De zes universele karakterdeugden uit de positieve psychologie zijn wijsheid, moed en menselijkheid. Deze worden aangevuld door de categorieën rechtvaardigheid, gematigdheid en transcendentie.
De deugdenethiek richt zich primair op het karakter van een persoon. Een deugd (bijvoorbeeld moed of oprechtheid) is een karaktertrek die bijdraagt aan iemands persoonlijkheid.
De studie van diverse geschriften van filosofen en spirituele leiders in China, Zuid-Azië en het Westen leidde tot het postulaat van zes alomtegenwoordige kerndeugden, namelijk moed, rechtvaardigheid, menselijkheid, gematigdheid, wijsheid en transcendentie (Dahlsgaard et al., 2005).
De zeven klassieke deugden zijn voorzichtigheid, rechtvaardigheid en gematigdheid. Ze bestaan uit vier kardinale deugden en drie goddelijke deugden. Wikipedia
Hoofondeugd/Hoofdeugd:
De zeven hoofdzonden en deugden vormen een traditioneel christelijk overzicht van slechte menselijke neigingen en de goede eigenschappen die daar tegenover staan. De klassieke lijst omvat de hoofdzonden hoogmoed, hebzucht en lust, en de deugden zoals geloof, hoop en liefde. Meer informatie en diepere achtergronden kun je vinden in de katholieke encyclopedie van KRO-NCRV.
Bij menselijke deugden kunnen wij denken aan: goedheid, hulpvaardigheid, eerlijkheid, vriendelijkheid, zachtheid, doorzettingsvermogen, terughoudendheid, wijsheid, inzicht. Een bijzondere groep van de menselijke deugden zijn de kardinale deugden: voorzichtigheid, rechtvaardigheid, sterkte en matigheid.
De vier kardinale deugden volgens Aristoteles zijn wijsheid (of verstandigheid), rechtvaardigheid, moed en gematigdheid. Volgens zijn deugdethiek bereik je het ultieme geluk door in elke situatie het juiste midden te vinden tussen twee uitersten. KU Leuven
1831 De zeven gaven van de Heilige Geest zijn wijsheid, inzicht, raad, kracht, kennis, vroomheid en ontzag voor de Heer. Zij behoren in hun volle omvang toe aan Christus, de Zoon van David. Zij voltooien en vervolmaken de deugden van hen die ze ontvangen. Zij maken de gelovigen volgzaam en bereidwillig om goddelijke ingevingen te gehoorzamen.
Er bestaan eenvoudige deugden zoals orde, beleefdheid, ijver en discipline, en meer complexe deugden zoals eerlijkheid, billijkheid, tolerantie, redelijkheid, moed, liefde en hoop (Com teSponville, 1997). Deugden horen bij levenskunst, praktische wijsheid, het streven naar het goede (Van Tongeren, 2013).
Het christendom kent drie 'goddelijke of theologale deugden': geloof, hoop en liefde. In tegenstelling tot deugden als de rechtvaardigheid, zijn het deugden die gericht zijn op God.
De kardinale deugden zijn vier deugden van verstand en karakter uit de klassieke filosofie. Het zijn voorzichtigheid, rechtvaardigheid, moed en gematigdheid. Ze vormen samen een deugdentheorie van de ethiek.
Dit document somt deugden op en definieert ze, zoals moed, voorzichtigheid, rechtvaardigheid, gematigdheid, nederigheid, loyaliteit, vrijgevigheid, eerlijkheid, geduld, vriendelijkheid, integriteit, ordelijkheid, doorzettingsvermogen, oprechtheid en mededogen.
Een deugdzaam karakter, een toonbeeld van morele uitmuntendheid, spreekt vanzelfsprekend de waarheid, zelfs in moeilijke situaties. Niet uit loutere verplichting of zelfbeheersing, maar omdat eerlijkheid werkelijk aansluit bij hun waarden en verlangens, waardoor waarachtig handelen zowel moeiteloos als bevredigend is.
Devotie. Als Tien Deugden van Maria worden de volgende aan het Nieuwe Testament ontnomen deugden geciteerd: zuiverheid, wijsheid, deemoed, geloof, toewijding, gehoorzaamheid, armoede, geduld, barmhartigheid en compassie.
Vervolgens overwoog hij verschillende deugden die, als hij ze beheerste, zijn ongewenste gedrag zouden tegengaan. Zijn lijst van 13 deugden: Matigheid, Stilte, Orde, Vastberadenheid, Zuinigheid, Vlijt, Oprechtheid, Rechtvaardigheid, Gematigdheid, Netheid, Rust, Kuisheid en Nederigheid.
De zeven christelijke deugden bestaan uit vier kardinale deugden en drie goddelijke deugden: voorzichtigheid, rechtvaardigheid, en gematigdheid. Historiek
De gaven maken het intellect en de wil volgzaam en ontvankelijk voor de inspiraties van de Heilige Geest. Bij de beoefening van de ingegoten deugden hebben de natuurlijke vermogens van de ziel (intellect en wil) de overhand. Bij elke deugd beraadt het menselijk verstand zich en kiest de wil de weg die men zal bewandelen.
Een ondeugd is de gewoonte om het verkeerde te doen. Voorzichtigheid, rechtvaardigheid, standvastigheid en gematigdheid worden de menselijke of kardinale deugden genoemd, omdat ze ons menselijk karakter vormen. Deze vier gewoonten helpen ons een zuiver hart te ontwikkelen dat openstaat voor Gods wil.
Richt je op de klassieke zeven deugden: prudentia (voorzichtigheid), Iustitia (rechtvaardigheid), temperantia (zelfbeheersing) fortitudo (moed), fides (geloof), spes (hoop) en caritas (naastenliefde), dan red je het wel.
In Aristoteles' Nicomacheaanse Ethiek onderscheidt hij twee soorten deugd: intellectuele deugd en morele deugd. Beide zijn essentieel voor menselijk welzijn, maar hun vorming en doel verschillen aanzienlijk.
In onze traditie worden geloof, hoop en liefde de 'goddelijke of theologale deugden' genoemd.
Dit zijn:
In de christelijke geschiedenis combineren de zeven hemelse deugden de vier kardinale deugden – voorzichtigheid, rechtvaardigheid, moed en zelfbeheersing – met de drie theologische deugden – geloof, hoop en liefde.
In de Bijbel is het getal 8 hét symbool voor een nieuw begin, opstanding en overvloed. Het volgt op het getal 7 (dat staat voor voltooiing) en markeert daarmee het begin van een nieuwe cyclus of tijdperk.