Jezus weende om Lazarus uit diepe medelijden met het verdriet van anderen, vanwege de macht van de dood en door zijn menselijke bewogenheid. Hoewel Hij wist dat hij Lazarus zo meteen weer tot leven zou wekken, raakte de pijn van de nabestaanden Hem diep.
De meeste mensen kennen "Jezus huilde" (Johannes 11:35) als het kortste vers in de Bijbel. Maar bijna niemand beseft dat het misschien wel een van de diepste is. Toen Jezus buiten het graf van Lazarus stond, wist Hij al dat Hij hem uit de dood zou opwekken. Hij wist dat het verhaal in vreugde zou eindigen.
Hij huilde over het ongeloof van de mensen bij wie hij was. Hij kon niet huilen over Lazarus, omdat Jezus hem met opzet niet geneesde voordat hij stierf, wat impliceert dat Jezus wilde dat hij stierf.
Een persoon die door Jezus uit de dood werd opgewekt nadat hij vier dagen daarvoor gestorven was (Johannes 11:1-44). Deze Lazarus was persoonlijk bevriend met Jezus en een broer van Martha en Maria van Bethanië.
Jezus huilt om Jeruzalem
Jezus die huilde, Hij huilde niet omdat Hij wist dat het nu niet lang meer zou duren voordat Hij zou lijden en sterven. Jezus huilde omdat Hij een intens verdriet had over Jeruzalem.
Er kunnen verschillende redenen zijn geweest waarom Hij dat deed. Was het omdat Hij zo weinig geloof aantrof bij Maria, Martha en de Joden? Er staat immers 'Hij werd verbolgen in de geest'.
In de Schrift staat drie keer beschreven dat Jezus huilde ( Johannes 11:35; Lucas 19:41; Hebreeën 5:7-9). Elk van deze momenten vond plaats tegen het einde van zijn leven en onthulde wat het belangrijkst is voor onze liefdevolle God. Hij is werkelijk "bewogen met onze zwakheden" (Hebreeën 4:15).
Lazarus staat in de christelijke traditie symbool voor zieken, armen en verstotenen. In de Bijbel komen twee figuren voor met deze naam: Lazarus van Bethanië, die door Jezus uit de dood wordt opgewekt, en de bedelaar Lazarus, die na een ellendig leven eindelijk troost vindt in het hiernamaals.
Lazarus van Bethanië is een figuur uit het Nieuwe Testament wiens leven door Jezus vier dagen na zijn dood wordt hersteld, zoals verteld in het Evangelie van Johannes. De opstanding wordt beschouwd als een van de wonderen van Jezus. In de Oosters-orthodoxe Kerk wordt Lazarus vereerd als de Rechtvaardige Lazarus, de Vierdaagse Dood.
De Bijbel noemt Jezus heel veel verschillende namen en titels, waaronder Jezus, Christus, Immanuël, Verlosser en Vredevorst. Er is geen vaste lijst van precies vijf namen, maar deze vijf behoren tot de bekendste.
Lazarus uit de dood opgewekt. Er was iemand ziek, een zekere Lazarus uit Betanië, het dorp waar Maria en haar zus Marta woonden – 2 dat was de Maria die Jezus met olie gezalfd heeft en zijn voeten met haar haar heeft afgedroogd; de zieke Lazarus was haar broer.
Lazarus stierf niet plotseling, want Jezus kreeg te horen dat hij ziek was, wat duidt op een langdurige ziekte (vers 11:3). Hij leed dus aan een progressieve ziekte die uiteindelijk fataal werd. Deze progressieve ziekte kon het gevolg zijn van een ernstige infectie zoals longontsteking of een pestachtige ziekte.
Ja, er is overweldigend wetenschappelijk en historisch bewijs dat Jezus van Nazareth als historisch persoon heeft geleefd. Vrijwel alle moderne historici en bijbelwetenschappers zijn het erover eens dat hij rond het jaar 30 in de Romeinse provincie Judea werd gekruisigd.
De opwekking van Lazarus is een bekend verhaal uit de Bijbel (het Johannes-evangelie, hoofdstuk 11) waarin Jezus zijn vriend Lazarus na vier dagen uit de dood opwekt. De kern van het verhaal omvat de zieke Lazarus, de rouwende zussen Marta en Maria, en het grote wonder bij het graf.
de zelfstandig naamwoorden lazarus ('ernstige ziekte', 'lepra'), lazaret ('opvanghuis voor melaatsen', 'veldhospitaal') en lazer ('donder', 'flikker'); het bijvoeglijk naamwoord lazarus (= 'stomdronken').
Het bekendste verhaal over Lazarus (uit Johannes 11) beschrijft hoe Jezus hem na vier dagen uit de dood opwekt. Lazarus, de goede vriend van Jezus en broer van Marta en Maria uit Betanië, is overleden en begraven in een rotsgraf. Jezus roept hem terug tot leven, wat gezien wordt als een van zijn grootste wonderen.
De echte historische naam van Jezus was Jesjoea (of Yeshua), wat in het Hebreeuws en Aramees klonk als een vorm van Jozua. Hij had geen achternaam, maar werd soms aangeduid als Jesjoea bar Jozef (Jozefs zoon) of Jesjoea uit Nazareth.
Oorsprong en betekenis van Gods naam "Jehova"
Deze naam komt bijna 7000 keer voor in de Hebreeuwse Geschriften – veel vaker dan welke andere naam of titel dan ook.
Jezus Christus noemde de Heilige Geest 'Geest van de Waarheid' (Johannes 14:17; 15:26; Johannes 16:13) en waarschuwde ons: 'Alle soorten zonden en godslasteringen zullen de mensen vergeven worden, maar de godslastering tegen de Heilige Geest zal de mensen niet vergeven worden' (Matteüs 12:31).
Lazarus was een vriend van Jezus. Sterker nog, hij was niet alleen een vriend van Jezus, maar ook van de discipelen (Johannes 11:11). Het was dan ook volkomen logisch dat Jezus naar Lazarus toe ging toen er problemen waren in Bethanië. Jezus hield immers van Lazarus en ook van zijn zussen.
De dag vóór Palmzondag (en het begin van de Heilige Week) viert de Oosters-orthodoxe Kerk wat wij Lazaruszaterdag noemen. Op deze dag herdenken we hoe Christus Zijn geliefde vriend Lazarus uit de dood opwekte, nadat hij vier dagen dood was geweest.
Wat gebeurde er nu eigenlijk in de finale van Lazarus? Hoewel Olsen tegen Laz bleef volhouden dat hij tot zondebok was gemaakt voor de moord op Sutton, zag Laz haar knuffel, die Olsen hem had gegeven, in een oude homevideo en toen viel het kwartje: Olsen had haar toch vermoord.
Lazarus (die door God geholpen wordt, maar zonder hulp) verwijst naar het deel van het bewustzijn dat door het goede geholpen wordt, hoewel het blijkbaar volledig door de mens zelf verwaarloosd wordt. In de gelijkenis (Lucas 16:19-11) beschrijft Jezus de bewustzijnstoestanden van iemand die de verandering die dood heet ondergaat.
Volgens verschillende archeologen gebruikt Constantijn de Grote in de vierde eeuw de Chi-Rho als eerste als christelijk symbool. Niet subtiel ergens op een monument, maar op de vlaggenstandaard van zijn legermacht.
Bekende lijsten met zeven christelijke symbolen bevatten vaak het kruis, de vis (Ichthus) en het Christusmonogram (Chi-Rho), aangevuld met andere traditionele kenmerken. Een veelgenoemde overzicht uit de christelijke traditie omvat deze zeven elementen: