Door WereldData · Gepubliceerd op
Tot slaaf gemaakten hadden tijdens de slavernijperiode zelf geen officiële achternamen, maar voornamen, plantagenamen of de naam van de eigenaar. Pas bij de afschaffing van de slavernij (emancipatie in 1863) kregen zij achternamen toegewezen, waaronder veelvoorkomende namen zoals Pinas (in Suriname), en Martina of Martha (op de Antillen).
Zinspelen op slaveneigenaar
Opmerkelijke familienamen waar we nog wel de Afrikaanse roots in kunnen ontdekken zijn Janga, Leito, Gumbs, Curiel, Doran, Obispo, Rojer, Arrindell, Hodge, Melfor en Wawoe. Dit is uitzonderlijk, omdat Afrikaanse tot slaaf gemaakten bij hun kerstening immers christelijke doopnamen kregen.
Veel tot slaaf gemaakte mannen in de koloniale periode droegen namen als Bacchus, Vergilius, Hannibal, Jupiter, Titus, Cato, Cicero, Hector, Cupido, Primus, Augustus, Scipio, Nero, Hercules en Caesar, terwijl tot slaaf gemaakte vrouwen en meisjes in New England en daarbuiten klassieke slavennamen kregen zoals Venus, Diana, Phoebe, Juno, Daphne, Dido, ...
Typische achternamen die door de afschaffing van de slavernij in 1863 in Suriname en op de Nederlandse Antillen ontstonden, zijn te verdelen in gehechte eigenaarsnamen, omgekeerde woorden (anagrammen) en zelfverzonnen woorden of deugden.
De 10 meest voorkomende achternamen in Nederland zijn De Jong, Jansen en De Vries.
Wang. Wang is een patroniem dat in het Mandarijn 'koning' betekent en wordt door meer dan 92 miljoen mensen in China gedragen, waardoor het qua bevolkingsomvang de meest voorkomende achternaam ter wereld is.
Er bestaat geen vaste of specifieke lijst met achternamen die alleen bij reizigers of woonwagenbewoners (in de volksmond 'kampers' genoemd) horen.
Een slavennaam is de (vaak koloniale of willekeurige) voornaam en soms achternaam die een tot slaaf gemaakte door zijn slaveneigenaar of koloniaal ambtenaar kreeg toegewezen. In bijvoorbeeld Suriname droegen tot slaaf gemaakten oorspronkelijk geen achternamen, maar kregen zij naast een westerse voornaam vaak de naam van hun eigenaar of plantage.
Na de afschaffing van de slavernij namen veel voormalige slaven nieuwe namen en achternamen aan. Dit deden ze ofwel om voor het eerst een achternaam te krijgen, ofwel om een naam of achternaam te vervangen die ze van hun voormalige meester hadden gekregen.
Ja, Nederlanders werden zelf ook tot slaaf gemaakt. Tussen 1600 en 1800 werden duizenden Nederlanders, vaak zeelieden, gevangengenomen door Noord-Afrikaanse Barbarijse zeerovers. Zij werden ingezet als galeislaaf of gedwongen tot zware arbeid, in afwachting van losgeld.
De beste plek om informatie te vinden over een tot slaaf gemaakte persoon van vóór 1812 is in de privéarchieven van de slavenhouder, of in documenten over de eigenaar of zijn of haar bezittingen. Documenten kunnen zich nog steeds in het bezit van de familie bevinden of zijn gedeponeerd in een lokaal archief of bibliotheek in de plaats waar de familie woonde of zich vestigde.
In landen als Mali, Mauritanië en Guinee is deze slavernij nog veel te vinden.
Slaven hebben geen familienamen. Ze hebben alleen een voornaam, bijvoorbeeld Henriëtte of Kwakoe. Als er meer Henriëttes of Kwakoes zijn, komt er vaak wel iets bij: dan wordt het bijvoorbeeld Kwakoe van Maagdenburg (een plantage) of Henriëtte van Van Dijk (een slaveneigenaar).
Een veelvoorkomende mythe: men denkt vaak dat Afro-Amerikanen de achternaam van de slavenhouder aannamen, maar dit is zeker niet altijd het geval. Oorspronkelijk hadden slaven geen achternaam, alleen een voornaam, en namen ze pas een achternaam aan als dat nodig was voor bepaalde documenten of na hun vrijlating.
Uitgestorven achternamen zijn families, zoals historisch Van Assendelft (1668), Huis Brederode (1679) en Van Borssele (1470), waarvan geen levende nageslachten met die naam meer over zijn. Omdat er tienduizenden unieke familienamen in de loopp der eeuwen zijn verdwenen, bestaat er geen complete lijst van alle niet-adellijke namen die ooit hebben bestaan. Wel sterven vooral adellijke geslachten en zeldzame namen met een kleine familiegroep regelmatig uit.
De plantagehouder was de eigenaar van de plantages. Vaak had hij iemand in dienst die de 'tot slaaf gemaakten' controleerde tijdens het werk op het veld. Deze slavendrijver zorgde ervoor dat de slaven hun werk goed deden en niet wegliepen. Tijdens het werk op het veld was het vaak erg warm.
Ondanks zijn onvermoeibare inzet voor de oprichting van een nieuwe natie gebaseerd op de principes van vrijheid en gelijkheid, bezat Jefferson tijdens zijn leven meer dan 600 tot slaaf gemaakte mensen, het hoogste aantal van alle Amerikaanse presidenten.
De Britse punkband Slaves heeft zijn naam veranderd. Volgens de band "vertegenwoordigt de oude naam niet langer wie we als mensen zijn of waar onze muziek voor staat". Het duo, dat drie albums in de Britse top 10 heeft gehad en een Mercury Prize-nominatie op hun naam heeft staan, zal voortaan Soft Play heten.
Andere veelvoorkomende namen voor vrouwelijke slaven waren Bet, Sarah, Nan, Sary of Mary. Halverwege de 19e eeuw hadden veel tot slaaf gemaakten dezelfde namen als hun blanke tegenhangers, zoals Margaret, Sarah, Amanda of Esther.
Ja, er waren vroeger blanke slaven, waaronder Europeanen die door Noord-Afrikaanse piraten werden geroofd, Romeinse slaven uit overwonnen gebieden en slaafgemaakten in oude oosterse rijken.
Vaak zijn Slavische achternamen oude taalbijvoeglijke naamwoorden - чик en чук (chik, chuk) in het Russisch en andere Slavische talen suggereren een beschrijving of een beroep. Soms is het een verkleinvorm van een woord of naam (waardoor het vertrouwd of zelfs schattig wordt).
De meeste slaven waren mensen van de Swahili-kust en Ethiopiërs. Tijdens de reis was de sterfte zelfs nog hoger dan bij de beruchte trans-Atlantische slavenhandel.
Handel in hennep, wapens en synthetische drugs
De kampers in Brabant hebben de vertrouwde autohandel afgelegd en heersen al jaren in de verbouw en handel van hennep en synthetische drugs.
Om precies te weten waar jouw naam vandaan komt, moet ik jouw voor- en/of achternaam weten!
Typische Brabantse achternamen zijn vaak afgeleid van een voornaam (patroniemen zoals Jansen), een boerderij of een plek. Bekende voorbeelden hiervan zijn Van den Broek, Verhoeven en Jansen.