Vóór Jahweh (JHWH) als enige god van Israël werd erkend, kenden de vroege Israëlieten andere goden, met als belangrijkste El en Baäl. Historisch en archeologisch gezien was de vroege religie van de Israëlieten polytheïstisch of henotheïstisch, waarbij Jahweh aanvankelijk een regionale godheid was die op één lijn stond met of opgenomen werd in het oudere Kanaänitische pantheon.
De 'God van Abraham, Isaak en Jakob' wordt niet 'de God van Mozes', maar JHWH, de God van Israël.
Veel geleerden denken dat de Israëlieten waarschijnlijk polytheïstische praktijken beoefenden, die gebruikelijk waren in de oude Semitische religies, omdat de Israëlitische religie een afgeleide was van de Kanaänitische religie en een verscheidenheid aan goden daaruit omvatte, waaronder El, Asjera en Baäl.
Jehovah's Getuigen geloven in een almachtige God, Jehovah. Voor het Wachttorengenootschap is Jezus Christus het grootste voorbeeld. Hij is de eerste die de medemens bekeerd heeft en is de grootste Getuige, maar hij is geen goddelijkheid.
In de joodse traditie is de Godsnaam zo heilig dat hij niet mag worden uitgesproken. Daarom wordt op de plek waar JHWH staat, Adonai (Hebreeuws voor 'Heer') gelezen. In de Septuaginta is het tetragrammaton uiteindelijk vervangen door Kurios, het Griekse woord voor 'Heer'.
Jezus had het joodse geloof. Hij was zelf geen christen, maar een Jood die leefde volgens de joodse wetten, tradities en heilige schriften van zijn tijd.
Er is geen sluitend wetenschappelijk of filosofisch bewijs dat God niet bestaat. Omdat de meeste opvattingen over God verwijzen naar een entiteit of kracht buiten onze fysieke werkelijkheid, kan God niet direct in een laboratorium worden getest of weerlegd.
Het grootste verschil is dat Jehovah's Getuigen de Drie-eenheid en de godheid van Jezus ontkennen, in tegenstelling tot traditionele christenen. Jehovah's Getuigen zien zichzelf wel als een stroming binnen het christendom, maar reguliere christelijke kerken erkennen hen vaak niet als zodanig vanwege deze fundamentele afwijkingen in het geloof.
De zeven heilige namen van God in het jodendom die vanwege hun heiligheid niet mogen worden gewist zijn El, Eloah, Elohim, Shaddai, Ehyeh, Tzevaot en JHWH (sommige tradities rekenen ook Adonai of Ehyeh-Asher-Ehyeh mee in plaats van een van de andere).
De belangrijkste toepassingen van de naam God de Vader in het Nieuwe Testament zijn Theos (θεός, het Griekse woord voor God), Kyrios (d.w.z. Heer in het Grieks) en Patēr (πατήρ, d.w.z. Vader in het Grieks). Het Aramese woord "Abba" (אבא), dat "Vader" betekent, wordt door Jezus gebruikt in Marcus 14:36 en komt ook voor in Romeinen 8:15 en Galaten 4:6.
Jahweh (vaak geschreven als JHWH) betekent "Ik ben er", "Ik ben die ik ben" of "De Eeuwige". Het is de persoonlijke en heilige naam van God in de Hebreeuwse Bijbel (het Oude Testament).
De oorsprong van Israëls god, Jahweh, is al eeuwenlang een onderwerp van belangstelling voor historici van de Israëlitische religie. In tegenstelling tot andere goden uit de IJzertijd – zoals Baäl, El, Asjera en Chemosh – is Jahweh niet terug te vinden in eerdere perioden en lijkt hij ogenschijnlijk uit het niets te verschijnen.
De Naam in de Bijbel: De persoonlijke naam van God in de Hebreeuwse Bijbel wordt weergegeven door vier Hebreeuwse medeklinkers יהוה, bekend als het Tetragrammaton. Deze naam komt bijna 7000 keer voor in de Hebreeuwse Geschriften – veel vaker dan welke andere naam of titel dan ook.
In de Bijbel is de persoonlijke en echte naam van God JHWH (het tetragrammaton), meestal uitgesproken als Jahweh of vertaald als Jehova en 'de HEER'. Daarnaast wordt de naam in de islam aangeduid als Allah en in de joodse traditie vaak omwille van de heiligheid vervangen door Adonai (Heer).
In het jodendom wordt Jezus gezien als een historische Joodse leraar en rabbi. Hij wordt echter niet erkend als de Messias, de Zoon van God of een goddelijk figuur. Omdat hij niet de wereldvrede bracht of Israël verloste, voldoet hij niet aan de Joodse messiaanse verwachtingen.
Hagar gebruikte het Hebreeuwse woord "El Roi" om God te beschrijven, wat "De God die ziet" betekent. Hagar is de enige persoon in het Oude Testament die God een naam gaf. Zelfs Mozes, honderden jaren later, deed dit niet. Mozes vroeg God hoe Hij genoemd wilde worden.
De echte historische naam van Jezus was Jesjoea (of Yeshua), wat in het Hebreeuws en Aramees klonk als een vorm van Jozua. Hij had geen achternaam, maar werd soms aangeduid als Jesjoea bar Jozef (Jozefs zoon) of Jesjoea uit Nazareth.
De Bijbel beschrijft de Drie-eenheid natuurlijk niet, maar toen het christendom de leer van de Drie-eenheid formuleerde, was Jahweh de Vader en Christus zijn Zoon.
De naam van deze God was " Yahweh " (misschien oorspronkelijk "Yahuwah"). De naam werd voor het eerst aan Mozes geopenbaard volgens Exodus 3:12-15. De verhalen over Abraham in Genesis maken duidelijk dat dit de God was die Abraham aansprak als "El" of "El-Elyon", enzovoort. "Yahweh" betekent "Hij zal zijn", wat je misschien even aan het denken zet.
Naast de persoonlijke naam van God JHWH (uitgesproken met de klanken Jahweh of Jehovah), gebruiken christenen ook titels voor God zoals de Hebreeuwse titels Elohim, El-Shaddai en Adonai, evenals Oude der Dagen, Vader/Abba, wat in het Hebreeuws "Allerhoogste" betekent.
De Bijbel noemt Jezus heel veel verschillende namen en titels, waaronder Jezus, Christus, Immanuël, Verlosser en Vredevorst. Er is geen vaste lijst van precies vijf namen, maar deze vijf behoren tot de bekendste.
Feit: Twee mannen die nooit zijn gestorven
Henoch en Elia zijn de enige personen in de Bijbel die niet een natuurlijke dood stierven.
In Nederland wordt de bevindelijk gereformeerde stroming, met kerken zoals de Gereformeerde Gemeenten en de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland, in de in de volksmond vaak als het "zwaarste" christelijke geloof gezien. Dit komt door de strenge leer, de soberheid in het dagelijks leven en de nadruk op de zonde van de mens.
Jehovah's Getuigen mogen geen verjaardagen vieren, geen bloedtransfusies ontvangen en niet meedoen aan politiek. Ze volgen strenge leefregels die zijn gebaseerd op hun uitleg van de Bijbel.
Jehovah's getuigen staan over het algemeen bekend als rustige, nette en behulpzame buren die geen overlast veroorzaken, maar ze leven wel heel afgesloten en vieren geen feestdagen. Belangrijke punten in de omgang zijn rust, het ontbreken van feesten en hun geloofsovertuiging.