In de straattaal worden 'vieze woorden' en scheldwoorden voornamelijk gebruikt als grove belediging of krachtterm. Bekende voorbeelden zijn faja (Surinaams voor 'erg/vies' of 'schande'), mapima ('je moeders...), kech (Marokkaans-Arabisch voor 'hoer'), en hoerendochter.
Hij viel op de stoeprand en ging vies op zijn bek. Hij viel op de stoeprand en kwam lelijk/niet goed terecht.
Andere woorden voor vies zijn bitter, goor, met vuil bemorst, morsig, naar, obsceen, onappetijtelijk, onsmakelijk, onsympathiek, onverkwikkelijk, ranzig, schuin, slonzig, slordig, smerig, stuitend, viezig, vodderig, voddig, vuil, vunzig, walgelijk, weerzinwekkend en zedeloos.
Vies definities
naamw. Uitspraak: [ vis ] Afbreekpatroon: vi·es 1) vuil Voorbeeld: 'vieze vingers' Antoniem: schoon 2) met een onaangename smaak of geur Voorbeelden: 'De koffie smaakt vies.
Sommige bijvoeglijke naamwoorden, zoals vies, eindigen op een s. Als je daar de uitgang -st van de overtreffende trap aan toevoegt, vallen de s'en samen: er staat er dus maar één. Malst kan dus zowel 'meest mal' als 'meest mals' betekenen, en verst is 'meest ver' of 'meest vers'.
Verouderde spelling van 'dirty'.
vies (bn): smerig, naar, goor, walgelijk, vuil, bitter, stinkend, onsmakelijk, smoezelig, vunzig, onzindelijk. vies (bn): stuitend, schuin, schunnig, obsceen, voos.
Bevuild met vuil; smerig; onrein. Vuile was. Synoniemen: onrein, smerig. Verspreidend of overbrengend vuil; bevuilend.
vuil, onrein, besmet, slordig, stoffig, smerig, vettig, vies, modderig, troebel, smerig, vervuild, slordig, bevlekt, onverzorgd.
Dingen die niet schoon zijn, zijn vies. De vettige pannen in je gootsteen, je modderige schoenen, je stinkende hond, de rare grappen van je oom – al deze dingen zijn vies. Als je auto vies is, moet je hem naar de autowasstraat brengen, en als je handen vies zijn, moet je ze zeker met zeep en warm water wassen.
Enkele veelvoorkomende synoniemen voor 'vies' zijn 'smerig', 'smerig', 'onaangenaam' en 'smerig'. Hoewel al deze woorden 'opvallend onrein of onzuiver' betekenen, suggereert 'vies' sterk iets aanstootgevends en meestal geleidelijk opgehoopt vuil dat vlekken en strepen achterlaat.
Synoniemen
Kween, vrouw, dame, madam, mevrouw, juffrouw, vrouwmens, mens, ega, echtgenote, gemalin, vrouwspersoon, vrijster, wijf, maagd, meid, meisje, griet, deerne etc.: allemaal benamingen voor mensen van het vrouwelijk geslacht, maar allemaal met een verschillende gevoelswaarde.
Wat is 'cringe'? Letterlijk vertaald betekent 'cringe' in elkaar krimpen. In de context van populair taalgebruik betekent het dat je heel veel (plaatsvervangende) schaamte en ongemak ervaart (door een 'awkward' situatie). Kortom een tenenkrommend gevoel krijgen bij het zien of ervaren van iets.
betekenis & definitie. 1) (2005) (poker) beginneling. 2) (1998) (drugs) codetaal voor hasj.
Verschillende talen op straattaal woordenboek
Denk hierbij aan termen als mi goedoe (mijn schatje), bigi fasi (kapsones), pierie tiefie (lachen), njang mi (kus m'n reet) en gi wan pangi (geef een seintje): allemaal vinden ze hun oorsprong in de Surinaamse taal.
Recente voorbeelden van synoniemen voor vuiligheid: vlekken, zwart maken, rotzooi, smurrie.
Stop met het zeggen van "vies"! Vies = extreem vies, walgelijk. Grof = bedekt met vuil of vet. Bevuild = bevlekt of vies. Gebruik deze woorden vandaag nog!
Werkwoord. Verleden tijd van vuil. Zoals in bevlekt. Vuil maken. Ze maakte haar nieuwe sneakers vuil toen ze in de plas spetterde.
VUIL, bijvoeglijk naamwoord. Vuil. 1. Vies; smerig; smerig; niet schoon; zoals vuile handen.
gemeen; verachtelijk; smerig; onfatsoenlijk. Iemand een vuile streek uithalen.
Vies, smerig, smerig, onaangenaam, armzalig betekent opvallend onrein of onzuiver.
Synoniem van poep
onderbroek = slip (Ruisbroeks (Antw.))
vies (bn): smerig, naar, goor, walgelijk, vuil, bitter, stinkend, onsmakelijk, smoezelig, vunzig, onzindelijk. vuil (bn): vies, smerig, goor, schuin, schunnig, vunzig, obsceen, scabreus.