Ja, je kunt recht hebben op leefloon met spaargeld, maar het OCMW beschouwt dit als vermogen en zal de hoogte ervan onderzoeken. Er is geen strikt verbod op spaargeld, maar bedragen boven een bepaalde grens (vaak rond € 6.200, afhankelijk van de situatie) kunnen leiden tot een vermindering van het leefloon, waarbij rentes als inkomen tellen.
als je totale spaargeld niet meer is dan € 6200, wordt het buiten beschouwing gelaten; als je spaargeld tussen € 6200 en € 12.500 ligt, wordt 6% van het bedrag in deze schijf in aanmerking genomen; bij spaargeld boven de € 12.500 wordt 10% van het bedrag boven deze limiet in aanmerking genomen.
Zelfs wanneer je een inkomen of eigendom hebt, kan je nog recht hebben op een leefloon. Kom jij niet rond met jouw bestaansmiddelen, dan is het aangeraden om een afspraak te maken op het OCMW.
Heb je een inkomen (zoals loon, uitkering, pensioen of onderhoudsgeld)? Dan heb je geen recht op een leefloon. Is je inkomen lager dan het leefloon? Dan kan je een aanvraag doen voor financiële hulp.
Voorwaarden
Vanaf 1 maart 2026 moet de sociale dienst bij de berekening van het leefloon meer bestaansmiddelen meenemen als je samenwoont met andere volwassenen. Het gaat om een beslissing van de hogere overheid, vastgelegd in een aangepast koninklijk besluit.
De hoogte van uw spaargeld is bepalend voor zowel uw recht op als de hoogte van de uitkering. Uitkeringen zoals het staatspensioen, de zorgtoeslag en de persoonlijke onafhankelijkheidsuitkering zijn niet inkomensafhankelijk, dus spaargeld en inkomen spelen hierbij geen rol.
Socio-professionele integratie vrijstelling (SPI-vrijstelling) uit de leefloonwet: Algemene SPI-vrijstelling: 315,67 euro per maand. SPI-vrijstelling student: 315,67 euro per maand. SPI-vrijstelling knelpuntberoepen: 452,39 euro per maand.
Het OCMW mag niet systematisch rekeninguittreksels opvragen.
Het OCMW kan zich hiervoor baseren op loonfiches, rekeninguittreksels, contracten, attesten en de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (KSZ).
Dat betekent niet dat je geen recht hebt op leefloon. Ook als je eigenaar bent van een huis of een appartement kan je leefloon krijgen als je aan de andere voorwaarden voldoet. Het OCMW kan je dus niet verplichten om je huis te verkopen voordat je hulp kan krijgen.
Zolang je je stortingen hebt gespreid zodat je in één belastingjaar niet meer dan £20.000 hebt ingelegd, is er geen reden waarom je niet meer dan £20.000 op een ISA-rekening zou kunnen hebben staan.
We geven de informatie over je fiscale woonland, geboorteland en geboorteplaats door aan de Belastingdienst. We doen dit alleen als het fiscaal woonland dat je hebt opgegeven een land is waarmee Nederland afspraken heeft gemaakt.
Controleren doet UWV op verschillende manieren, zowel binnen als buiten Nederland. Ze vergelijken bijvoorbeeld de gegevens die ze van u hebben met die van de Belastingdienst of de gemeente. Daarnaast controleren ze ook telefonisch. Het kan ook zijn dat er een inspecteur uw werkplek bezoekt of bij u thuis komt.
Als uw vermogen minder dan £6.000 bedraagt, komt u in aanmerking voor de volledige uitkering . Heeft u tussen de £6.000 en £16.000, dan ontvangt u een lager bedrag. Bent u (en uw partner) ouder dan de wettelijke pensioenleeftijd, dan is de minimale vermogensgrens £10.000.
Voor de berekening van de uitkering beschouwen we de meeste spaargelden, beleggingen en bezittingen van u en uw partner als 'kapitaal' . Voorbeelden van de meest waarschijnlijke bronnen zijn: spaargeld, betaalrekeningen - zelfs als u deze alleen gebruikt om stortingen te ontvangen, zoals salaris, pensioen of om rekeningen te betalen.
Leefloon
Eerst en vooral: een leefloon is iets anders dan een werkloosheidsuitkering. Je kan dus wél recht hebben op een werkloosheidsuitkering, maar géén recht op een leefloon. De regels voor een leefloon zijn strenger. Het OCMW kijkt bijvoorbeeld naar waar je écht woont, niet alleen waar je officieel bent ingeschreven.