Openbaring 2 vers 28 belooft dat Jezus de morgenster zal geven aan wie overwint: een teken van Zijn eigen aanwezigheid, eeuwig leven en de komende nieuwe dag. Dit staat in de brief aan de gemeente van Thyatira.
27 En hij zal ze hoeden met een ijzeren staf; zij zullen als pottenbakkersvaten vermorzeld worden; gelijk ook Ik van Mijn Vader ontvangen heb. 28 En Ik zal hem de morgenster geven. 29 Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt.
In dit vers biedt Jezus nog meer zegeningen aan hen die trouw zijn in wat ze geloven en hoe ze hun leven leiden. "En Ik zal hem de morgenster geven." Jezus geeft een tweede belofte aan overwinnende christenen. Hij zal hun "de morgenster" geven, gemeenschap met de Heer Jezus zelf.
De verwijzing naar de Morgenster in Openbaring 2:28 slaat op de wederkomst van Christus. Met andere woorden, de Morgenster is een andere naam voor Jezus. In Openbaring 22:16 zegt Jezus zelf dat Hij de morgenster is. Petrus verwijst in 2 Petrus 1:19 eveneens naar de wederkomst van Jezus.
Een witte steen werd onder meer gebruikt om vriendschap te sluiten, in de rechtspraak om aan te tonen of iemand schuldig bevonden (een zwarte steen) of vrijgesproken werd (een witte steen) en als uitnodiging voor het overwinningsfeest voor de winnende gladiator.
Kort samengevat: Openbaring 2:17 belooft gelovigen 'verborgen manna' en een 'witte steen met een nieuwe naam', symbolen die geworteld zijn in de Joodse traditie en staan voor Gods voorziening en een unieke, persoonlijke relatie met Christus.
In de bijbel stond een witte steen als symbool voor iemand die is vrijgesproken omdat hij onschuldig is of je kreeg een steen als je winnaar was bij een wedstrijd. Op die witte steen wordt een naam geschreven die bij je past. Een naam die je levensgeheim weergeeft en precies zoals God je bedoeld heeft.
Openbaring 2:26-28. God houdt van Zijn schepping. De zonde heeft haar bedorven, maar nu heeft Hij een plan om haar terug te brengen naar haar oorspronkelijke staat van volmaaktheid, en Hij zal hen belonen die Hem helpen dit plan uit te voeren. De zonde is ontstaan door Satans verlangen om zichzelf boven God te stellen, en zij heeft de harmonie in de hemel verstoord.
Openbaring 2:28; Openbaring 22:16; Maleachi 4:2 - En Ik zal hem de morgenster geven.
Opmerkelijk is dat Jezus zichzelf in het twintigste hoofdstuk van het boek Openbaring (meer dan 60 jaar na zijn opstanding) 'de Morgenster' noemt. Hij had een van de bekende namen in de Schrift kunnen gebruiken; in plaats daarvan koos hij voor deze unieke omschrijving om de hoop en belofte van een nieuw begin te wekken.
“Ik ben de wortel en het nageslacht van David, de heldere Morgenster,” zegt Jezus (Openbaring 22:16 ).
Kort samengevat: De Nikolaiten waren een groep die in Openbaring wordt veroordeeld. Hun leer moedigde christenen aan om voedsel te eten dat aan afgoden was geofferd en om immoraliteit te bedrijven, praktijken die vergelijkbaar zijn met de Bijbelse zonde van Bileam. De strenge waarschuwing aan Efeze wordt gevolgd door een aanmoediging die notoir moeilijk te begrijpen is.
Johannes zegt dat het blijven in Jezus ons vertrouwen geeft wanneer we op een dag voor Jezus zullen staan. In Jezus hebben we een eeuwige hoop. Allen die niet in Hem blijven, zullen zich in schaamte terugtrekken, maar allen die in Hem blijven, hebben vertrouwen. Ons vertrouwen om op de dag des oordeels voor Jezus te staan, berust echter niet op het feit dat we in Hem blijven.
“En het zal geschieden daarna, dat Ik Mijn Geest zal uitstorten over alle vlees; uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw oude mannen zullen dromen dromen, uw jonge mannen zullen visioenen zien. En ook over Mijn dienstknechten en over Mijn dienstmaagden zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten.”
De identiteit van de twee getuigen in Openbaring 11 is niet letterlijk vernoemd, maar christenen en uitleggers denken meestal aan Mozes en Elia, Henoch en Elia, of een symbolische aanduiding van de kerk.
Openbaring 2:17 belooft dat wie overwint verborgen manna en een witte steen met een nieuwe naam zal ontvangen. U kunt de volledige tekst en context nalezen via de Herziene Statenvertaling op de Bijbel online.
Aquila van Sinope leidt het woord hêlêl, de Hebreeuwse naam voor de morgenster, af van het werkwoord yalal (klagen). Deze afleiding werd aangenomen als eigennaam voor een engel die treurt om het verlies van zijn vroegere schoonheid. De kerkvaders – bijvoorbeeld Hiëronymus in zijn Vulgaat – vertaalden dit als Lucifer.
Petrus beschrijft Jezus als de morgenster, een naam die ook in Openbaring 22:16 voor Hem gebruikt wordt. Jezus zal blijvend licht brengen in de wereld en ook in onze harten.
Jezus Christus zelf wordt de morgenster genoemd in Openbaring 22:16, waar hij zegt: "Ik ben de wortel en het nageslacht van David, en de heldere morgenster." De NIV en NASB maken het mogelijk om Satan met Jezus Christus te identificeren.
Vanaf vers 20 beschrijft Johannes hoe Christus omgaat met een figuur die hij Jezebel noemt. De tekst zelf lijkt Jezebel te hyperseksualiseren en haar af te schilderen als een valse profetes die Christus' slaven verleidt tot ontucht en andere vormen van immoraliteit (2:20) en die weigert zich van haar daden te bekeren (2:21).
In dit vers richt Hij zich tot die personen. De leer die zij hadden verworpen, werd voorgesteld als geheim en diepgaand, maar ze kwam van Satan en had vele onwetende leden van de kerk in haar val gelokt. Jezus belooft in dit vers de overgebleven gelovigen te behoeden voor verdere lasten.
Openbaring 21 vers 24 beschrijft de toekomst waarin alle geredde mensen leven in het stralende licht van God, en aardse machten hun eregaven brengen naar het nieuwe Jeruzalem. De kern van dit vers laat zien dat alle volken vrede vinden bij God, dat aardse verschillen verdwijnen en dat God regeert over de hele wereld. Lees de Bijbel in Gewone Taal voor een duidelijke vertaling van deze tekst.
De zeven heilige namen van God in het jodendom die vanwege hun heiligheid niet mogen worden gewist zijn El, Eloah, Elohim, Shaddai, Ehyeh, Tzevaot en JHWH (sommige tradities rekenen ook Adonai of Ehyeh-Asher-Ehyeh mee in plaats van een van de andere).
Naast onze aardse namen zullen we in de hemel nieuwe namen ontvangen (Jesaja 62:2; 65:15; Openbaring 2:17; 3:12). Nieuwe namen maken de oude namen niet ongeldig. Veel mensen in de Schrift hadden meerdere namen: Jakob is ook Israël; Simon is ook Petrus; Saulus is ook Paulus.
In de Bijbel symboliseert de kleur wit vooral heiligheid, reinheid, onschuld en de goddelijke heerlijkheid. Omdat wit licht weerkaatst en in de oudheid stond voor een smetteloze staat, wordt het in de Schrift gebruikt om vergeving van zonden en een leven in het licht uit te beelden.