Ja, je kunt een leefloon krijgen als je een eigen huis hebt. Het OCMW verplicht je niet om je woning te verkopen voordat je hulp kunt aanvragen, maar het bezit van een huis telt wel mee als een vorm van inkomen of vermogen bij de berekening.
Ja. Als je eigenaar bent van een woning, dan telt je woning mee als een vorm van inkomsten. Dat betekent niet dat je geen recht hebt op leefloon. Ook als je eigenaar bent van een huis of een appartement kan je leefloon krijgen als je aan de andere voorwaarden voldoet.
Het antwoord is ja. Als eigenaar van een huis of appartement heb je inderdaad recht op een leefloon, mits je aan de andere criteria voor toekenning voldoet. Lees ook: Wie heeft er recht op het OCMW in België? Je bent niet verplicht je woning te verkopen voordat het OCMW je steun verleent.
Heb je een inkomen (zoals loon, uitkering, pensioen of onderhoudsgeld)? Dan heb je geen recht op een leefloon. Is je inkomen lager dan het leefloon? Dan kan je een aanvraag doen voor financiële hulp.
Voorwaarden
Je mag spaargeld hebben, maar het OCMW kijkt naar het totale bedrag op al je rekeningen. Er is geen harde grens waarbij je geen leefloon meer kunt krijgen, maar bedragen boven 6.200 euro verminderen je maandelijkse leefloon.
In het kort. Vanaf 1-3-2026 moet het OCMW bij de bepaling van het leefloon rekening houden met de bestaansmiddelen van alle meerderjarige onderhoudsplichtigen die samenwonen met de hulpaanvrager. Dit is het gevolg van het Koninklijk Besluit van 7-1-2026 (KB).
Wat zijn de voorwaarden om recht te hebben op een leefloon?
Als je niet akkoord gaat met de beslissing die het OCMW over je aanvraag nam (het leefloon wordt je geweigerd of het toegekende leefloonbedrag is kleiner dan je op voorhand had gedacht) kan je in beroep gaan tegen die beslissing. Dit moet gebeuren binnen de drie maanden nadat je de beslissing ontvangen hebt.
Socio-professionele integratie vrijstelling (SPI-vrijstelling) uit de leefloonwet: Algemene SPI-vrijstelling: 315,67 euro per maand. SPI-vrijstelling student: 315,67 euro per maand. SPI-vrijstelling knelpuntberoepen: 452,39 euro per maand.
Wat zijn de voorwaarden?
Het OCMW mag niet systematisch rekeninguittreksels opvragen.
Het OCMW kan zich hiervoor baseren op loonfiches, rekeninguittreksels, contracten, attesten en de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (KSZ).
Het equivalent leefloon is een financiële steun die je kan krijgen wanneer je geen recht hebt op een leefloon (omwille van een of meerdere voorwaarden). Je kan deze financiële steun verkrijgen wanneer je zelf een tekort aan middelen hebt. Omwille van dit tekort kan je jezelf niet maatschappelijk integreren.
Bereidheid tot werken
Je mag € 315,67 netto bovenop je leefloon verdienen zonder dat je leefloon wordt verminderd. Hetgeen je meer verdient, wordt van je leefloon afgetrokken. Vergeet niet om dit te bespreken met het OCMW.
Inhoud van deze pagina. De Wet van 26 mei 2002 over het recht op maatschappelijke integratie (RMI-Wet) garandeert iedereen het recht op maatschappelijke integratie, via tewerkstelling en/of een leefloon. Het OCMW is verantwoordelijk voor het waarborgen van dit recht.
Sociaal onderzoek
Voldoet de aanvrager niet, dan weigert het OCMW het leefloon. Wie bijvoorbeeld zelf zonder inkomen zit maar samenwoont met een partner die wel een voldoende hoog inkomen heeft, zal geen recht hebben op een leefloon.
7. TOEKENNING VAN EEN LEEFLOON MET TERUGWERKENDE KRACHT. In afwijking van de regel dat de beslissing inzake het leefloon uitwerking heeft vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag, is het mogelijk dat in bepaalde specifieke situaties een leefloon ambtshalve door het OCMW wordt toegekend met terugwerkende kracht.
Zelfs wanneer je een inkomen of eigendom hebt, kan je nog recht hebben op een leefloon. Kom jij niet rond met jouw bestaansmiddelen, dan is het aangeraden om een afspraak te maken op het OCMW.
Voor de berekening van het leefloon houdt het OCMW rekening met het spaargeld. Onder spaargeld wordt verstaan: het totale bedrag van de tegoeden op zicht- en spaarrekeningen (geld uit een erfenis, gespaard geld, effecten, aandelen, obligaties, belastingteruggaven enzovoort).
Het leefloon is vanaf 1 maart 2026 geïndexeerd en bedraagt per maand maximaal 893,65 euro (samenwonend), 1.340,47 euro (alleenstaand) en 1.811,57 euro (persoon met gezin ten laste). VVSG
Eerst en vooral: een leefloon is iets anders dan een werkloosheidsuitkering. Je kan dus wél recht hebben op een werkloosheidsuitkering, maar géén recht op een leefloon. De regels voor een leefloon zijn strenger. Het OCMW kijkt bijvoorbeeld naar waar je écht woont, niet alleen waar je officieel bent ingeschreven.
Het OCMW berekent je leefloon door je basisbedrag te vergelijken met je eigen inkomsten en spaargeld, waarbij de categorie en eventuele huisgenoten bepalend zijn. Het basisbedrag verschilt per leeflooncategorie en wordt verminderd met al je bestaansmiddelen.
Leeflonen vanaf 1-3-2026
Het maandelijks leefloon bedraagt: 893,65 euro voor een samenwonende persoon. 1.340,47 euro voor een alleenstaande persoon. 1.811,57 euro voor een persoon die samenwoont met een gezin ten laste.