De mentaliteit van iemand die in armoede leeft (vaak een 'schaarste-mentaliteit' genoemd) is sterk beïnvloed door constante financiële stress en een gebrek aan middelen. Het is minder een aangeboren karaktertrek en meer een psychologisch en gedragsmatig gevolg van omstandigheden.
Wat is armoede? Iemand leeft in armoede als ze na het betalen van de vaste lasten (wonen, energie en zorg) te weinig geld overhouden voor andere basisbehoeften. In Nederland hebben 1,7 miljoen mensen het financieel zwaar. Er leven 551.000 mensen in armoede.
Een alleenstaande die minder dan 60 procent van een doorsnee netto-inkomen heeft, wordt volgens de officiële definitie als arm beschouwd. De jongste cijfers leggen die grens op 1.366 euro voor een alleenstaande, of 2.049 euro voor een koppel zonder kinderen.
Armoede is stressvol, en dat heeft een negatieve invloed op de vorming van het brein. Dat armoede niks goeds betekent voor de perspectieven van een kind wisten we al. Kinderen van ouders met een laag inkomen halen over het algemeen slechtere cijfers op school en hebben vaker leer- en geheugenproblemen.
Armoede heeft invloed op hoe mensen zich voelen. Daardoor zijn mensen in armoede mentaal vaker minder gezond. Ze zijn gemiddeld minder gelukkig en hebben vaker problemen met hun psychische gezondheid. Slaapproblemen, depressie en angstklachten komen bijvoorbeeld vaker voor bij mensen met een laag inkomen.
Armoede signaleren
Er worden doorgaans vier soorten armoede onderscheiden: absolute, relatieve, situationele en generationele armoede. Absolute armoede is wanneer iemand niet in staat is om in zijn of haar basisbehoeften te voorzien vanwege een gebrek aan middelen. Basisbehoeften omvatten voedsel, schoon water en veilige huisvesting.
Ondervoeding verlaagt het IQ met 15 punten . Financiële stress verlaagt het IQ met 10-13 punten.
In kwetsbare sociaaleconomische omstandigheden lopen mensen meer risico op een slechte mentale gezondheid. Onderzoek laat zien dat mensen met bijvoorbeeld een lager inkomen of alleen een basisonderwijsopleiding, vaker kampen met angst, depressie of andere psychische klachten.
Kinderen en jongeren die in armoede opgroeien, lopen ook een groter risico op psychische problemen, waaronder angststoornissen, eetstoornissen en depressie .
Mensen die in steden minder dan ₹47 per dag uitgeven en in dorpen minder dan ₹32 per dag, moeten als arm worden beschouwd.
Dit wordt gekenmerkt door weinig interesse in een goed leven, passiviteit, gebrek aan motivatie en initiatief, een laag intelligentieniveau, afhankelijk denken, afhankelijkheid van hulp van anderen en een gebrek aan levensvaardigheden (om hun leven te plannen en te organiseren), en een slechte opvoeding en zorg voor kinderen door de ouders.
Het onvermogen om een gezin te voeden en te kleden . Gebrek aan toegang tot onderwijs of gezondheidszorg. Geen land hebben om zelf voedsel te verbouwen of geen baan om in het levensonderhoud te voorzien.
Volwassenen die leven met geldzorgen, schulden of armoede hebben vaker chronische stress, een ongezonde leefstijl of chronische ziekten zoals diabetes en hart- en vaatziekten. Ook psychsociale problemen of opvoedproblemen komen vaker voor.
Cirkel van armoede en psychische problemen. Armoede is niet genetisch.
Oorzaken van armoede
Armoede wordt vaak gezien als een gevolg van tekortkomingen bij een individu. Een gebrek aan opleiding of vaardigheden, onvoldoende taalvaardigheid, psychische problemen of verslavingen, een gebrek aan financiële geletterdheid en slechte levenskeuzes zijn enkele factoren die het risico op armoede kunnen verhogen.
De presidenten met de hoogste IQ's waren: John Quincy Adams (175), Thomas Jefferson (160), John F. Kennedy ( 159,8 ), Bill Clinton (159), Jimmy Carter (156,8), Woodrow Wilson (155,2), Theodore Roosevelt (153), Chester A.
Naast de tijdelijke verstoring van de executieve functies, zijn er aanwijzingen dat de cognitieve belasting van armoede een op het heden gerichte denkwijze bevordert, waarbij de onmiddellijke behoeften voorrang krijgen boven beloningen op de lange termijn .
De meest prestatiebelemmerende gewoonte is zonder twijfel de hersenen te behandelen alsof ze een onveranderlijk geheel zijn . Psychologen noemen dit de entiteitstheorie van intelligentie, wat simpelweg de overtuiging is dat aanleg aangeboren en onveranderlijk is.
Er zijn zes soorten armoede, waaronder absolute armoede, relatieve armoede, situationele armoede, generatiearmoede, stedelijke armoede en plattelandsarmoede .
(Verborgen) armoede is relatief hoog onder eenoudergezinnen met alleen minderjarige kinderen en eenpersoonshuishoudens. Eenpersoonshuishoudens vormen hierbij de meest omvangrijke groep verborgen armen. Voor kinderen en ouderen is het risico op armoede het grootst.
Dit komt vaak door een onzeker arbeidscontract, slecht betaalde baan, of het risico op onveilige en ongezonde arbeidsomstandigheden. Andersom is het ook zo. Armoede heeft invloed op de mogelijkheid om werk te vinden. Als je bijvoorbeeld in de bijstand zit, is je sociale netwerk vaak kleiner of minder relevant.