Door WereldData · Gepubliceerd op
De vrouw van Lot veranderde volgens het Bijbelverhaal in een zoutpilaar [5.10] omdat zij omkeek [5.4] naar de vernietiging van de stad Sodom [5.11], ondanks het verbod van de engelen [5.3].
De vrouw van Lot personificeert de onmacht om je volledig over te geven aan het proces van transformatie. Haar verlangen om achterom te kijken staat voor de weerstand tegen verandering en de verleiding om terug te keren naar het oude zelf, de oude gewoonten en het oude leven.
De vrouw van Lot veranderde in een zoutpilaar, omdat ze keek naar naar de brandende stad. Op deze tekening van Hartmann Schedel (1493) is de vrouw van Lot al een zoutpilaar. Het klinkt als een onwerkelijk verhaal.
16 - 23 De vlucht van Lot. 16 [Lot] aarzelde echter; daarom grepen die mannen zijn hand, de hand van zijn vrouw en de hand van zijn twee dochters, omdat de HEERE hem wilde sparen. Zij brachten hem naar buiten en leidden hem buiten de stad.
Na zijn vlucht uit Sodom, gaat Lot met zijn twee dochters in een grot wonen. Omdat zijn dochters daar geen man kunnen vinden, besluiten ze hun vader dronken te voeren om zo met hem te kunnen slapen. Uit deze twee nachten komen twee zonen voort: Moab en Ben-Ammi.
Met zijn twee dochters (wier namen evenmin worden genoemd) woonde Lot in een grot nabij het stadje Zoar, dat op verzoek van Lot gespaard was gebleven. De dochters waren kinderloos en hadden geen man. Daarom besloten zij hun vader dronken te voeren en hem te gebruiken als zaaddonor; dit was dus incest.
Adam en Eva hebben 5 kinderen,: Kaïn, Awan, Abel, Seth en Azura. Hij leefde in Eden. Adam is belangrijk in de bijbel omdat hij de mens heeft 'voortgebracht'. God maakte Adam uit aarde en blies hem levensadem in de neus.
Abraham pakte de ram en offerde hem in plaats van zijn zoon. (...) De engel van de Heer sprak nog een keer vanuit de hemel tegen Abraham.
12 Ook namen zij Lot, de zoon van Abrams broer, en zijn bezittingen mee, en trokken weg; hij woonde namelijk in Sodom. Lot wordt na zijn innerlijke conflicten als gevolg van zijn wonen in Sodom (2Pt 2:8) ook een prooi van uiterlijke conflicten. Hij heeft zijn deel gekozen op aarde en dat wordt hem afgenomen.
Zo werd Lot de verwekker van twee stamvaders van Israël vijandige volkeren: Moab (= uit vader) en Ben-Ammi (= zoon van bloedverwant), respectievelijk van de Moabieten en de Ammonieten.
Bovendien ontdekte ik dat de manier waarop ze achteromkeek wellicht een aanwijzing bevatte over de reden waarom ze achteromkeek: "Maar Lots vrouw keek van achter hem [dwaas en verlangend] achterom [naar Sodom in een daad van ongehoorzaamheid], en ze veranderde in een zoutpilaar." Ze keek verlangend achterom... in een daad van ongehoorzaamheid.
Er is geen sluitend wetenschappelijk bewijs dat de hele Bijbel letterlijk waar is, maar er is wel archeologisch en historisch bewijs dat veel personen, plaatsen en gebeurtenissen uit de Bijbel echt hebben bestaan. Of de Bijbel 'waar' is, hangt af van hoe je het boek leest: als een exact geschiedenisboek of als een geloofsboek.
Lot's vrouw, zoutpilaar, locatie
Als je vandaag langs de oevers van de Dode Zee rijdt, kun je de formatie zien die haar naam draagt. De "pilaar" bevindt zich op de oostelijke flank van de berg Sodom, aan de zuidelijke rand van het Dode Zee-bekken.
De Bijbel bevat teksten die op mensen overkomen als vrouwonvriendelijk, zoals regels over onderdanigheid, maar kent ook verhalen met sterke vrouwen en opdrachten tot liefde. De discussie hierover hangt af van hoe je de oude teksten leest en uitlegt.
Mozes vraagt vervolgens aan God of God Zijn heerlijkheid wil laten zien (Exodus 33:18). Om zo bevestiging te krijgen van Wie God is en dat God Zijn woord zal houden. God gaat hier op in en laat een stukje van Zichzelf zien. God doet dit door Mozes in een kloof in een rots te zetten en Mozes te bedekken met Zijn hand.
De vrouw van Lot sloeg deze raad in de wind. Zij wilde toch nog een blik werpen op Sodom, de stad waar ze zo lang gewoond had. Zij veranderde in een zoutpilaar. Dit beeld staat aan het begin van het kerkhof.
In de Bijbel staat het getal 14 voornamelijk symbool voor verlossing, bevrijding en een dubbele portie geestelijke volmaaktheid (twee keer het heilige getal 7). Het is ook de numerieke waarde (gematria) van de naam David in het Hebreeuws.
Genesis 14 is een spannend verhaal over een oorlog tussen oude stadstaten met een verrassende afloop. Twaalf jaar lang hadden de vier koningen van een oostelijke groep stadstaten – Elam, Shinar, Ellasar en Goiim – geregeerd over de stadstaten in en rond Kanaän.
14Toen Abram hoorde dat zijn neef Lot gevangen was genomen, riep hij de 318 getrainde mannen bijeen die in zijn gezin geboren waren.
In de christelijke en joodse traditie is Satan (Hebreeuws voor 'tegenstander') de bekendste naam van de duivel. Andere veelgebruikte namen zijn Lucifer (de gevallen engel) en Diabolos (Grieks voor 'lasteraar'), waarvan ons woord duivel is afgeleid.
Toen de alliantie de Moabietische hoofdstad Kir-Hareseth belegerde, offerde de Moabietische koning Mesha in wanhoop zijn oudste zoon aan de god Chemosh. Koning Mesha offerde de kroonprins als brandoffer bovenop de stadsmuur, in het volle zicht van de vijandelijke troepen (2 Koningen 3:26-27).
Het verhaal van de verloren zoon is een bekende gelijkenis van Jezus uit de Bijbel (Lucas 15:11-32) over een jongste zoon die zijn erfenis opmaakt, terugkeert naar zijn vader, en met open armen wordt ontvangen.
Hoewel het boek Genesis alleen de geboorte van hun drie zonen Kaïn, Abel en Seth beschrijft, zegt een geslachtsregister kort daarna: "Nadat Seth geboren was, leefde Adam nog 800 jaar en kreeg hij nog andere zonen en dochters." De implicatie in het verhaal is dus dat ze met hun zussen trouwden.
De altijddurende maagdelijkheid van Maria werd ook nog door Maarten Luther en Johannes Calvijn aangehangen, maar tegenwoordig nemen veel protestantse christenen aan dat Maria en Jozef samen later ook andere kinderen hebben gehad.
Omdat 'Eva' een algemene naam is, kan het zijn dat je een van de bekendere personen bedoelt: