Jezus sprak in de Bijbel over woningen in de hemel als een troostrijke belofte voor zijn volgelingen. De bekendste uitspraken hierover staan in Johannes 14:2-3 (NBG51), waar Hij zegt:
Later zegt Jezus over zichzelf: 'De Mensenzoon heeft geen plaats om zijn hoofd neer te leggen' (Matteüs 8:20). In zijn bekende gelijkenis over het laatste oordeel noemt Jezus de zorg voor vreemdelingen als teken van echte barmhartigheid: 'Ik was een vreemdeling en jullie hebben mij onderdak gegeven' (Matteüs 25:35).
32 Maar Ik zeg u, dat zo wie zijn vrouw verlaten zal, anders dan uit oorzake van hoererij, die maakt, dat zij overspel doet; en zo wie de verlatene zal trouwen, die doet overspel. 33 Wederom hebt gij gehoord, dat van de ouden gezegd is: Gij zult den eed niet breken, maar gij zult den Heere uw eden houden.
5 Deze twaalf heeft Jezus uitgezonden, en hun bevel gegeven, zeggende: Gij zult niet heengaan op den weg der heidenen, en gij zult niet ingaan in enige stad der Samaritanen.
17 Jezus zeide tot haar: Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren tot Mijn Vader; maar ga heen tot Mijn broeders, en zeg hun: Ik vare op tot Mijn Vader en uw Vader, en tot Mijn God en uw God.
10 Jezus nu, dit horende, heeft Zich verwonderd, en zeide tot degenen, die Hem volgden: Voorwaar zeg Ik u, Ik heb zelfs in Israël zo groot een geloof niet gevonden.
5 En als Zijn discipelen op de andere zijde gekomen waren, hadden zij vergeten broden mede te nemen. 6 En Jezus zeide tot hen: Ziet toe, en wacht u van den zuurdesem der Farizeën en Sadduceën. 7 En zij overlegden bij zichzelven, zeggende: Het is omdat wij geen broden mede genomen hebben.
Als Jezus zijn gelijkenissen heeft uitgesproken, maakt hij een laatste vergelijking: 'Iedereen die leerling in het koninkrijk van de hemel is geworden, lijkt op een huismeester die uit zijn voorraadkamer nieuwe en oude dingen te voorschijn haalt' (13: 52). Het is een zin die me altijd heeft geïntrigeerd.
26 Jezus antwoordde hun en zeide: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: gij zoekt Mij, niet omdat gij tekenen gezien hebt, maar omdat gij van de broden gegeten hebt, en verzadigd zijt.
12 Jezus dan sprak wederom tot henlieden, zeggende: Ik ben het licht der wereld; die Mij volgt, zal in de duisternis niet wandelen, maar zal het licht des levens hebben. 13 De Farizeën dan zeiden tot Hem: Gij getuigt van Uzelven; Uw getuigenis is niet waarachtig.
De Bijbel beschrijft de nacht als verdeeld in wachtperioden. Van middernacht tot 3 uur 's ochtends is de derde wacht. Van 3 uur 's ochtends tot 6 uur 's ochtends is de vierde. Het was gedurende deze tijd dat Jezus bad en zelfs over het water liep naar zijn discipelen toe .
Elke dag van het jaar zegt de Bijbel: 'Wees niet bang' Ruim 365 keer staat er bijna letterlijk in de Bijbel: 'Wees niet bang. ' Laat ons dit mantra herhalen voor onszelf en onze dierbaren.
Het patroon van het getal 444 komt tot uiting in het feit dat er 44 maanden en 4 dagen zitten tussen de doop van Jezus en de dag waarop God de Vader definitief bevestigde dat Christus de Uitverkorene was om op Pasen te sterven en zo onze verlossing mogelijk te maken !
Jezus zei tegen hem: "U zegt het zelf. Maar Ik zeg u, vanaf dit moment zult u de Mensenzoon zien zitten naast Degene die de macht heeft, en u zult Hem zien komen op de wolken."
We nemen ons kruis op ons wanneer we beslissingen nemen die op anderen gericht zijn . Dit kan betekenen dat we iemand in nood helpen, iemand in een crisis bijstaan met vriendelijke woorden, of gul zijn met de tijd die we aan God besteden.
27 Maar terstond sprak hen Jezus aan, zeggende: Zijt goedsmoeds, Ik ben het, vreest niet. 28 En Petrus antwoordde Hem, en zeide: Heere! indien Gij het zijt, zo gebied mij tot U te komen op het water.
28 En Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat gij, die Mij gevolgd zijt, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal gezeten zijn op den troon Zijner heerlijkheid, dat gij ook zult zitten op twaalf tronen, oordelende de twaalf geslachten Israëls.
Jezus zei: "Als je ziet dat iemand iets verkeerds tegen je doet, spreek daar dan streng met hem over. Als hij er spijt van heeft, vergeef het hem dan. Zelfs als hij zeven keer per dag iets verkeerds tegen je doet, en zeven keer bij je terug komt en zegt: 'Het spijt me,' dan moet je hem vergeven."
23 Jezus antwoordde hun: “Het uur is gekomen, dat de Mensenzoon verheerlijkt wordt. 24 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen: maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort.
In Johannes 14:27 zegt Jezus tegen zijn discipelen: Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan. Maak je niet ongerust en verlies de moed niet. Ik word altijd blij van de woorden: 'zoals de wereld die niet geven kan'.