De oorspronkelijke teksten van de Bijbel zijn geschreven in drie talen: Hebreeuws, Aramees en Grieks. Er is niet één oudste versie; de Bijbel is een verzameling van boeken die door verschillende schrijvers in de loop van vele eeuwen is gemaakt.
De taal behoort tot de Semitische talen. Daardoor is het Aramees familie van het Arabisch en het Hebreeuws. Vandaag de dag wordt het Aramees gesproken door 850.000 mensen.
De Codex Sinaiticus dateert uit de vierde eeuw en is de oudst bekende versie van de Bijbel, zowel van het Oude als het Nieuwe Testament. Hij is iets ouder dan de Codex Vaticanus die in het archief van het Vaticaan bewaard wordt.
Het Oude Testament is oorspronkelijk grotendeels geschreven in het Hebreeuws (Bijbels Hebreeuws). Daarnaast zijn er een aantal specifieke gedeelten in het Aramees geschreven (waaronder delen van Daniël en Ezra).
De Thora (de eerste vijf boeken van Mozes) is het belangrijkste deel van het Joodse geloof en vormt de kern van de Hebreeuwse Bijbel (de Tenach). Het Oude Testament is de christelijke benaming voor de hele verzameling heilige Joodse geschriften (inclusief de Thora), aangevuld met andere boeken.
Yeshua (Hebreeuws: יֵשׁוּעַ, geromaniseerd: Yēšūaʿ) was een veel voorkomende alternatieve vorm van de naam Yehoshua (יְהוֹשֻׁעַ, Yəhōšūaʿ, 'Jozua') in latere boeken van de Hebreeuwse Bijbel en onder Joodse mensen uit de Tweede Tempelperiode.
Het Christendom komt dus direct voort uit het Jodendom. Het oude testament, het eerste deel van de bijbel, is overgenomen van het Joodse geloof. In het nieuwe testament staan de verhalen over het leven van Jezus. Daar staat ook in hoe je als christen moet leven: naar het voorbeeld van Jezus.
Je mag de naam JHWH (vaak uitgesproken als Jahweh) niet uitspreken uit diepe eerbied, angst voor misbruik en een oud gebod. De belangrijkste redenen zijn respect voor de heiligheid van God, het voorkomen van ongeluk of zonde, en het feit dat de juiste uitspraak door de tijd heen verloren is gegaan.
De talen van het Oude Testament zijn Hebreeuws en Aramees. Het grootste deel van de tekst is in het Hebreeuws, terwijl het Aramees beperkt is tot enkele hoofdstukken in Daniël en Ezra, een enkel vers in Jeremia (10:11) en een zin in Genesis 31:47.
De meesten gaan ervan uit dat Jezus alleen Aramees sprak, een Semitische taal die verwant is aan het Hebreeuws. Deze taal werd veel gesproken in de regio waar Jezus werd geboren en opgroeide. Toch zijn er ook geleerden die menen dat Jezus naast Aramees ook Grieks sprak.
Volgens het scheppingsverhaal uit de Abrahamitische religies (zoals het jodendom, christendom en de islam) werd Adam als eerste geschapen. God schiep Adam uit stof of aarde en pas later werd Eva uit een van Adams ribben gemaakt om zijn gelijke en partner te zijn.
Het oudst bewaard gebleven complete manuscript van de gehele Bijbel in het Latijn, bestaande uit één enkel deel, is de Codex Amiatinus, een Latijnse Vulgaat-editie die in de 8e eeuw in Engeland werd vervaardigd in het dubbelklooster van Wearmouth-Jarrow.
De Bijbel is aanzienlijk ouder dan de Koran. Het oudste deel van de Bijbel, het Oude Testament (de Hebreeuwse Bijbel), werd al honderden jaren voor het begin van de jaartelling geschreven. De Koran ontstond pas in de 7e eeuw na Christus.
De wetenschappelijke consensus is dat Jezus vaak Aramees sprak, maar ook Hebreeuws kende en waarschijnlijk Grieks. Aramees was de gangbare taal in Romeins Judea en werd daarom ook gesproken door ten minste enkele van Jezus' discipelen.
Jezus noemde God in het Aramees Elaha (of Alaha) en gebruikte voor "Vader" het woord Abba. Als hij God persoonlijk aanriep in nood, gebruikte hij de vorm Eli of Eloi (mijn God).
De taalkundige afstand, samen met de verschillen in uitspraak, maakt Arabisch en Hebreeuws onderling onverstaanbaar. Het leren van Arabisch als Hebreeuwse spreker, en omgekeerd, is echter relatief eenvoudig vanwege de vergelijkbare structuur en de gemeenschappelijke basiswoordenschat. Een goede analogie zou Engels en Duits of andere Scandinavische talen zijn.
De Naam in de Bijbel: De persoonlijke naam van God in de Hebreeuwse Bijbel wordt weergegeven door vier Hebreeuwse medeklinkers יהוה, bekend als het Tetragrammaton. Deze naam komt bijna 7000 keer voor in de Hebreeuwse Geschriften – veel vaker dan welke andere naam of titel dan ook.
Geleerden erkennen over het algemeen drie talen als oorspronkelijke Bijbelse talen: Hebreeuws, Aramees en Koine Grieks.
De religieuze teksten, ofwel heilige geschriften, werden door verschillende religieuze gemeenschappen samengesteld in diverse officiële verzamelingen. De vroegste daarvan bevatten de eerste vijf boeken van de Bijbel, in het Hebreeuws de Torah ('Leer') en in het Grieks de Pentateuch (wat 'vijf boeken' betekent).
Voor het jodendom is Jezus een historische figuur, maar hij wordt niet erkend als de Messias of de Zoon van God. De meeste joodse teksten beschouwen hem als een leraar of rabbi, en sommige latere geschriften, zoals de Talmoed, noemen hem kritisch of zelfs controversieel.
In de religieuze geschiedenis is er niet één "echte" naam. De benaming verschilt per geloof: in het jodendom en christendom is de eigennaam JHWH (vaak uitgesproken als Jahweh of Jehovah). In de islam is Allah de specifieke naam voor God.
De God van de islam heet Allah. Dit is het Arabische woord voor God en de schepper van het universum. In de islamitische theologie is Allah de enige, unieke en almachtige God, en de naam kent geen meervoud of geslacht.
Ja, seks is in het Jodendom niet alleen toegestaan, maar het wordt gezien als een heilige plicht en een gave van God binnen het huwelijk. Het is geen zonde of iets vies, en het dient zowel voor de voortplanting als voor wederzijdse liefde en plezier.
De Koran beschouwt christenen als "Mensen van het Boek" (Ahl al-Kitab), erkent hen als monotheïsten met een goddelijke openbaring, maar bekritiseert tegelijkertijd de leer over de goddelijkheid van Jezus. De visie in de Koran kent zowel positieve als scherpe of kritische kanten:
Jezus was zelf een Jood. Hij werd geboren in een Joods gezin, leefde volgens de Joodse wetten en tradities, bezocht de synagoge en onderhield de Thora. Het christendom is pas na zijn leven ontstaan, mede gebaseerd op zijn leer.