Jezus noemt varkensvlees nergens bij naam, maar in het Evangelie volgens Marcus (hoofdstuk 7) leert hij dat voedsel de mens niet onrein maakt [5.4], waarmee hij alle etenswaren – inclusief varkensvlees – rein verklaarde [5.4].
De Bijbel verbiedt het eten van varkensvlees in het Oude Testament, maar christenen mogen het in het Nieuwe Testament wel eten. De belangrijkste regels staan in Leviticus 11 en het Nieuwe Testament.
Op zichzelf genomen is Matteüs 7:6 een vreemde uitspraak: " Geef heilige dingen niet aan honden, werp je parels niet voor de zwijnen, opdat zij ze niet vertrappen en zich omkeren en je verscheuren " (vertaling van de auteur).
In het christendom zijn er geen spijswetten, waardoor het eten van varkensvlees is toegestaan. Hoewel varkens in het Oude Testament als onrein worden beschouwd, verklaarde Jezus in het Nieuwe Testament (Marcus 7:14-23) dat al het voedsel rein is. Lees meer over deze theologische verschuiving in de uitleg op de Kuleuven.be.
Onrein zijn alle dieren die hun eten niet herkauwen, en alle dieren die hoeven hebben die niet helemaal gespleten zijn. Onrein zijn ook alle dieren met vier poten die op hun hele voet lopen. Die dieren zijn allemaal onrein voor jullie. Als je een onrein dier aanraakt dat dood is, word je zelf ook onrein.
Zijn er voedingsmiddelen die een christen niet mag eten? Ja, de Bijbel leert dat er vleessoorten zijn die als 'onrein' (of ongeschikt) voor menselijke consumptie worden beschouwd. Dit zijn onder andere varkensvlees, schaaldieren en het vlees van bepaalde dieren, zeedieren en vogels.
In het Nieuwe Testament speelt een kwestie die met vegetarisme als zodanig niets te maken heeft, namelijk of christenen vlees mogen eten dat aan de afgoden geofferd is (1 Kor. 8; Rom. 14). Vleesmarkt en tempel waren vaak verbonden, zoals uit opgravingen gebleken is.
Zowel de islam als het jodendom verbieden het eten van varkensvlees. In beide geloven wordt het varken beschouwd als een onrein dier, zoals beschreven in hun heilige geschriften.
In het Oude Testament staat geschreven dat we geen varkensvlees mogen eten omdat het onrein is. Leviticus 11:7-8: "Het varken, hoewel het gespleten hoeven heeft, herkauwt niet; het is onrein voor u. U mag hun vlees niet eten en hun karkassen niet aanraken; ze zijn onrein voor u."
Het niet eten van varkensvlees komt vooral voort uit religieuze wetten (zoals in de islam en het jodendom), gezondheidsredenen en ethische of ecologische overwegingen.
Hoe dan ook, de demonen bedenken een vreemd alternatief: ze smeken Jezus om hen in een kudde varkens te werpen die op enige afstand van hen aan het grazen was (Lk. 8:22-23). Jezus geeft hun toestemming, maar wanneer ze de varkens binnengaan, stormt de kudde de steile oever af het meer in en verdrinkt!
Varkens zijn ongeveer 114 dagen drachtig. Een handige manier om dit te onthouden is met de regel van 3: 3 maanden, 3 weken, 3 dagen. Varkens bevallen meestal binnen dit tijdsbestek. Veel varkens bevallen precies 114 dagen na het begin van de dracht.
(Psalm 22:16, 20; 59:6, 14; Matteüs 15:26, 27.) Jezus Christus vergeleek mensen die geen waardering hebben voor geestelijke zaken met honden en zei: “ Geef het heilige niet aan de honden, en werp uw parels niet voor de zwijnen, opdat zij ze niet vertrappen.”
Volgens de evangeliën at Jezus geen vegetariër. Als vrome jood at hij waarschijnlijk lam (tijdens het pesachmaal) en at hij geregeld vis. Hoewel sommige groeperingen (zoals de vroege Essenen) destijds vegetarisch waren, is er geen historisch bewijs dat Jezus dit voorbeeld volgde.
Ja, over het algemeen mag een christen halal eten, omdat de Bijbel geen strenge regels heeft voor de herkomst van alledaags voedstuk. De meeste christelijke stromingen en platforms zoals Refoweb en Digibron bevestigen dat dit in de praktijk geen kwaad kan.
In Leviticus 11:27 verbiedt God Mozes en zijn volgelingen het eten van varkensvlees, “ omdat het wel gespleten hoeven heeft, maar niet herkauwt.” Bovendien luidt het verbod: “Van hun vlees zult u niet eten en hun kadavers zult u niet aanraken; ze zijn onrein voor u.” Christenen zijn niet gebonden aan de Mozaïsche wetten.
Leviticus 11:7-9 CSB (Christian Standard Bible)
Hoewel varkens gespleten hoeven hebben, herkauwen ze niet; ze zijn onrein voor u. Eet geen van hun vlees en raak hun karkassen niet aan; ze zijn onrein voor u.
Varkensvlees levert nuttige voedingsstoffen zoals eiwitten en vitamine B1, maar het bevat ook verzadigd vet en kan bij te veel consumptie de darmen belasten. Volgens het Voedingscentrum past het in een gevarieerd patroon mits het met mate wordt gegeten.
Wat het christendom betreft, onthouden alleen bepaalde stromingen die de Joodse spijswetten nog steeds als bindend beschouwen zich van varkensvlees, waaronder Hebreeuwse katholieken, zevendagsadventisten, Hebreeuwse worteljoden en messiaanse joden.
Ja, moslims hebben net als alle andere mensen gewoon schaamhaar.
Ja, christenen mogen varkensvlees eten. In het Nieuwe Testament staat dat alle voedsel rein is verklaard en dat oude Joodse wetten niet meer gelden voor gelovigen.
Schelpdieren waren bijvoorbeeld zeedieren, maar gedroegen zich als stofdeeltjes die over het zeeoppervlak liepen. Zo waren varkens, "omdat ze gespleten hoeven hebben maar niet herkauwen", onrein (Leviticus 11:7), omdat dieren met gespleten hoeven meestal herbivoren waren.
Volgens het Oude Testament mag je bepaalde dieren niet eten, zoals varkens, konijnen, roofvogels en waterdieren zonder schubben of vinnen (zoals paling en schaal- en schelpdieren). Bloed en vlees van wurgdieren zijn eveneens verboden. Binnen het christendom worden deze regels over het algemeen echter niet meer strikt nageleefd.
Volgens het meest recente kerkelijk wetboek is de vrijdag nog altijd een dag waarop katholieken zich moeten onthouden van het eten van vlees of van een andere voedselsoort, conform de voorschriften van de bisschoppenconferentie van hun land (CIC, can. 1251).
Het verzorgen van de aarde en het dierenrijk was inderdaad Gods eerste opdracht aan de mens (Genesis 1:26-28). Aan de andere kant lezen we dat God na de zondvloed de mens toestond vlees te eten (Genesis 9:3). Later nam God het eten van vlees op in het Pesachfeest.