Het Oudnoorse woord voor zegenen of wijden is vígja of signa.
De betekenis van het woord zegenen is het uitspreken van goddelijke gunst of bescherming over iemand of iets. Het impliceert het toewensen van voorspoed, geluk of heiliging.
Het Latijnse woord voor zegenen is 'benedicere', dat bestaat uit de combinatie van twee woorden, namelijk: 'bene' dat 'goed' betekent en 'dicere' dat 'zeggen' betekent.
Het Hebreeuwse woord voor 'zegen' (berachah) betekent hier en vaker de 'zegenspreuk', al is dit in de NBV soms verdwenen. Bijvoorbeeld in Psalm 21:7, waar 'u stelt hem (tot) zegen', niet betekent 'u schenkt hem uw zegen' (NBV), maar 'u maakt hem tot zegenformule'.
Zegenen betekent letterlijk 'het goede over iemand uitspreken'. Het is een handeling waarbij je Gods gunst, voorspoed, vrede of bescherming voor een ander afsmeekt of toewenst. Het woord is afgeleid van het Latijnse benedicere en het Griekse eulogeo, wat beide 'goedspreken' betekent.
Etymologie 1
Van Middelengels blessen, van Oudengels bletsian (“wijden (met bloed)”), van Proto-West-Germaans *blōdisōn (“besprenkelen, markeren of heiligen met bloed”), van Proto-Germaans *blōþą (“bloed”), van onzekere oorsprong, mogelijk van Proto-Indo-Europees *bʰleh₃- (“bloeien”).
Andere woorden voor zegening zijn gave, gezegentoestand, heil, heiliging, voorspoed, wijding, zaligheid, zegen, zegenen en zegenwens.
De psalmist zegt dat hij "de HEER te allen tijde zal zegenen ( barak)". Het woord barak (zegenen) is nauw verwant aan berak (knielen) en berek (knie). Wanneer de psalmist zegt dat hij de HEER zal zegenen, suggereert barak dat hij zal knielen om eerbied voor de HEER te tonen en Hem te prijzen.
Een zegenbede in de Bijbel is een krachtig gebed waarin iemand Gods bescherming, genade en vrede over een ander afroept. De bekendste en meest gebruikte zegenbede staat in Numeri 6:24-26. Deze woorden werden door God Zelf aan de priesters opgedragen om het volk te zegenen.
Jezus heet in het Hebreeuws Jesjoea (ישוע) of de langere vorm Yehoshua (יהושע, Jozua). In het moderne Hebreeuws wordt ook de spelling Jesjoe (ישו) gebruikt.
Wat is het tegenovergestelde van zegen? Een antoniem van zegen is plaag.
Deze bekende zin komt uit de Bijbel, namelijk uit Genesis 12:3. God spreekt deze belofte daar uit tegen Abraham (toen nog Abram) wanneer hij hem roept.
Verder kunnen worden genoemd: zegening van het gezin; van een echtpaar, kinderen, verloofden, ouderen, zieken, een vrouw voor of na de bevalling. Ten slotte kunnen gelovigen dieren zegenen, en zaken als een huis, een voertuig of werktuig.
begenadigen (ww): zegenen, begiftigen.
Niet-religieuze alternatieven zijn onder andere "geschenk", "schat", "zegen" en het uiten van dankbaarheid.
Een gebed bij het zegenen zal vaak beginnen met het woordje “moge”: “Moge jou door dit gebaar geschonken worden dat je….” Zegenen is dus meer dan wensen en ook meer dan alleen het uitspreken van voorbeden. Het handgebaar spreekt van een verbinding tussen de Levende en een mensenkind.
Keltische zegen uit “Anam Cara”
Moge de koestering van de aarde er voor u zijn, moge de helderheid van het licht er voor u zijn, moge de beweging van de oceaan er voor u zijn, moge de bescherming van de voorouders er voor u zijn.
In de religie is een zegen (ook gebruikt om het toekennen ervan aan te duiden) het schenken van iets met genade, heiligheid, geestelijke verlossing of goddelijke wil.
Een zegeteken is een ander woord voor een overwinningsteken of trofee. Het is een aandenken of tastbaar bewijs van een overwinning.
Het woord dat in het Oude Testament doorgaans met 'zegenen' wordt vertaald, is het Hebreeuwse woord barak. Barak kan, afhankelijk van de context, veel verschillende betekenissen hebben. Hetzelfde geldt voor het Griekse woord eulogeo, dat vaak met 'zegenen' wordt vertaald.
Tegen de tijd dat we bij het schrijven van Psalm 34 aankomen, is David niet meer samen met zijn beste vriend te zien. Zijn baas, koning Saul, heeft geprobeerd hem kwaad te doen nadat hij klaar was met spelen, en nu moet David vluchten. De plek waar hij zich uiteindelijk verstopt, is Gath (Filistijns gebied).
Psalmen 34:19-20 HTB (Het Boek)
De HERE is heel dicht bij mensen met groot verdriet, Hij helpt hen die terneergeslagen zijn. Vele zorgen en problemen kunnen de gelovige treffen, maar de HERE zal altijd voor uitredding zorgen.
Een netter woord voor poep is ontlasting, stoelgang of uitwerpselen.
De betekenis van het woord zegenen is het uitspreken van goddelijke gunst of bescherming over iemand of iets. Het impliceert het toewensen van voorspoed, geluk of heiliging.
Synoniemen