Vrouwen kregen de meeste van hun fundamentele juridische rechten in Nederland in twee belangrijke periodes: 1919 (vrouwenkiesrecht) en 1956–1957 (opheffing handelingsonbekwaamheid).
Wanneer werd het 19e amendement aangenomen? Meer dan 160 jaar nadat vrouwen voor het eerst stemden op Amerikaanse bodem, keurde het Congres het 19e amendement goed op 4 juni 1919. Het werd echter pas onderdeel van de Grondwet nadat het op 18 augustus 1920 was geratificeerd door de wetgevende vergadering van de 36e staat – Tennessee.
Pas in 1917 werd in Nederland het passief kiesrecht voor vrouwen ingevoerd. Vrouwen konden toen voor politieke functies gekozen worden, maar mochten niet zelf stemmen. In 1919 kregen vrouwen het felbegeerde actief kiesrecht, waardoor ze zelf mochten stemmen.
De geschiedenis van vrouwenrechten is een eeuwenlange strijd voor gelijke behandeling. Deze ontwikkeling wordt vaak in drie grote 'feministische golven' ingedeeld. Deze bewogen geschiedenis leidde in Nederland onder andere tot het vrouwenkiesrecht in 1919 en de wettelijke afschaffing van handelingsonbekwaamheid in 1956.
In Nederland mogen vrouwen actief stemmen sinds 1919. Het recht om gekozen te worden (passief kiesrecht) werd in 1917 ingevoerd en het recht om daadwerkelijk te stemmen volgde via de wet-Marchant in 1919. In de praktijk konden vrouwen vanaf 1 januari 1920 voor het eerst hun stem uitbrengen. Parlement.com
Onder leiding van Elizabeth Cady Stanton, een jonge moeder uit het noorden van de staat New York, en de quaker-abolitioniste Lucretia Mott, woonden zo'n 300 mensen – voornamelijk vrouwen – de Seneca Falls-conferentie bij om een koers uit te zetten voor de vrouwenrechtenbeweging.
Vrouwen kregen in Nederland kiesrecht in 1922, in België in 1948. In Zwitserland is vrouwenkiesrecht pas algemeen geworden in 1991. Sinds 1983 hebben ook niet-Nederlandse ingezetenen kiesrecht bij gemeentelijke verkiezingen.
In de Verenigde Staten begon de eerste feministische golf rond 1850 onder blanke vrouwen uit de hogere klasse, Europa volgde rond 1870. De nadruk lag op vrouwenkiesrecht, recht op onderwijs, recht op betaalde arbeid en een voorzichtig begin aan seksuele zelfbeschikking in de vorm van voorbehoedsmiddelen.
Nieuw-Zeeland was in 1893 het eerste land ter wereld dat vrouwen definitief het stemrecht toekende bij parlementsverkiezingen. Vrouwen mochten er vanaf dat jaar stemmen, al kregen ze pas in 1919 het recht om zich ook zelf kandidaat te stellen.
Vrouwenkiesrecht in Nederland werd ingevoerd in 1917 (passief kiesrecht) en 1919 (actief kiesrecht), mede door de inzet van pioniers zoals Aletta Jacobs en Wilhelmina Drucker.
Het algemeen kiesrecht voor mannen in Nederland werd ingevoerd in 1917. Belangrijke momenten in deze geschiedenis zijn het censuskiesrecht vanaf 1848, de grondwetswijziging van 1917, en de invoering van het algemeen kiesrecht voor vrouwen kort daarna.
Duitsland en Oostenrijk voerden het vrouwenkiesrecht in na de revoluties van 1918. In de Verenigde Staten kregen vrouwen in 1920 kiesrecht. In Finland (1906), Noorwegen (1913) en Denemarken (1915) was dat nog iets eerder al gebeurd.
Dit omvat het recht om vrij van geweld en discriminatie te leven; te genieten van de hoogst haalbare standaard van fysieke en mentale gezondheid; onderwijs te volgen; eigendom te bezitten; te stemmen; en een gelijk loon te verdienen.
Vrouwen en mannen in Nederland hebben volgens de wet dezelfde rechten. Toch is hun positie is vaak niet gelijk. Op veel gebieden is sprake van een achterstand van vrouwen. Zo nemen vrouwen minder deel aan de arbeidsmarkt en de beloning van werk is niet altijd gelijk.
Het Equal Rights Amendment (ERA), dat oorspronkelijk in 1972 door het Congres werd aangenomen met een deadline voor ratificatie in maart 1979, kreeg veel steun van vrouwen en mannen die vonden dat sociale verandering via wetgeving kon worden bewerkstelligd.
Aletta Jacobs veranderde de geschiedenis van Nederland. Ze werd arts in een tijd waarin vrouwen bijna geen kans kregen om te studeren. Daarna zette ze zich in voor gelijke rechten voor vrouwen. In dit artikel ontdek je wie ze was en wat ze heeft bereikt.
Elizabeth Cady Stanton organiseerde in 1848 de eerste bijeenkomst voor vrouwenrechten in Seneca Falls, New York. Onder leiding van Stanton, Mott en Susan B. Anthony eiste de bijeenkomst betere wetten met betrekking tot voogdij over kinderen, echtscheiding en eigendomsrechten.
De tien meest invloedrijke vrouwen in de wereldgeschiedenis
In Nederland bijvoorbeeld kregen vrouwen pas in 1919 stemrecht. Vrouwen maakten pas vanaf 1956 deel uit van het kabinet of werden politiek vertegenwoordigd. Tot 1957 werden vrouwen in Nederland gelijkgesteld aan mensen met een verstandelijke beperking en binnen het Nederlandse burgerlijk recht als juridisch incompetent beschouwd.
In Nederland mogen vrouwen actief stemmen sinds 1919. Het recht om gekozen te worden (passief kiesrecht) werd in 1917 ingevoerd en het recht om daadwerkelijk te stemmen volgde via de wet-Marchant in 1919. In de praktijk konden vrouwen vanaf 1 januari 1920 voor het eerst hun stem uitbrengen. Parlement.com
In 1893 was Nieuw-Zeeland het eerste land dat vrouwen stemrecht gaf.
In 1883 dient Jacobs al een aanvraag in om zichzelf verkiesbaar te stellen maar dat verzoek wordt afgewezen. Wanneer haar man komt te overlijden stort ze zich, meer en fanatieker dan ooit, volledig op de rechten voor vrouwen over de hele wereld.
De vrouwenrechtenbeweging beschouwt 13 juli 1848 als haar begin. Op die snikhete zomerdag in het noorden van de staat New York werd Elizabeth Cady Stanton, een jonge huisvrouw en moeder, uitgenodigd voor een theekransje met vier vriendinnen.
Volgens de Canadese wetgeving werden vrouwen niet als "personen" beschouwd. De Famous Five ( Emily Murphy, Henrietta Muir Edwards, Nellie McClung, Louise McKinney en Irene Parlby) lieten zich hierdoor niet ontmoedigen. Ze brachten hun zaak voor het Judicial Committee of the Privy Council in Londen, Engeland, wat destijds de laatste mogelijkheid tot beroep was.