In Openbaring 7 is de grote menigte een ontelbare groep gererede mensen uit alle volken en landen die de grote verdrukking hebben doorstaan.
De ontelbare menigte (7:9-10) Johannes ziet een grote menigte, zo groot dat niemand ze kan tellen. Ze komen uit alle volken, culturen en talen en staan voor de troon en voor het Lam. Bovendien is de grote menigte gekleed in witte gewaden en hebben ze palmtakken in hun handen.
De stam Dan wordt niet genoemd. Waarom dat zo is, wordt niet vermeld. Het kan zijn dat de reden is dat Dan de afgoderij in Israël heeft ingevoerd (Ri 18:22-31). Dat betekent niet dat Dan zijn plaats in het land verliest, want hij zal zijn erfdeel in het vrederijk hebben (Ez 48:1-2).
Openbaring 7 is een troostvol tussenhoofdstuk te midden van de oordelen uit Openbaring 6. Het toont de verzegeling en bescherming van gelovigen uit Israël (de 144.000) en de uiteindelijke triomf van een ontelbare schare uit alle volken voor de troon van God.
De 144.000 is het symbolische, theologische beeld van het complete volk van God, dat Hij volkomen kent en telt. De grote menigte is het ervaringsgerichte, zichtbare beeld: een ontelbare schare uit alle hoeken van de aarde. Met andere woorden, het getal dat 'geteld' wordt, blijkt een getal te zijn dat niet geteld kan worden.
De grote menigte bestaat dus uit hen die trouw hebben volhard tijdens de grote verdrukking (de verwoesting van Jeruzalem/Israël en de gevolgen daarvan voor de hele wereld) en die nu gestorven zijn, hetzij door martelaarschap, hetzij door trouw te blijven tot en met de dood.
In het eerste de verlosten op aarde en in het tweede de geredden in de hemel. Zo zien wij dat de 144.000 uit alle stammen van Israël komen en eerstelingen worden genoemd (Openbaring 14:4). Zij zijn namelijk een voorschot op 'gans Israël' dat behouden zal worden (Romeinen 11:26).
Inleiding tot Openbaring Hoofdstuk 7
Het introduceert twee hoofdthema's: de verzegeling van Gods dienaren (de 144.000 uit de stammen van Israël) en het visioen van een grote menigte uit elke natie, stam, volk en taal, die voor de troon van God en het Lam staat om Hem te aanbidden en te prijzen.
De 144.000 uitverkorenen is een symbolisch of letterlijk getal uit het Bijbelboek Openbaring. Het staat voor een groep gelovigen die volgens de Schrift in de eindtijd worden verzegeld en beschermd. De interpretatie van dit getal verschilt sterk tussen diverse stromingen binnen het christendom:
De betekenis van het getal 7 in de Bijbel
Het symboliseert de voltooiing van Gods werk en de rust die Hij ons schenkt. "Zeven is het getal van de rust. In de Bijbel wordt het getal zeven vaak gebruikt voor de dingen die heilig zijn.
Ten eerste is het de enige lijst van de stammen van Israël in de Schrift die Dan uitsluit. Ten tweede is het de enige lijst die Jozef in plaats van slechts één van zijn zonen opneemt, in plaats van beide. Jozef en Manasse verschijnen namelijk wel in de lijst van Openbaring 7, maar Efraïm niet.
Jezus sprak Aramees omdat dit de gewone spreektaal en omgangstaal was van het Joodse volk in Galilea en Judea in de eerste eeuw. Het was destijds de algemene dagelijkse taal in het Midden-Oosten, die mensen thuis en op straat gebruikten.
7 staat bij de Joden voor volmaaktheid. De week heeft bijvoorbeeld zeven dagen en elke zeven jaar moet je een 'sabbatical' houden. 6 is bijna 7, maar net niet: imperfectie dus. In 6 dagen werd de wereld gemaakt, maar daarna rustte God pas, en die rust mist dat getal.
Openbaring 7:9-10 : Bidt voor de verspreiding van het evangelie.
De dag waarop al deze verschillende stammen en talen U tot in eeuwigheid zullen verheerlijken. Daarom bidden wij: God, gebruik ons leven, onze families, onze kerken om die dag te bewerkstelligen. God, wij bidden: gebruik ons voor de verspreiding van het evangelie naar elke natie, stam, taal, volk.
Openbaring 7:14-17 NLT (Nieuwe Levende Vertaling)
Zij hebben hun gewaden gewassen in het bloed van het Lam en wit gemaakt. Daarom staan zij voor de troon van God en dienen Hem dag en nacht in zijn tempel. En Hij die op de troon zit, zal hun beschutting bieden.
De "naties" bestaan uit geredde mensen die het duizendjarig rijk overleven zonder te sterven en zonder zich aan te sluiten bij Satans rebellie, en die een of andere transformatie ondergaan die hen geschikt maakt voor het leven in de eeuwige staat. Zij zullen zijn zoals Adam en Eva in de Hof van Eden vóór de zondeval (vgl. Govett, Seiss).
De 144.000 onderscheiden zich van alle anderen die vóór de wederkomst van Christus op aarde leven door het zegel van de levende God op hun voorhoofd. Dit onderscheidende teken wordt de ‘naam van de Vader’ genoemd. (Zie Openbaring 14:1) Ezechiël kreeg kennelijk hetzelfde zegel te zien en spreekt erover als een ‘teken’ op het voorhoofd.
In het Bijbelboek Openbaring staan de zeven zegels voor de goddelijke onthulling van de eindtijd en Gods oordeel over de wereld. De zegels sluiten een hemelse boekrol, die alleen door Jezus Christus (het Lam) geopend mag worden.
God zal dat allemaal regelen. De Bijbel geeft aan dat 144.000 mensen zullen worden opgewekt tot hemels leven. (Openbaring 7:4) In de visie die in Openbaring 14:1-3 wordt opgetekend, zag de apostel Johannes "het Lam staan op de berg Sion, en met Hem 144.000." In deze visie vertegenwoordigt "het Lam" de opgewekte Jezus.
Hij zal haar beschermen, zowel de 144.000 verloste Israëlieten door hen te verzegelen (Openbaring 7:1-4) als de heidense gemeente (Openbaring 7:9-14) door hen uit de grote verdrukking te leiden en in Zijn aanwezigheid in de hemel te brengen. Deze tweede handeling is het Bijbelse idee van de opname.
Contextsamenvatting
Openbaring 7:5-8 noemt de stammen waartoe de 144.000 geredde Joden behoren. Zij zijn de eerstelingen van alle Joden die tijdens de verdrukking in Jezus als hun Messias zullen geloven. Elke stam die in dit gedeelte wordt genoemd, omvat 12.000 verzegelde gelovigen.
Dit vers vertelt ons wat de leden van de hemelse schare zeiden toen ze God aanbaden. Ze zeiden "Amen!" en schreven God "Zegen en glorie en wijsheid en dankzegging en eer en macht … tot in eeuwigheid!" toe. Deze lofprijzing eindigde met nog een "Amen", wat "zo zij het" betekent.
Bijzonder is dat ook het getal 144 iets met twaalf te maken heeft: 144 is immers 12×12. Dus als er in Openbaring 7:4-8 en Openbaring 14:1-5 over 144.000 mensen met Gods zegel gesproken wordt, kan het niet completer.
De stammen zijn volgens de symbolische duiding figuurlijke stammen. Het getal 144.000 staat voor een groot en volkomen aantal Israëlieten die geroepen en afgezonderd worden door God.
Openbaring 14:14-20 - De oogst. Na de oordeelsprediking van de drie engelen (waarin ook een laatste oproep tot bekering klonk), beschrijft Johannes het derde visioen van hoofdstuk 14. Daarin zag hij twee openbaringen, namelijk een tarweoogst en een wijnoogst (vers 14-20).