Volgens de Bijbel (in de boeken Leviticus 11 en Deuteronomium 14) mag je geen onreine dieren eten, zoals het varken, de haas en vele soorten roofvogels en waterdieren zonder vinnen of schubben.
Volgens de Bijbel (in de boeken Leviticus 11 en Deuteronomium 14) mag je geen varkens, schaaldieren en roofvogels eten. Deze dieren worden 'onrein' genoemd.
41 Alle kleine dieren die over de grond kruipen zijn afschuwelijk, en je mag ze nooit eten. 42 Dit geldt voor alle dieren die op hun buik kruipen, evenals voor dieren met vier poten en dieren met veel voeten. Al zulke dieren die over de grond kruipen zijn afschuwelijk, en je mag ze nooit eten.
Je mag geen dieren eten die wel gespleten hoeven hebben, maar niet herkauwen. En je mag ook geen dieren eten die wel herkauwen, maar geen gespleten hoeven hebben. Dat betekent dat kamelen, klipdassen en hazen voor jullie verboden zijn.
Onreine dieren in de Bijbel zijn dieren die het oude theocratische volk van Israël niet mocht eten of aanraken. Je vindt de regels hierover vooral in Leviticus 11 en Deuteronomium 14.
Varkensvlees is het meest vervuilende landdier. Hoewel één maaltijd je niet zal doden, zorgt regelmatige consumptie voor een toxische overbelasting die je lichaam moet zien te verwerken. Dit is waar wetenschap en de Bijbel overeenkomen. Prediker geeft een duidelijke richtlijn: houd je aan dieren met gespleten hoeven die herkauwen.
“Het varken, want het heeft wel gespleten hoeven maar het herkauwt niet, het geldt voor u als onrein. Het vlees van deze dieren mogen jullie niet eten en hun kadavers niet aanraken; zij gelden voor jullie als onrein.” De Bijbel noemt het varken een onrein dier, omdat het zijn eten niet herkauwt.
Voorbeelden van rein vlees zijn onder andere rund, buffel, schaap, geit, hert, gazelle, antilope en bergschaap. Voorbeelden van onrein vlees zijn varken, kameel, haas en klipdas. De Bijbel gebiedt ons ook om geen dierenbloed te eten en geen vlees te consumeren dat aan afgoden is geofferd.
De Bijbel ziet dieren als waardevolle schepselen van God. Hij heeft ze geschapen en zorgt ervoor. De mens heeft de taak om als een goede rentmeester respectvol en liefdevol met dieren om te gaan, al mogen ze volgens de Bijbel wel worden gebruikt voor voedsel en kleding.
Dieren met gespleten hoeven vallen biologisch onder de evenhoevigen (Artiodactyla). Bekende voorbeelden zijn koeien, varkens, schapen, geiten, herten, giraffen, nijlpaarden en antilopen. Ze hebben twee functionele tenen per poot die samen de hoef vormen.
God stelt dat herkauwende dieren met gespleten hoeven gegeten mogen worden (Leviticus 11:3; Deuteronomium 14:6). Dit betreft specifiek runderen, schapen, geiten, herten en gazellen (Deuteronomium 14:4-5). Hij noemt ook dieren als kamelen, konijnen en varkens als onrein, ofwel ongeschikt om te eten (Leviticus 11:4-8).
Bij het mens-zijn zoals God dat leert, hoort de toestemming om dieren te consumeren, maar dat gebeurt wel met groot respect voor het leven van het dier. Het bloed moet worden opgevangen, want het bloed is het leven, en het leven behoort aan God (Genesis 9). En boeren dienen goed voor hun dieren te zorgen (Ex.
Zijn er voedingsmiddelen die een christen niet mag eten? Ja, de Bijbel leert dat er vleessoorten zijn die als 'onrein' (of ongeschikt) voor menselijke consumptie worden beschouwd. Dit zijn onder andere varkensvlees, schaaldieren en het vlees van bepaalde dieren, zeedieren en vogels.
Honden waren onrein en daarom werden ze in Israël een synoniem voor heidenen. Jezus gebruikt de naam 'hond' op die manier (Matteüs 15:26). Op een ander moment zegt Jezus dat je het heilige niet aan de honden moet geven (Matteüs 7:6). Het 'heilige' doelt daar op offervlees of ander aan God gewijd voedsel.
Volgens de evangeliën at Jezus geen vegetariër. Als vrome jood at hij waarschijnlijk lam (tijdens het pesachmaal) en at hij geregeld vis. Hoewel sommige groeperingen (zoals de vroege Essenen) destijds vegetarisch waren, is er geen historisch bewijs dat Jezus dit voorbeeld volgde.
Volgens de joodse spijswetten mag bijvoorbeeld alleen vlees gegeten worden van dieren met gespleten hoeven die herkauwen: vlees van koeien en schapen mag dus wel, maar dat van varkens niet, want die herkauwen niet. Uit het water mogen alleen dieren gegeten worden met vinnen en schubben, dus geen schaaldieren of paling.
Onreine dieren in de Bijbel zijn dieren die het oude theocratische volk van Israël niet mocht eten of aanraken. Je vindt de regels hierover vooral in Leviticus 11 en Deuteronomium 14.
Ze slaan zelfs geen graan op in schuren. Toch zorgt uw Vader in de hemel voor hen” (Matteüs 6:25-26, CEV). Jezus roept ons op om ons te identificeren met de dieren en van hen te leren. Vogels worden een voorbeeld voor het vertrouwen op Gods voorziening (Matteüs 6:25-26; Lucas 12:6-7).
Psalm 34 is een loflied van koning David over Gods redding, bescherming en de oproep om op Hem te vertrouwen in moeilijke tijden. David schreef de psalm toen hij in levensgevaar was en deed alsof hij gek was om te ontkomen.
Het Woord van God, 21 oktober Leviticus 11:13-47 Vermijd het onreine 13 'Deze vogels moet je bovendien verafschuwen; ze zijn afschuwelijk en mogen niet gegeten worden: de arend, de gier en de buizerd, 14 de wouw en de valk, 15 elke raaf, 16 de struisvogel, de uil en de ...
In principe mogen christenen alles eten; er zijn geen algemene spijswetten in het christendom. Volgens het Nieuwe Testament verklaarde Jezus alle voedsel rein. De enige uitzondering in de Bijbel is de richtlijn uit Handelingen 15:29, waarin staat dat men zich moet onthouden van vlees dat aan afgoden is geofferd, van bloed en van vlees van gewurgde dieren.
Om precies te zijn, Jezus dronk water en wijn, at alleen volkorenbrood, onthield zich van varkensvlees en schaaldieren, en at grote hoeveelheden gezonde voedingsmiddelen zoals olijfolie, druiven, vijgen, granaatappels, verschillende soorten groenten en vis. Dit is “de manier van eten van Jezus” [p. xv].
Van christenen wordt verwacht dat zij niet zondigen, wat in de praktijk betekent dat zij handelingen vermijden die indruisen tegen de Bijbelse liefde en de Tien Geboden, waaronder moorden, stelen en afgoden aanbidden. Wat wel en niet mag, verschilt per stroming; er is geen lijst met regels waar elke christen zich exact aan houdt.
Ja, over het algemeen mag een christen halal eten, omdat de Bijbel geen strenge regels heeft voor de herkomst van alledaags voedstuk. De meeste christelijke stromingen en platforms zoals Refoweb en Digibron bevestigen dat dit in de praktijk geen kwaad kan.
Maar dieren die alleen herkauwen of alleen gespleten hoeven hebben, mag u niet eten. Kamelen, hazen en klipdassen zijn herkauwers, maar hebben geen gespleten hoeven; daarom gelden ze voor u als onrein. En zwijnen hebben wel gespleten hoeven, maar herkauwen niet; daarom moet u ook die als onrein beschouwen.