Een zonde is het ingaan tegen de wet of de wil van God, het missen van het morele doel, of een spijtige zaak in het dagelijks taalgebruik. Het omvat zowel de breuk in de relatie met een hogere macht als menselijk falen.
Het woord zonde heeft twee belangrijke betekenissen: een godsdienstige overtreding tegen Gods wil, en een spreekwoordelijke uiting van jammer of spijt.
De zeven hoofdzonden (ook wel de zeven zonden genoemd) zijn: hoogmoed, hebzucht en lust. Dit christelijke overzicht van menselijke ondeugden werd in de zesde eeuw vastgesteld door paus Gregorius de Grote.
Hoofondeugd/Hoofdeugd:
Volgens de Bijbel is zonde in de kern alles wat ingaat tegen Gods wil en Zijn liefdevolle karakter. Het is een breuk in de relatie met God en met andere mensen. In het Oude Testament en Nieuwe Testament betekent het woord letterlijk "het doel missen".
De Bijbel spreekt over overtreding, rebellie, afdwalen, struikelen, ongerechtigheid, ongehoorzaamheid en natuurlijk de term zonde zelf. De meest gebruikelijke manier waarop theologen naar zonde verwijzen, is als een schending van de wet – iets doen, denken of zeggen dat in strijd is met Gods heilige wet (1 Johannes 3:4).
43. Superbia, de Latijnse benaming voor hoogmoed of ijdelheid. Het wordt beschouwd als de ergste van de zeven zonden en eveneens de eerste: alle andere zonden komen uit superbia voort.
Volgens de standaardlijst van de katholieke kerk zijn de zeven hoofdzonden : hoogmoed, afgunst, woede, gulzigheid, wellust, luiheid en hebzucht.
In vers 7 zegt Paulus: Is de wet zonde? Volstrekt niet! Ja, ik zou de zonde niet hebben leren kennen dan door de wet. Ik zou immers ook niet geweten hebben dat begeerte zonde was, als de wet niet zei: U zult niet begeren.
In dit hoofdstuk worden ze beschreven als 'de zeven zonden van het geheugen': vergeten, onoplettendheid, blokkeren, misattributie, suggestibiliteit, bias en perseveratie.
In het christendom is zonde het doelbewust afwijken van Gods wil. Hoewel er geen eindeloze opsomming in de Bijbel staat, zijn alle zonden terug te voeren tot de bekendste lijst uit de katholieke traditie: de zeven hoofdzonden. Deze vormen de wortels van waaruit andere zonden ontstaan:
Zonde (Grieks: ἁμαρτία, hamartia, "het missen van het doel") is een centraal begrip in het christendom en kan zowel de onvolmaakte staat van de van God gescheiden mens aanduiden als een overtreding van Gods geboden en verboden.
De zeven zonden zijn al eeuwen oud, maar nog altijd hebben ze geen goede naam: ijdelheid, luiheid, hebzucht, wellust, jaloezie, gulzigheid en woede.
Volgens de Bijbel is de enige zonde die God niet vergeeft de lastering tegen de Heilige Geest (ook wel de onvergeeflijke of eeuwige zonde genoemd). In de christelijke theologie betekent dit dat iemand bewust, blijvend en met koppigheid de goedheid en de werking van God afwijst, waardoor vergeving niet mogelijk is omdat de persoon er zelf voor kiest om Gods genade niet te ontvangen.
Terwijl het natuurlijke verlangen in zichzelf geen zonde is maar een zegen die God heeft gegeven binnen het huwelijk, maakt de Bijbel duidelijk dat het volgen van dit verlangen buiten het huwelijk om, zonde is, zelfs als het alleen in het gedachteleven is.
Iedereen kent wel de 7 zonden – die ook wel de zeven hoofdzonden worden genoemd. Hoogmoed, hebzucht, lust, jaloezie, onmatigheid, woede en gemakzucht. Hoofdzonde is een term die zijn oorsprong vindt in de rooms-katholieke kerk. In de vierde eeuw werd dit 'systeem' van zeven zonden door geestelijken al gebruikt.
Volgens de Bijbel hadden Jozef en Maria geen seks vóór en tijdens de geboorte van Jezus, maar vermeldt de tekst over de periode daarna verschillende opvattingen. De precieze invulling verschilt per geloof en christelijke stroming.
Vergeving van zonden is mogelijk door het offer van Jezus. Als iemand niet gelooft dat Jezus dit heeft gedaan, kan hij niet vergeven worden. Iemand luistert dan niet naar de heilige Geest, die overtuigt van zonde. Iemand die doelbewust tegen de heilige Geest ingaat, en zich niet bekeert, beledigt God zelf.
God levert ons over aan de zonde, omdat dat een van de manifestaties van Gods toorn is. Het woord 'overgeven' of 'overleveren' in de verzen 24, 26 en 28 is hetzelfde woord in het Grieks. Het is een juridisch woord, het betekent dat iemand een ander overlevert aan straf of oordeel.
De zeven hoofdzonden – hoogmoed, hebzucht, lust, afgunst, gulzigheid, woede en luiheid – zijn veel meer dan religieuze waarschuwingen uit vervlogen tijden. Ze vormen een verrassend actueel analysemodel voor menselijk gedrag, van persoonlijke zelfkennis tot maatschappelijke diagnose.
De zeven zonden, in de christelijke traditie beter bekend als de zeven hoofdzonden, zijn hoogmoed, hebzucht en lust. Paus Gregorius de Grote stelde deze lijst in de zesde eeuw op als de diepere wortels van al het menselijk kwaad.
De vijf hoofdzonden die christenen moeten vermijden om ware vrede te vinden: Vermijd trots, hebzucht, lust, woede en afgunst – deze vernietigen je vrede en verwijderen je van God.
Daarom zeg ik jullie: elke zonde en elke laster kan vergeven worden, maar godslastering tegen de Geest zal niet vergeven worden. Wie kwaad spreekt over de Zoon van de Mens, zal vergeven worden, maar wie kwaad spreekt over de Heilige Geest, zal niet vergeven worden, noch in deze tijd, noch in de toekomende tijd (Matteüs 12:31-32).
Volgens een bekende volkswijsheid staat de zin "wees niet bang" (of "vrees niet") precies 365 keer in de Bijbel: één keer voor elke dag van het jaar.
In Nederland worden de Oud Gereformeerde Gemeenten en de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (vaak de 'zwarte kousenkerken' genoemd) algemeen beschouwd als de strengste geloofsrichtingen. Deze bevindelijk gereformeerde stromingen hanteren strikte leefregels, zoals zondagsrust, sobere kleding (waaronder het dragen van een hoedje door vrouwen) en het afwijzen van moderne media.