Jezus zit aan de rechterhand van God als symbool voor de hoogste positie van macht, autoriteit en eer die Hij na Zijn hemelvaart heeft gekregen. Deze positie betekent dat Hij deelt in Gods heerschappij, fungeert als voorspreker en hogepriester voor mensen, en dat Zijn verlossingswerk is volbracht.
Ten derde vertegenwoordigt Jezus' plaats aan de rechterhand van de Vader het herstel van de menselijke koningschap. Als u twijfelt aan 'menselijke koningschap', laten we dan eens terugdenken aan Genesis 1-2. In het scheppingsverhaal wordt Adam geschapen naar het beeld van God, 'de goddelijke koning', en wordt daarom geroepen om namens God over de aarde te regeren (Gen. 1:1).
Het zitten aan de rechterhand symboliseert het feit dat de persoon naast degene die macht uitoefent de volmacht krijgt om in naam van de machtige te handelen. Dit aardse tafereel passen de bijbelschrijvers rijkelijk toe op God en de zijnen.
God (niet Jezus dus) wordt in de Bijbel voorgesteld als een oppermacht zonder lichaam, dus 'de rechterhand van God' is figuurlijk bedoeld. Het betekent in de Bijbel dat God machtig is. Tegelijk houdt 'zitten aan Gods rechterhand' in de Bijbel in dat je een gelijkwaardige positie had als God zelf.
Judas' daad had twee kanten: 1) een overtreding tegen een verraden Vriend, en 2) de zonde van bloedvergieten tegen een Profeet. Zelfs als Jezus had gezegd: "Ik vergeef je," maar de dader zijn schuld niet bij God had ingelost, zou zijn 'schuld' nog steeds maar gedeeltelijk zijn afgehandeld.
Zetelen aan de rechterhand van de Vader wil zeggen dat Jezus voortaan onze voorspreker is bij de Vader. “Daarom is Hij in staat, om hen die door zijn tussenkomst God naderen voor altijd te redden, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten”(Hebr. 7,25). Zo oefent Christus vanaf de Hemelvaart zijn Priesterschap uit.
De linker- en rechterhand
Als beginnend handlezer is het belangrijk om het verschil tussen de linker-, en rechterhand te weten. Er wordt vaak gezegd dat de linkerhand weergeeft wat de goden (of je genen, het is maar hoe je het bekijkt) je geschonken hebben, en je rechterhand wat jij hiermee doet.
Omdat de gelovige één is met de Heer, die reeds uit de dood is opgestaan en aan de rechterhand van God zit! Dit gezegd zijnde, aangezien de onzichtbare kerk reeds als 'verheerlijkt' (Rom. 8:30), 'opgewekt' (Col. 3:1) en 'gezeten' (Ef. 3:1) wordt beschouwd.
Ook Jezus' handgebaar is doordrenkt van soortgelijke symboliek: de drie vingers (pink, ringvinger en duim) verwijzen naar de Drie-eenheid van Vader, Zoon, Geest waarvan Jezus met zijn twee naturen deel uitmaakt, hetgeen gesymboliseerd wordt door de twee andere vingers.
In de Geloofsbelijdenis zeggen we dat Jezus “opgevaren is naar de hemel en aan de rechterhand van de Vader zit”. Jezus’ aardse leven bereikte zijn hoogtepunt met de Hemelvaart, toen hij deze wereld verliet en naar de Vader ging om aan diens rechterhand te zitten.
Jezus heeft nooit in eigen woorden gezegd dat hij God was. Maar Jezus heeft wel tegen de mensen in eigen woorden gezegd dat zijn Hemelse Vader de enige God was.
Een gelovige leeft in verbondenheid met God en met mensen om hem heen - medechristenen en niet-gelovigen. Die dubbele verbondenheid komen we tegen in het grote gebod dat Jezus gaf als levensmotto voor al Zijn volgelingen: “Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand.
110, 1)[b:Ps. 110, 1]. God zelf huldigt de koning in heerlijkheid door hem aan Zijn rechterzijde te laten zetelen, teken van zeer grote eer en een absoluut voorrecht. De koning mag op die manier deelnemen aan de Goddelijke heerschappij, waarvan hij de middelaar is bij het volk.
(“Ik zal u ondersteunen met Mijn rechtvaardige rechterhand.”): God belooft ons te ondersteunen. Sterker nog, Hij belooft ons te ondersteunen met Zijn rechtvaardige rechterhand. Dat betekent dat wanneer je je evenwicht verliest, Hij er zal zijn om je overeind te houden, als je maar op Hem vertrouwt.
In het Heilige Schrift wordt namelijk gesproken over de rechterhand van God. Volgens het schrift is God onlichamelijk en heeft Hij geen ledematen, dus ook geen rechterhand. De rechterhand moet geïnterpreteerd worden als de macht die Hij had om anderen werkzaamheden te laten uitvoeren.
De rechterhand van God is een uitdrukking die in de Bijbel en het dagelijks spraakgebruik voorkomt als metafoor voor de almacht van God en als motief in de kunst. In de Bijbel betekent aan de rechterhand staan "dat je je op een bijzondere ereplaats bevindt".
Marcus 8:34: 'Wie achter Mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en Mij volgen. ' Jezus wil hiermee zeggen: 'Als je Mij wilt dienen, dan heb je geen gemakkelijk leven. Neem je kruis maar op je schouders, want je zult te maken krijgen met tegenstand, met lijden, met pijn.
Het Oude en Nieuwe Testament getuigen van hetzelfde: zij die hun hoop vestigen op Gods beloften, koesteren een vastberaden verwachting van leven na de dood. Crematie drukt uit dat de dood het einde is, terwijl begraven het vertrouwen uitdrukt dat Gods volk, hoewel het sterft, in lichamelijke vorm zal herleven, net zoals Christus.
Jezus hield onvoorwaardelijk van haar. Hij hield van haar om wie ze was en niet om haar schoonheid. De ontmoeting tussen Maria Magdalena en Jezus wordt wel de ontmoeting "tussen ellende en barmhartigheid" genoemd. Aanvankelijk waste ze Zijn voeten uit berouw, en na Zijn dood uit respect en aanbidding.
We weten dit uit een verslag van Eusebius, een Romeinse historicus die eind 4e eeuw werd geboren en de groei van de vroege kerk documenteerde. Volgens Eusebius werd de vrouw van Petrus op dezelfde dag gemarteld als Petrus zelf, die beroemd ondersteboven werd gekruisigd. Sterker nog, de vrouw van Petrus werd als eerste geëxecuteerd.
Zelfs na zijn vreselijke daad had Judas op zijn knieën kunnen vallen om Gods vergeving te smeken. Maar dat deed hij niet. Hij voelde misschien wel enig berouw, ingegeven door angst, waardoor hij het geld teruggaf aan de Farizeeën, maar hij bekeerde zich nooit en verkoos in plaats daarvan zelfmoord te plegen (Matteüs 27:5-8).