In het heilige (het voorste vertrek van de Bijbelse tabernakel) stonden drie voorwerpen: de zevenarmige kandelaar (menora), de tafel met de toonbroden en het reukofferaltaar.
Bij het inrichten van de tabernakel gaat de ark der getuigenis (Exodus 25 en 39:35) voorop, het is Gods troon onder Zijn volk Israël, deze staat in het heilige der heiligen en gaat achter het voorhangsel schuil.
De tabernakel symboliseert Gods directe aanwezigheid te midden van zijn volk, de weg van verzoening tussen God en mens, en een schaduwbeeld van Jezus Christus.
Het brandofferaltaar stond tussen de ingang van de tabernakel en de ingang van de voorhof geplaatst en diende voor het verbranden van graanoffers en offerdieren. Het mat vijf bij vijf el en was drie el hoog. Het was van acaciahout vervaardigd en vervolgens met koper bekleed, vandaar de bijnaam 'koperen altaar'.
De tabernakel bestond uit drie hoofdelen: de voorhof, het heilige en het heilige der heiligen. Deze zones bevatten specifieke voorwerpen zoals het brandofferaltaar, de menorah en de ark van het verbond.
Het heilige is het voorste gedeelte van de tabernakel. De priester komt hier tweemaal per dag om wierook te offeren. Ook steekt hij elke avond de olielampen aan. In dit gedeelte zijn de tafel met de toonbroden, de zevenarmige kandelaar en het reukofferaltaar te vinden.
Binnenin bestond de tent der samenkomst uit twee ‘kamers’, die samen de twee overige delen van de tabernakel vormden. De heilige plaats was de eerste ‘kamer’ van de tent der samenkomst en bevatte drie meubelstukken: de gouden kandelaar, de tafel met het toonbrood en het gouden reukaltaar.
Er waren twee altaren, één binnen in de tabernakel en de andere buiten de tabernakel, in de voorhof. Het altaar binnen in de tabernakel werd het reukaltaar genoemd en was gemaakt van acaciahout, bekleed met goud. Het was veel kleiner dan het brandofferaltaar in de voorhof.
De instructies voor de inrichting van de tabernakel gingen over veel meer dan alleen esthetiek. Ze dienden als middel om Israëls morele gebrokenheid te verwerken, herinnerden aan het paradijs en waren ontworpen om van Israël een volk van voortdurende overgave te maken.
In Hebreeën 9:3-4 lezen we dat het Heilige der Heiligen (ook wel het Allerheiligste genoemd) het gouden reukaltaar en de ark van het verbond bevatte. Dit Heilige der Heiligen werd slechts eenmaal per jaar betreden, op de Grote Verzoendag, door de hogepriester (Heb 9:7; vgl.
Blauw symboliseerde de hemel, scharlakenrood bloed en aarde, wit heiligheid en paars koningschap. Samen vormden ze een miniatuurkosmos, een symbolische wereld waar hemel en aarde elkaar ontmoeten. Telkens als Israël de kleuren van de tabernakel zag, werden ze herinnerd aan de realiteit van het verbond: reinheid, opoffering en Gods hemelse koningschap.
Het voorhangsel van de tabernakel is een zwaar, rijkversierd gordijn dat diende als scheiding tussen het 'Heilige' en het allerheiligste ('het Heilige der Heiligen').
Bekende lijsten met zeven christelijke symbolen bevatten vaak het kruis, de vis (Ichthus) en het Christusmonogram (Chi-Rho), aangevuld met andere traditionele kenmerken. Een veelgenoemde overzicht uit de christelijke traditie omvat deze zeven elementen:
Volgens een bekende volkswijsheid staat de zin "wees niet bang" (of "vrees niet") precies 365 keer in de Bijbel: één keer voor elke dag van het jaar. Instagram
De zeven laatste woorden (of kruiswoorden) van Christus zijn zeven zinnen die Jezus volgens de christelijke traditie sprak toen hij aan het kruis hing. Deze uitspraken zijn een verzameling uit de vier verschillende evangeliën in de Bijbel.
De tabernakel is als voorloper van de tempel de centrale plek van de religie. Het is de plek waar de ark van het verbond bewaard wordt. Daarom is de tabernakel het symbool van de aanwezigheid van God. Wanneer Salomo de tempel in Jeruzalem gebouwd heeft, gaan alle functies van de tabernakel over op de tempel.
BELANGRIJKSTE PUNTEN. God wil met zijn volk op aarde wonen, dus geeft hij Mozes de opdracht een tabernakel te bouwen die zijn woonplaats, de hemelse tempel, nabootst. Elk element van de tabernakelstructuur is bedoeld om de Israëlieten uit het oude Israël en de lezers terug te voeren naar het verhaal van Eden.
De tabernakel en de voorhof
De tabernakel was een draagbare tempel – een ‘tent der samenkomst’ – in een verplaatsbare binnenplaats (Exodus 25-31; 35-40). Hij werd gebouwd volgens het patroon dat Jahweh aan Mozes op de berg Sinaï had geopenbaard en werd in de woestijn opgebouwd toen Mozes de Israëlieten van Egypte naar het Beloofde Land leidde.
2 Er werd een tabernakel opgericht. In de eerste ruimte bevonden zich de kandelaar en de tafel met het gewijde brood; dit werd het Heilige genoemd. 3 Achter het tweede gordijn bevond zich een ruimte die het Allerheiligste werd genoemd, 4 waarin het gouden reukaltaar en de met goud bedekte ark van het verbond stonden.
Het bronzen altaar bevond zich direct bij de ingang van de voorhof van de tabernakel. De verschillende dieroffers uit het Oude Testament werden op dit altaar gebracht. Hoewel deze offers de zonde nooit konden wegnemen (Hebreeën 10:11-12), symboliseerden ze het toekomstige Grote Offer dat de zonde zou wegnemen.
In de tabernakel in de woestijn werd bijna alles geheiligd met bloed. De purperen druppels vielen zelfs op het boek en op alle mensen. Het bloed was overal te zien. Zodra je de buitenste voorhof betrad, zag je het grote bronzen altaar; en aan de voet ervan werden voortdurend schalen met bloed uitgegoten.
Het wasbekken was een instrument in de tabernakel en tempels in Jeruzalem dat door de priesters werd gebruikt om hun handen en voeten te wassen. Alle wasbekkens waren van brons gemaakt en stonden naast het brandofferaltaar.
Met de geur van wierook, het kaarslicht en het verse brood was het Heilige der Heiligen een feest voor de zintuigen. Deze drie elementen symboliseren onze behoefte aan God: het brood als levensonderhoud, de wierook als symbool voor onze gebeden die tot God opstijgen en het kaarslicht als symbool voor het licht dat alleen God kan geven.
De tabernakel in de woestijn was een schaduw van de ware tabernakel in de hemel. Het heiligdom en de dienst ervan bevatten geestelijke lessen voor de gemeente van Christus. De eigenlijke tent was een langwerpig vierkant, 30 el lang, 10 el breed en 10 el hoog, en samengesteld uit 48 berderen (of stijlen).
De symboliek van goud: Goddelijkheid en zuiverheid: De inherente zuiverheid van goud maakte het een ideaal materiaal om Gods wezen en de heiligheid van Zijn woonplaats te vertegenwoordigen. Majesteit en pracht: Het gebruik van goud in de Tempel en de Tabernakel bracht de ongelooflijke pracht en majesteit van Gods aanwezigheid onder Zijn volk over.