Volgens het bijbelse opschrift is Psalm 42 geschreven door de Korachieten (de zonen van Korach), een familiegroep van zangers en wachters in de tempel.
Psalm 42 heeft als achtergrond dat de zonen van Korach verstoten zijn van de plaats waar ze God mochten dienen in Zijn heiligdom. Er is groot heimwee naar die tijd (vers 5). Ze zijn er vandaan verdreven door de vijanden (verzen 10-11).
Wie is de schrijver van Psalm 42? In 1837, tijdens zijn huwelijksreis, schreef Mendelssohn volgens eigen zeggen, zijn beste religieuze compositie, Psalm 42, voor zangsolisten, koor en orkest: Wie der Hirsch schreit ('t Hijgend hert, der jacht ontkomen), volgens de woorden van Martin Luther (1483 – 1546).
De bekende berijmde tekst van Psalm 42 (volgens de de Berijming 1773) begint met 't Hijgend hert, der jacht ontkomen, gevolgd door de diepe roep om God en de bekende vraag "Wat buigt g' u neder, o mijn ziel?".
De tekst van Psalm 42 in De Nieuwe Psalmberijming (gemaakt door Arie Maasland) begint met de bekende regel over de hinde:
In de psalm beschrijft David de mate waarin hij niet alleen verbannen was, maar zich ook verbannen voelde. Hij schreef over zijn gebrek aan eetlust vanwege zijn verdriet, over hoe zijn vijanden hem bespotten en vroegen waar zijn God was, en over hoe hij zich soms zelfs afvroeg waar God was.
Psalm 42 is een psalm in Psalmen uit de Hebreeuwse Bijbel. Volgens het opschrift van de psalm is deze geschreven door de Korachieten, Israëlitische zangers in de Joodse tempel, afstammelingen van Korach, uit de stam Levi.
Populaire Bijbelverzen uit Psalm 42. Delen
Ja, Hij is mijn reddende genade! Ik verlang ernaar van U te drinken, o God, om diep te drinken uit de stromen van vreugde die uit Uw aanwezigheid voortvloeien. Mijn verlangen naar meer van U overweldigt mij! Mijn ziel dorst, smacht en hunkert naar de levende God.
Dit hoofdstuk voorgelezen (m): De profeet klaagt bitterlijk in zijn ballingschap over het ontberen van den openbaren godsdienst en over de godslasteringen zijner vijanden, waardoor zijn geest overstelpt wordt; doch hij verwekt zijn ziel weder tot een vaste hoop en vertrouwen op Gods genade.
Ten derde zegt Jezus dat zijn ziel "zeer bedroefd" is, een term (περίλυπος) die identiek is aan de Septuagint-vertaling van Psalm 42:5. Deze thematische en lexicale verbanden duiden erop dat Jezus in de Hof van Getsemane naar Psalm 42 verwijst. Hij is de belichaming van de lijdende psalmist.
Veel mensen die geloven dat David de werkelijke auteur is, suggereren dat deze psalm geschreven is tijdens Davids vlucht voor Absalom. In elk geval lijkt het duidelijk dat de auteur schreef in een tijd van vervolging en persoonlijk lijden, wellicht omdat hij niet in staat was om God in Zijn tabernakel te aanbidden.
Het refrein in de twee psalmen (Psalmen 42:5, 11; 43:5) is het duidelijkste teken van hun eenheid. De gewoonte om de psalmen te scheiden is wellicht begonnen met de Griekse vertaling en weerspiegelt een onderscheid tussen klaaggebeden en smeekgebeden.
Psalm 42. In de eerste plaats laat David zien dat toen hij door de wreedheid van Saul gedwongen werd te vluchten en in ballingschap leefde, het hem vooral bedroefde dat hij de toegang tot het heiligdom werd ontzegd; want hij verkoos de dienst aan God boven elk aards voordeel.
Deze psalm drukt een intens verlangen uit om God intiem te kennen. De psalmist vergelijkt zijn dorst naar God met de dorst van een hert naar stromend water. De Hebreeuwse term die vertaald is als "hijgen" of "hijgend" duidt op een intense ervaring. Dit is geen gewone dorst, maar een wanhopige behoefte aan iets essentieels.
De psalmist gebruikt de metafoor van een hert dat dorstig is en naar water zoekt. Hij verlangt wanhopig naar God, net zoals een dorstig dier wanhopig naar een slok water verlangt. Er zijn zelfs mensen om hem heen die suggereren dat zijn God nergens te bekennen is.
Psalm 42 (berijming 1773) Vers 1: 't Hijgend hert, der jacht ontkomen, Schreeuwt niet sterker naar 't genot Van de frisse waterstromen, Dan mijn ziel verlangt naar God. Ja, mijn ziel dorst naar den Heer'; God des levens, ach, wanneer Zal ik naadren voor Uw ogen, In Uw huis Uw Naam verhogen?
De tekst van Psalm 42 in De Nieuwe Psalmberijming (gemaakt door Arie Maasland) begint met de bekende regel over de hinde:
Psalm 42: Verlangen naar U, o God. "Zoals een hert verlangt naar waterstromen, zo verlangt mijn ziel naar U, o God." Telkens als ik het eerste vers van Psalm 42 hoor, voel ik een diep verlangen naar God.
Psalm 42:5 laat ons verlangen naar de nabijheid van God zien.
Mijn redding en mijn God. Waarom bent U zo neerslachtig voor mijn ziel en waarom bent U zo onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem weer prijzen. Mijn redding en mijn God.” Zelfs door het alleen maar te herhalen, voel je de innerlijke onrust van de psalmist terwijl hij dit bidt.
Hoop op God, want ik zal Hem weer prijzen, mijn redding en mijn God. Dat geeft je een aardig idee waar de psalm over gaat. Het gaat over geestelijke neerslachtigheid.
Psalm 42 is een eerlijk lied over diep verdriet, twijfel en een heel sterk verlangen naar God. De kern draait om drie dingen: dorst naar God, neerslachtigheid en hoop op redding.
Allereerst zul je in Psalm 42 en 43 samen zeven verwijzingen naar mijn ziel vinden. Waar veel van de voorgaande psalmen handelden over Davids ziekten, zijn lichamelijk ongemak en fysieke aanvallen, gaat deze psalm, die niet door David maar door de zonen van Korach is geschreven, meer over de ziel.
Toch lijkt Psalm 42, de eerste psalm van boek 2, geschreven te zijn vanuit ballingschap, toen de tempel – die plaats van Gods aanwezigheid – een ruïne was en de ‘vijand’ spotte met de vraag: ‘Waar is uw God?’ (Ps. 42:9-10, vgl.
Watervloed roept tot watervloed, terwijl Uw waterkolken bruisen; al Uw baren en Uw golven zijn over mij heen gegaan. Maar de HEERE zal overdag Zijn goedertierenheid gebieden; 's nachts zal Zijn lied bij mij zijn, een gebed tot de God van mijn leven. Ik zeg tegen God: Mijn rots, waarom vergeet U mij?
In de Bijbel staat het hert symbool voor een diep verlangen naar God, innerlijke kracht en reinheid. Het dier wordt in de teksten gebruikt om hoop, snelheid en behendigheid te beschrijven.