Veel beroemde wetenschappers door de geschiedenis heen geloofden in God, zoals Isaac Newton, Johannes Kepler en Blaise Pascal. Zij zagen de wetten van de natuur niet als bewijs tegen een hoger doel, maar juist als het werk van een Schepper.
Veel bekende historische en hedendaagse wetenschappers geloofden of geloven in God, waaronder Isaac Newton, Francis Collins en Johannes Kepler. Zij zagen hun onderzoek vaak als een manier om de orde van de schepping te ontdekken.
Enkele van de grootste wetenschappers aller tijden, zoals Newton, Linaus, Mendle en Copernicus, zagen God als de almachtige kracht achter de natuurwetenschapper. De mannen die de wetenschappelijke methoden ontwikkelden, waren allemaal christenen en wisten dat methoden het bestaan van God niet konden bewijzen of weerleggen.
Albert Einstein: 'God dobbelt niet' 'God dobbelt niet', zei de briljante Albert Einstein over God. God had zeker een rol in de ontstaan van ons universum, want dat was er niet bij toeval. Albert Einstein (1879- 1955) is vooral bekend als een van de belangrijkste natuurkundigen uit de geschiedenis.
Nee, Einstein was niet gelovig in de traditionele zin. Hij geloofde niet in een persoonlijke God die zich bemoeit met menselijke levens of gebeden. Zelf noemde hij zich weleens een "diep religieuze ongelovige" en had hij grote bewondering voor de harmonie in de kosmos.
Albert Einstein heeft nooit een officiële IQ-test gedaan. Biografen en wetenschappers schatten zijn IQ achteraf meestal in tussen de 160 en 180.
“God dobbelt niet”, zei Einstein, geconfronteerd met de aanwijzingen dat in de wereld van het kleinste toeval een belangrijke rol speelt en niets volledig voorspelbaar is.
Einstein schreef in een handgeschreven brief van anderhalve pagina in het Duits aan filosoof Eric Gutkind, gedateerd Princeton, New Jersey, 3 januari 1954, anderhalf jaar voor zijn dood: "Het woord God is voor mij niets anders dan de uitdrukking en het product van menselijke zwakheden, de Bijbel een verzameling van ..."
Volgens Spinoza was God niet de schepper van de wereld, maar de wereld een onderdeel van het goddelijke. Wonderen zijn volgens Spinoza niet het bewijs van goddelijke macht, maar van menselijke onwetendheid. Spinoza vond dat de aanwezigheid van God niet bewezen wordt door wonderen, maar door de orde in de natuur.
Albert Einstein had geen officieel gediagnosticeerde stoornis, hoewel achteraf wel eens wordt gespeculeerd over het syndroom van Asperger (een vorm van autisme) of dyslexie. Historici en artsen benadrukken dat het onbetrouwbaar is om iemands gedrag na te vertellen en daar een moderne diagnose aan te hangen.
In een recent podcastinterview werd Elon Musk gevraagd naar zijn geloof in God. Zijn antwoord? "God is de Schepper." Toen er verder op werd doorgevraagd, verduidelijkte Musk: " Ik geloof dat dit universum ergens vandaan komt. Mensen hebben er verschillende benamingen voor." Dit lijkt misschien een kleine stap, maar het is een belangrijke.
Heisenberg, een vrome christen, schreef in zijn laatste brief aan Albert Einstein: "We kunnen onszelf troosten met de gedachte dat de goede Heer God de positie van de [subatomaire] deeltjes zou kennen, en dat Hij er daarom voor zou zorgen dat het causaliteitsprincipe geldig zou blijven."
Hoewel veel natuurkundigen, astronomen en kosmologen niet in God geloven, zijn er ook veel die dat wel doen. Waarom die scherpe tweedeling – verdeeld zowel door wat ze geloven als door hoe ze hetzelfde bewijsmateriaal interpreteren? Een kosmos van orde of wanorde? Een kosmos die vriendelijk is voor het leven of juist vijandig?
Er is geen sluitend wetenschappelijk of filosofisch bewijs dat God niet bestaat. Omdat de meeste opvattingen over God verwijzen naar een entiteit of kracht buiten onze fysieke werkelijkheid, kan God niet direct in een laboratorium worden getest of weerlegd.
Sinds de opkomst van de moderne wetenschap en de kentheoretische bijdragen van de filosofie van Immanuel Kant wordt de these van het bestaan van God als een onbewijsbaar postulaat beschouwd. Volgens Immanuel Kant is het de moraaltheologie die God bewijst, in plaats van de zuivere rede.
'God is dood, en wij hebben hem vermoord', schreef Friedrich Nietzsche zo'n 140 jaar geleden.
Zonder de Geest van Christus zijn volgens Spinoza gerechtigheid en naastenliefde onmogelijk. In een brief aan ene Albert Burgh zegt hij: "Gerechtigheid en naastenliefde zijn de enige onfeilbare kenmerken van het ware geloof en de vrucht van de Heilige Geest. Waar deze gevonden worden, daar is Christus.
Bekende hedendaagse godsdienstfilosofen die het theïsme verdedigden, zijn onder anderen Alvin Plantinga, Yujin Nagasawa, John Hick, Richard Swinburne en William Lane Craig, terwijl filosofen die het atheïsme verdedigden onder anderen Graham Oppy, Quentin Smith, JL Mackie en JL Schellenberg waren.
Banvloek 1656
Op de handelsbeurs maakte hij kennis met vrijzinnige christenen. Zijn dissidente denkbeelden en ook het feit dat hij de schulden uit de erfenis van zijn vader († 1654) niet aanvaardde, leidden ertoe dat op 27 juli 1656 in de synagoge een banvloek over de 24-jarige Baruch werd uitgesproken.
William Thomson Kelvin (1824-1907)
Het is interessant dat zijn collega-fysici George Gabriel Stokes (1819-1903) en James Clerk Maxwell (1831-1879) ook mannen waren met een diep christelijk geloof, in een tijdperk waarin velen slechts in naam christelijk, apathisch of antichristelijk waren.
Albert Einstein heeft de speciale relativiteitstheorie, de algemene relativiteitstheorie en de beroemde formule E=mc² bedacht. Hiermee veranderde hij voorgoed hoe we denken over tijd, ruimte en zwaartekracht.
Einstein werd vooral bekend vanwege de twee relativiteitstheorieën: de speciale relativiteitstheorie van 1905 en de algemene relativiteitstheorie van 1915 en volgende jaren, die de speciale relativiteitstheorie uitbreidt door ook plaats in te ruimen voor de zwaartekracht.
Volgens Albert Einstein dobbelt God niet. Hiermee bedoelde hij dat God (of de natuur) geen dingen aan het toeval overlaat en dat alles in het heelal vaste wetten volgt.
Albert Einstein zei niet één vaste zin, maar hij stond bekend om wijze en grappige uitspraken. Bekende voorbeelden zijn: "Fantasie is belangrijker dan kennis", "Als je het niet simpel kunt uitleggen, snap je het zelf niet goed", en dat het leven lijkt op "fietsen om in evenwicht te blijven".
De correspondentie met Einstein wordt pas na haar overlijden gepubliceerd. Marić sterft in 1948 op 73-jarige leeftijd. Ze is dan allang niet meer getrouwd met Einstein. Het stel scheidde in 1919, waarna Einstein al snel hertrouwde met zijn nicht Elsa Löwenthal.