want Gij hebt het gedaan.
Een psalm van David. Ik zei: “ Ik zal mijn wegen bewaken, opdat ik niet zondig met mijn tong; ik zal mijn mond bedwingen met een muilkorf, terwijl de goddelozen voor mij staan.” Ik zweeg, ik hield mijn mond stil, zelfs tegenover het goede; en mijn verdriet werd opgewekt. Mijn hart brandde in mij; terwijl ik peinsde, brandde het vuur.
De Bijbel beschrijft een coalitie van naties onder leiding van Gog (uit het land Magog, oftewel Rusland) die tegen Israël zullen optrekken. Deze naties omvatten: Rusland (Magog, Rosh) en Turkije (Meshech, Tubal, Beth Togarmah).
Land van Magog.
Het gebied van Gog is het land van Magog (Eze 38:2). Dat land ligt, van Israël uit gezien, aan “de zijden van het noorden” (Eze. 38:15; 39:2). De NBG51-vertaling heeft "verre noorden"; de NBV'04-vertaling heeft "uiterste noorden".
Maar God en Jezus zijn ook afzonderlijke wezens, in die zin dat Jezus de Zoon is en God de Vader. Als personen van de Drie-eenheid zijn ze gescheiden, maar door de Heilige Geest zijn ze verenigd en van elkaar afhankelijk.
Dit hoofdstuk beschrijft de nederlaag van de Antichrist en zijn legers bij Armageddon, en het herstel van Israël aan het begin van het Millennium. Israël en de naties leren Jezus kennen als Heer, en God stort zijn Geest uit over het volk Israël.
Gog en Magog zijn profetische figuren uit de Bijbel, die de vijanden van God en zijn volk in de eindtijd voorstellen. Ze worden genoemd in het Oud Testamentische boek Ezechiël en het Nieuw Testamentische boek Openbaring.
Ezechiël 38 en 39 beschrijven Armageddon. Ze zeggen: "Welnu, als dat zo is, dan zou je zeven jaar na het begin van het millennium nog steeds wapens verbranden." Maar zelfs vanaf dat moment, halverwege de Grote Verdrukking, zul je nog drieënhalf jaar lang wapens verbranden.
De bekende volkswijsheid is dat de zin "Wees niet bang" (of varianten zoals "Vrees niet") 365 keer in de Bijbel staat – één keer voor elke dag van het jaar.
De zeven boetepsalmen zijn Psalm 6, 32, 38, 51, 102, 130 en 143. Dit is een bekende en oude groep liederen uit de Bijbel.
Dat is een prachtige en bekende uitspraak! Het is het begin van vers 4 uit Psalm 27. Het volledige citaat in de Statenvertaling luidt:
Het is een perfect totient getal. 39 is het kleinste natuurlijke getal dat drie partities heeft die alle drie hetzelfde product opleveren wanneer ze met elkaar worden vermenigvuldigd: {25, 8, 6}, {24, 10, 5}, {20, 15, 4}. 39 is een Perrin-getal, na 17, 22, 29 (het is de som van de eerste twee).
Engelengetal 39 is een krachtig spiritueel teken dat symbool staat voor het afronden van een levensfase en het omarmen van je hogere levensdoel. Het moedigt je aan om creativiteit en compassie in te zetten om anderen te helpen, en verzekert je dat je beschermengelen je ondersteunen bij deze positieve overgang.
De striemen die Jesaja noemt, zijn de vreselijke zweepslagen die Jezus met de Romeinse zwepen op zijn rug kreeg. Negenendertig striemen waren de traditionele straf voor een veroordeelde gevangene. Volgens de Schrift waren deze striemen op Christus bedoeld voor onze genezing (1 Petrus 2:2).
Volgens de Bijbel (vooral in Mattheüs 24) zijn de belangrijkste tekenen van de terugkomst van Jezus Christus: oorlogen en geruchten van oorlogen, hongersnoden en aardbevingen, valse profeten, en de wereldwijde verspreiding van het evangelie.
Het teken van verwoesting
Naast de misleiding en twisten van de laatste dagen waarschuwde Jezus ook voor ‘hongersnoden, pest en aardbevingen op verschillende plaatsen’ (Matteüs 24:7). We leven in een tijd waarin we de televisie nauwelijks kunnen aanzetten zonder iemand te zien die geld probeert in te zamelen om de hongerigen te voeden.
De Bijbel noemt het tijdstip 3 uur 's nachts nergens specifiek [5.4]. Het idee dat 3 uur 's nachts een speciaal, duivels 'heksenuur' is, komt niet uit de Bijbel, maar is later bedacht als tegenhanger van 3 uur 's middags (het vermoedelijke sterkuur van Jezus) [5.4].