De onvergeeflijke zonde is de laster of bewuste haat tegen de Heilige Geest, wat inhoudt:
Het radicaal en tegen beter weten in afwijzen van Jezus is een onvergeeflijke zonde. Als iemand zich bewust en definitief afkeert van God is er geen weg terug, omdat hij zijn hart dan verhardt. Dan sluit hij zich af voor de mogelijkheid van vergeving. Dat leidt tot een onvoorwaardelijke veroordeling in het hiernamaals.
Daarom zeg ik jullie: elke zonde en elke laster kan vergeven worden, maar godslastering tegen de Geest zal niet vergeven worden. Wie kwaad spreekt over de Zoon van de Mens, zal vergeven worden, maar wie kwaad spreekt over de Heilige Geest, zal niet vergeven worden, noch in deze tijd, noch in de toekomende tijd (Matteüs 12:31-32).
Hoofdzonde
Op 8 december viert de katholieke kerk de 'onbevlekte ontvangenis'. In gelovige taal betekent dit dat Maria bij haar verwekking niet 'besmet' werd door de erfzonde. Daarmee wil men aangeven dat Maria, die uitverkoren werd om de moeder van Jezus, Gods Zoon, te worden, zonder vlek of rimpel moet zijn.
Volgens de Bijbel hadden Jozef en Maria geen seks vóór en tijdens de geboorte van Jezus, maar vermeldt de tekst over de periode daarna verschillende opvattingen. De precieze invulling verschilt per geloof en christelijke stroming.
De Onbevlekte Ontvangenis is een katholiek dogma dat stelt dat Maria, wier ontvangenis op natuurlijke wijze tot stand kwam, zonder erfzonde of smet daarvan ontvangen werd. Dat is wat "onbevlekt" betekent: zonder smet.
De zeven hoofdzonden (in de volksmond ook wel de zeven dodelijke zonden genoemd) zijn hoogmoed, hebzucht en lust, aangevuld met afgunst, gulzigheid, woede en luiheid. In de christelijke traditie zijn dit geen losse daden, maar diepe menselijke neigingen die tot ander fout gedrag leiden.
De grootste zonde is het afwijzen van de redding die Christus voor ons heeft verworven. De reden dat het "onvergeeflijk" wordt genoemd, is dat iemand in die geestesgesteldheid nooit berouw zal hebben van die zonde en daarom nooit vergeving zal ontvangen.
Volgens de standaardlijst van de katholieke kerk zijn de zeven hoofdzonden : hoogmoed, afgunst, woede, gulzigheid, wellust, luiheid en hebzucht.
Jezus Christus noemde de Heilige Geest 'Geest van de Waarheid' (Johannes 14:17; 15:26; Johannes 16:13) en waarschuwde ons: 'Alle soorten zonden en godslasteringen zullen de mensen vergeven worden, maar de godslastering tegen de Heilige Geest zal de mensen niet vergeven worden' (Matteüs 12:31).
Antwoord. Johannes 20:23: Als u iemands zonden vergeeft, worden ze hem vergeven; als u iemand de vergeving onthoudt, wordt die hem onthouden. Marcus 2:7 stelt dat alleen God zonden kan vergeven (vgl. Psalm 1:1).
Galaten 5:21 zegt: " Afgunst, moord, dronkenschap, losbandigheid en dergelijke. Ik heb u van tevoren gezegd, zoals ik u ook in het verleden heb gezegd, dat zij die zulke dingen doen, het koninkrijk van God niet zullen beërven." Deze laatste groep omvat zonden die een directe en negatieve impact hebben op de mensen om ons heen.
Ja, vrijwel alle moderne historici en wetenschappers zijn het erover eens dat Jezus van Nazareth echt heeft bestaan. Dit bewijs komt uit vroege christelijke geschriften zoals de brieven van Paulus en de evangeliën, evenals vroege Romeinse en Joodse bronnen buiten de Bijbel.
Volgens de Bijbel (Spreuken 6:16-19) zijn er zeven dingen die God haat en een gruwel voor Hem zijn: hoogmoedige ogen, een leugenachtige tong en handen die onschuldig bloed vergieten.
De zonde tegen de Heilige Geest is een bijbels begrip dat gaat over bewuste verharding, het ontkennen van Gods werk en godslastering. Volgens de evangeliën (zoals in Matteüs 12) is dit de enige zonde die niet vergeven wordt. Dit betekent dat je het goede werk van God in Jezus Christus heel bewust en kwaadwillig toeschrijft aan de duivel, terwijl je diep van binnen weet dat het van God komt.
Wat is deze zonde? In Matteüs 12:31-32 zegt Jezus: 'Daarom zeg Ik u: Elke zonde en elke godslastering kan de mensen worden vergeven, maar wie de Geest lastert kan niet worden vergeven.
In Nederland worden de Oud Gereformeerde Gemeenten en de Gereformeerde Gemeenten in Nederland (vaak de 'zwarte kousenkerken' genoemd) algemeen beschouwd als de strengste geloofsrichtingen. Deze bevindelijk gereformeerde stromingen hanteren strikte leefregels, zoals zondagsrust, sobere kleding (waaronder het dragen van een hoedje door vrouwen) en het afwijzen van moderne media.
Afvalligheid en godslastering
Volgens deze opvatting is zonde die tot de dood leidt een omarming van zondigheid, en niet een specifieke zonde die God niet zal vergeven. Dit is een bewijs dat de persoon geen "broeder" is. Op deze manier leidt hun zonde tot de dood en zouden ze niet verzekerd moeten zijn van hun redding.
6) Gulzigheid-Matigheid
Gulzigheid uit zich in buitensporig en ongecontroleerd eet- en drinkgedrag. Het enige doel van dit gedrag is lustbevrediging. Een vraatzuchtig mens is te vergelijken met een varken.
Moord, met uitzondering op het uitvoeren van oorlogshandelingen, het uitvoeren van een wettige doodstraf en zelfverdediging. Woede die leidt tot het opzettelijke verlangen je naaste te doden of ernstig te verwonden. Terrorisme. Zelfmoord.
De zeven ondeugden (vaak 'hoofdzonden' genoemd) zijn in de christelijke theologie de menselijke neigingen die tot zonde leiden. Paus Gregorius de Grote en theoloog Thomas van Aquino stelden deze klassieke lijst op:
Het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis is een katholieke leer die stelt dat Maria, de moeder van Jezus, zonder erfzonde is ontvangen. Dit betekent dat zij vanaf het allereerste begin vrij was van de smet van de zonde, dankzij Gods bijzondere genade en de toekomstige verdiensten van Jezus.
Wetenschappelijk gezien is dat niet het geval. Het lijkt erop dat menselijke parthenogenese (PG) niet zo zeldzaam is als eerder werd aangenomen, maar spontaan kan optreden en kan leiden tot de vorming van een ovariumterratoom (OT). Het verschil tussen PG en seksuele voortplanting is dat er bij PG geen embryonale diversiteit is.
Protestantisme. Protestanten veroordeelden de afkondiging van Ineffabilis Deus massaal als een uitoefening van pauselijke macht, en de leer zelf als onschriftelijk, omdat deze ontkende dat allen gezondigd hadden en zich baseerde op de Latijnse vertaling van Lucas 1:28 (de passage over "vol van genade"), die niet door het oorspronkelijke Grieks werd ondersteund.