In Psalm 51:4 ("Tegen U, tegen U alleen heb ik gezondigd") bedoelde koning David niet dat hij andere mensen geen pijn had gedaan, maar dat elke zonde in de kern een overtreding is tegen God.
Psalm 51 is het bekendste boetelied uit de Bijbel waarin koning David diep berouw toont, schuld belijdt en God smeekt om vergeving en een nieuw, rein hart.
Deze psalm is één van de bekendste boetepsalmen (klaaglied). Zoals het opschrift laat zien is het een psalm van David. David heeft deze psalm gedicht, nadat de profeet Nathan hem heeft gewezen op zijn zonde met Bathséba en Uria (zie 2 Samuël 11 en 12).
Psalm 51 is een diepgaand gebed van berouw en schuldbelijdenis, traditioneel toegeschreven aan koning David nadat de profeet Natan hem had aangesproken op zijn overspel met Bathseba en de moord op Uria.
Geef mij de vreugde over Uw heil terug, ondersteun mij met een geest van vrijmoedigheid. Dan zal ik overtreders Uw wegen leren en zondaars zullen zich tot U bekeren. Red mij van bloedschulden, o God, God van mijn heil, dan zal mijn tong vrolijk zingen van Uw gerechtigheid.
Barmhartige God, ik ben diep ontroerd door de diepte van Uw genade en de rijkdom van Uw barmhartigheid. Mijn hart smeekt om Uw vergeving en herstel, wetende dat alleen U mij kunt reinigen van mijn zonden en mijn geest kunt vernieuwen.
Het offer voor God is een gebroken geest; een gebroken en verbrijzeld hart zult U, God, niet verachten.
Psalm 51 gaat over Davids gebrokenheid vanwege zijn zonde tegen God, wat een ander aspect is van een berouwvol hart. Hoe reageer jij als je gezondigd hebt? David was diepbedroefd toen hij met zijn zonde werd geconfronteerd. Dit is de reactie op zonde die God van jou en mij verlangt.
Psalm 51 leert ons duidelijk over de verdorvenheid. In tegenstelling tot Augustinus en zijn dissidentie met Pelagius, zegt Psalm 51 dat we van nature verdorven zijn, geboren met een verdorven natuur. We worden geen zondaars wanneer we voor het eerst een zonde begaan. We begaan zonden omdat we geboren zijn met de verdorven neiging daartoe.
1 Ontferm U God, ontferm U, hoor mijn klacht, ik roep tot U, vergeef, vergeef mijn zonden. Herstel mijn hart, zie, hoe het is geschonden. Door eigen schuld verzink ik in de nacht. Wees mij nabij naar uw barmhartigheid, reinig mij door uw diepe mededogen.
Mocht je het nog niet weten, hier is de achtergrond van Psalm 51: “Dit is de klassieke passage in het Oude Testament over de bekering van de mens en Gods vergeving van zonden. Samen met Psalm 32 werd deze geschreven door David na zijn affaire met Bathseba en de moord op Uria, haar echtgenoot (2 Sam. 51).
En in mijn geest de ware rust herboren. 5. Verberg Uw oog van mijn bedreven kwaad, Waardoor mijn ziel gevoelt de diepste wonden.
In Psalm 51 is de levensbedreigende situatie het schuldgevoel van koning David over de gemeenschap met Batseba. Het opschrift van de psalm luidt: "Aan de leider. Een psalm van David, toen de profeet Nathan tot hem kwam, nadat hij gemeenschap had gehad met Batseba." De historische achtergrond van Psalm 51 is dus te vinden in 2 Samuel 11-12.
Psalm 51 werd geschreven nadat David die dubbele zonde had begaan: overspel met Bathseba en vervolgens de moord op haar man. Het is ondenkbaar, en toch komt hij in eerlijke en nederige bekentenis tot God.
David was gevlucht naar de Filistijnen. Toen hij daar ruim een jaar was, werd zijn stad Ziklag, die hij van koning Achis had gekregen, in brand gestoken. Alle vrouwen, kinderen en bezittingen waren geroofd. Toen David en zijn mannen zagen wat er was gebeurd, huilden ze tot ze niet meer huilen konden.
Psalm 51 Voor de muziekleider. Een psalm van David. Toen de profeet Nathan bij hem kwam nadat David overspel had gepleegd met Batseba. Heb medelijden met mij, o God, naar uw onfeilbare liefde; naar uw grote barmhartigheid wis mijn overtredingen uit.
Zijn levendige beeldspraak maakt Davids verdriet bijna tastbaar en benadrukt de fysieke en emotionele gevolgen van een verbroken relatie met God. Veel christenen gebruiken dit gebed als voorbeeld voor bekering, maar Psalm 51 is ook een ideaal beginpunt voor iemand die zich voor het eerst tot God wendt.
Psalm 51 is een van de bekendste boetepsalmen uit de Bijbel, geschreven door koning David. Het is een intens schuldbelijdenisgebed, ontstaan nadat de profeet Nathan hem confronteerde met zijn overspel met Batseba en de moord op haar man Uria (2 Samuël 11 en 12).
Psalm 51 (berijming 1773) Vers 1: Gena, o God, gena, hoor mijn gebed. Verschoon mij toch naar Uw barmhartigheden. Delg uit mijn schuld, vergeef mijn overtreden: Uw goedheid wordt noch paal, noch perk gezet.
Mishandeling van welke aard dan ook, evenals ingrijpende verliezen zoals de dood van een geliefde, kunnen leiden tot een gebroken geest (Spreuken 15:13, 17:22). Gelukkig hebben we een geweldige God die de gebroken harten geneest en hun wonden verbindt (Jesaja 51:3).
Geestelijke gebrokenheid is de erkenning van onze menselijke beperkingen, onvolmaaktheid en onze behoefte aan Gods genade en ingrijpen. Het is een staat van nederigheid die ontstaat wanneer we onze zwakheden, tekortkomingen en de lacunes in ons geloof onder ogen zien.
Vergeving ontvangen en loslaten
Uit Lucas 4:18 blijkt dat Jezus gekomen is om “de gebrokenen van hart te genezen en de gekneusden te bevrijden”. Je moet erkennen dat Jezus jouw pijn op zich heeft genomen en jouw verdriet heeft gedragen. “Zie Mij”, zegt de Heer! Ontsteek het zoeklicht van Gods Geest. Jezus noemde de Heilige Geest de vinger van God.
Populaire Bijbelverzen uit Psalm 51. Delen
Geef mij de vreugde van uw verlossing terug; laat mij standvastig zijn in uw vrije Geest. Verstoot mij niet uit uw zicht, noch neem uw Heilige Geest van mij weg. Een gebroken geest is voor God een welgevallig offer: een gebroken en berouwvol hart, Heer, zult U niet verachten.
R – Herstelt de juiste geest in ons.
In Psalm 51 bad David om zijn zonde met Batseba te belijden en de Heer te vragen om een rein hart, om de vreugde van zijn verlossing te herstellen en om een rechte geest in hem te vernieuwen. En de Heer verhoorde dit alles en meer. God herstelde David geestelijk en in zijn positie.
De klaagzang omvat ook boetepsalmen zoals Psalm 51 (ook Psalmen 6, 38, 102, 130, 143) en psalmen met vervloekingselementen zoals Psalm 137 (ook Psalmen 12, 35, 58, 59, 69, 70, 109, 140).