Spreuken 24:16 betekent dat een goed mens vaker tegenslagen kan krijgen, maar altijd weer opstaat, terwijl slechte mensen door problemen definitief ten onder gaan. Het cijfer zeven staat hier voor 'vaak' of 'vele keren', en 'vallen' gaat over moeilijke tijden en problemen, niet over zondigen.
Het gaat om de erkenning van God in het uitvoeren van de plannen die een mens maakt. Het is een algemene spreuk die opgaat voor ieder mens, gelovig en ongelovig. Een ongelovige erkent God niet en betrekt Hem niet bij zijn plannen en de uitvoering ervan.
Die tot den goddeloze zegt: Gij zijt rechtvaardig; dien zullen de volken vervloeken, de natiën zullen hem gram zijn. 25Maar voor degenen, die hem bestraffen, zal liefelijkheid zijn; en de zegen des goeds zal op hen komen. 26Men zal de lippen kussen desgenen, die rechte woorden antwoordt.
16 Het graf, de gesloten baarmoeder, de aarde, die van water niet verzadigd wordt, en het vuur zegt niet: Het is genoeg! 17 Het oog, dat den vader bespot, of de gehoorzaamheid der moeder veracht, dat zullen de raven der beek uitpikken, en des arends jongen zullen het eten.
Een mens kiest in eigen ogen steeds de juiste weg, de HEER toetst wat hem ten diepste beweegt. Vertrouw bij je werk op de HEER, en je plannen zullen slagen.
De Heer is soeverein; Hij heeft een doel met alles wat Hij geschapen heeft. God verafschuwt arrogantie – geestelijke trots die iemand ertoe brengt God te verwerpen – maar is blij wanneer iemand zich afkeert van het kwaad. Goddelijke wijsheid is beter dan welke materiële rijkdom ook (Spreuken 16:1-9). Salomo geeft vervolgens verschillende perspectieven op koningen en heersers.
23 Als je een wijs hart hebt, zegt je mond wijze dingen. Je zal steeds goede raad weten te geven. en als medicijn voor het lichaam.
Spreuken 24:16 BB (BasisBijbel, de bijbel in makkelijk Nederlands) Want elke keer als hij ten val gebracht wordt, staat hij ook weer op. Maar slechte mensen vallen als er moeilijkheden komen, en komen nooit meer overeind.
Dit spreekwoord laat zien dat het zijn van een metaforische "bloedzuiger" iemand niet tevreden maakt. Het leidt alleen maar tot grotere eisen. Het woord dat hier herhaald wordt voor "geven" staat in de gebiedende wijs. Het is bedoeld als een eis of een bevel. "Geef me meer, geef me nog meer" is waar een hebzuchtige houding toe leidt.
Spreuken 10 vers 22 benadrukt dat ware rijkdom en voorspoed niet enkel het resultaat zijn van hard zwoegen, maar een geschenk van God. Zijn zegen brengt overvloed en voegt daar geen zorgen, verdriet of spijt aan toe.
Spreuken 24
Spreuken 24:26 – Wie een eerlijk antwoord geeft, krijgt een kus op de lippen. De Nieuwe Engelse Bijbel vertaalt dit als: " Een rechtstreeks antwoord is net zo goed als een vriendschapskus." In onze samenleving duidt een kus op genegenheid, vaak seksuele genegenheid. Maar in veel samenlevingen staat een kus symbool voor trouw of vriendschap, zonder erotische betekenis.
Met wijsheid opent zij haar mond, vriendelijke onderwijzing ligt op haar tong.
Het getal 16 is het getal van reiniging. De woorden verzoenen, reinigen en heiligen komen negentien keer voor in dit hoofdstuk. Het werkwoord kappar, verzoenen, komt 16 keer voor in Leviticus 16! God kent niet alleen alle sterren bij naam, Hij weet ook alle letters en woorden van de Bijbel en hun frequentie!
Auteurschap. Het Bijbelboek Spreuken wordt traditioneel toegeschreven aan de hand van koning Salomo. Sommige tradities beweren zelfs dat ook de boeken Hooglied en Prediker door de zoon van David geschreven zijn. Over de daadwerkelijke auteur van de genoemde Bijbelboeken is evenwel vrij weing met zekerheid te zeggen.
Spreuken 16:3 betekent dat je al je werk en plannen aan God moet geven, zodat Hij je helpt om het goede te doen. De tekst luidt: "Vertrouw bij je werk op de HEER, en je plannen zullen slagen".
Spreuken 10:14 STV (Statenvertaling (Importantia edition))
De wijzen leggen wetenschap weg; maar den mond des dwazen is de verstoring nabij.
11 Die de reinheid des harten liefheeft, wiens lippen aangenaam zijn, diens vriend is de koning. 12 De ogen des HEEREN bewaren de wetenschap; maar de zaken des trouwelozen zal Hij omkeren. 13 De luiaard zegt: Er is een leeuw buiten; ik mocht op het midden der straten gedood worden!
2 Verdorven rijkdom heeft geen blijvende waarde, maar een rechtvaardig leven kan je leven redden. 3 De Heer laat de rechtvaardigen niet verhongeren, maar Hij weigert de begeerte van de goddelozen te stillen. 4 Luie mensen worden snel arm; harde werkers worden rijk. 5 Een wijze jongeman oogst in de zomer, maar wie slaapt tijdens de oogst, is een schande.
Deze zin is de kern van het gezegde. Het beeld dat wordt geschetst, is dat deze groep machtige mensen de armen en zwakken "verslinden" of "opeten". De werkelijke betekenis is dat ze hun macht gebruiken om de armen te "uitbuiten", te "onderdrukken", "misbruiken" en "wreed te behandelen".
Alle vier de kwesties (Spreuken 30:22-23) hebben te maken met instabiliteit die ontstaat doordat iets uit zijn 'juiste' plaats wordt gehaald. De implicatie is niet dat de personen – een slaaf, een dwaas, een onbeminde vrouw en een dienstmeisje – voorbestemd zijn voor hun rol en die nooit zouden moeten verbeteren.
Het spreekwoord stelt in feite dat, zodra een vogel is weggevlogen en een slang over een rots is gekropen, er geen manier meer is om ze te volgen, omdat ze niets achterlaten. Hetzelfde geldt voor een schip. Zodra het kielwater is verdwenen, is er geen manier meer om het te traceren. De clou van het spreekwoord van vandaag is de manier waarop een man met een meisje omgaat – of maagd is.
Spreuken 24:16 zegt ons niet dat we maar één keer zullen vallen. Het getal zeven spreekt over een leven vol beproevingen, verleidingen, mislukkingen en lessen. Christus volgen betekent niet dat je nooit zult vallen. Het betekent dat God je elke keer dat je valt de genade geeft om weer op te staan, te groeien en met Hem te blijven wandelen.
Dit specifieke vers spreekt over rechtvaardigen die in zonde vallen. Als ze zondigen, zullen ze weer opstaan en de goede strijd van het geloof blijven strijden, omdat God hen daarbij helpt. Soms zondigt iemand vanwege een zwakte. Hij kan dezelfde fout steeds opnieuw maken.
Hier spreekt Salomo zijn vertrouwen uit dat godvrezende mensen zich kunnen herstellen van tegenslagen. Zij die kwaad doen, vallen wanneer ze door tegenspoed worden getroffen.