Door WereldData · Gepubliceerd op
Volgens de Bijbelse evangeliën waren er verscheidene vrouwen aanwezig bij de kruisiging van Jezus, onder wie Maria Magdalena, Maria (de moeder van Jezus), en Maria, de vrouw van Klopas.
Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria uit Magdala. Johannes lijkt dus te spreken van drie Maria's: Maria, de moeder van Jezus. Maria, de zuster van de moeder van Jezus (die dus ook Maria heette), de vrouw van Klopas.
In de canonieke evangeliën worden de drie vrome vrouwen verschillend beschreven. Matteüs spreekt over drie vrouwen aan de voet van het kruis, twee met de naam Maria (Maria Magdalena, Maria, de moeder van Jakobus en Jozef), en de moeder van de zonen van Zebedeüs, maar hij noemt de Maagd Maria niet (Matteüs 27:55-56).
De vier vrouwen in Jezus' geslachtsregister
Opvallend in dit geslachtsregister is dat er naast Jezus' moeder nog vier vrouwen genoemd worden: Tamar, Rachab, Ruth en Batseba. Deze laatste wordt in vers 6 genoemd als 'die de vrouw van Uria was'.
Maria (de moeder van Jezus) en Maria Magdalena zijn twee volkomen verschillende personen uit de Bijbel: de eerste is de moeder van Jezus uit Nazareth, terwijl de tweede een vrouwelijke volgeling en getuige uit Magdala was.
Ze laat Jezus geboren worden in een Esseense nederzetting bij Qumran aan de Dode Zee. Daar zou ook een Bethlehem hebben gelegen. Jozef en Maria waren lid van deze Esseense gemeenschap. Jezus trouwde later met Maria Magdalena. Ze kregen een dochter en na de kruisiging twee zoons.
Nee, volgens de officiële evangeliën in de Bijbel was Maria Magdalena niet de vrouw van Jezus. Ze wordt daarin wél beschreven als een van zijn belangrijkste en trouwste volgelingen. De gedachte dat zij zijn vrouw zou zijn, komt voort uit latere speculaties en bepaalde gnostische geschriften.
In de geslachtsregister van Matteüs worden vijf vrouwen genoemd : Tamar, Rahab, Bathseba, Ruth en Maria. Hun verhalen, die de daden van de mannen om hen heen overleefden, zijn schokkend. Tamar, de schoondochter van Juda, moest haar schoonvader bedriegen om zwanger te raken en zo haar toekomst veilig te stellen.
De twaalf vergezelden hem, 2 en ook enkele vrouwen die van boze geesten en ziekten genezen waren: Maria uit Magdala, bij wie zeven demonen waren uitgedreven, 3 Johanna, de vrouw van Chusas, de rentmeester van Herodes, en Susanna – en nog tal van anderen, die uit hun eigen middelen voor hen zorgden.
De jonge vrouw Maria, die was gekozen om de moeder van Jezus Christus te zijn, kwam uit Nazareth en was een afstammeling van David. Profeten in het Oude Testament hadden voorspeld dat de Messias uit Davids koninklijke dynastie zou worden geboren (zie bijvoorbeeld Jesaja 11:1).
DICHTBIJ HET KRUIS
Uit deze grote groep vrouwen noemde Mattheüs er slechts drie: Maria Magdalena, Maria, de moeder van Jakobus en Jozef, en de naamloze moeder van de zonen van Zebedeüs.
Het heeft de vrouwen die als eerste naar het graf gaan, zoals de traditie toen zou zijn geweest, het heeft het lichaam dat verdwenen is en hen die het getuigen, en het heeft Jezus die als eerste aan Maria verschijnt. Als het verhaal een leugen was, zouden ze ermee begonnen zijn dat Jezus aan een discipel verscheen.
In Matteüs en Marcus lezen we dat veel vrouwen de gebeurtenissen van een afstand gadesloegen, maar sommigen worden specifiek genoemd als degenen die de details nauwlettend in de gaten hielden: Maria Magdalena en Maria, de moeder van Jakobus en Joses, de moeder van de zonen van Zebedeüs, Johanna en Salome.
“Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder, zijn moeders zus, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena. Toen Jezus zijn moeder daar zag staan, en de discipel die hij liefhad vlakbij zag staan, zei hij tegen haar: ‘Vrouw, zie, uw zoon is hier,’ en tegen de discipel: ‘Zie, uw moeder is hier.
Het betreft de volgende perikopen: Lc 8, 2: Maria Magdalena wordt geïdentificeerd met de 'zondige vrouw' uit de voorafgaande perikoop (7,36-50) die Jezus' voeten natmaakt met haar tranen, ze kust, zalft en met haar haren afdroogt. Jezus zegt over haar dat haar vele zonden vergeven zijn, en dat zij grote liefde toont.
Over het latere leven van Maria Magdalena na de opstanding van Jezus vermeldt de Bijbel niets, maar latere tradities spreken over een reis naar Frankrijk, een sterfdag in Efeze en hardnekkige misverstanden over haar identiteit. Er is geen betrouwbare historische informatie over haar verdere leven.
De twaalf apostelen waren bij hem, evenals enkele vrouwen die genezen waren van boze geesten en ziekten: Maria, ook wel Magdalena genoemd, uit wie zeven demonen waren uitgedreven, Johanna, de vrouw van Herodes' rentmeester Chuza, en Susanna, en vele anderen, die hen van hun middelen onderhielden.
De verhalen van deze grote vrouwen uit de Bijbel – Maria, Esther, Ruth en Maria Magdalena – zijn ook vandaag de dag nog belangrijk. Ze dienen als blijvende voorbeelden van geloof, moed en loyaliteit en illustreren de kracht van vertrouwen in Gods plan.
Het belangrijkste verschil is dat Maria de moeder van Jezus is, terwijl Maria Magdalena een volgelinge en leerlinge van Jezus was. Het zijn twee volkomen verschillende personen uit de Bijbel, ondanks dat ze dezelfde voornaam delen.
103:4 In de geslachtslijn van Jezus komen vier vrouwen voor. (Mattheüs 1:1-16) Het is interessant dat het niet Sarah, Rebekka, Lea of Rachel zijn, de echtgenotes van de machtige mannen uit het Oude Testament. In plaats daarvan zijn het Tamar, Rahab, Ruth en Bathseba, vrouwen met een twijfelachtige achtergrond.
Tamar was de schoondochter van Juda, de zoon van Jakob en kleinzoon van Abraham. Tamar verleidde Juda tot seksuele gemeenschap met haar, en ze raakte zwanger van twee zonen, van wie er één de zaadzoon van de Verlosser, Jezus Christus, werd.
Maria Magdalena, Johanna, Susanna en de andere vrouwen die Christus vanuit Galilea volgden, zijn krachtige voorbeelden van discipelen die bijdragen aan de opbouw van Gods koninkrijk. Ze leren ons aanwezig te zijn bij hen die lijden, moedig te zijn en Jezus niet te verlaten – zelfs niet in moeilijke tijden.
De altijddurende maagdelijkheid van Maria werd ook nog door Maarten Luther en Johannes Calvijn aangehangen, maar tegenwoordig nemen veel protestantse christenen aan dat Maria en Jozef samen later ook andere kinderen hebben gehad.
' [16] Jezus zei: 'Maria!' Ze keerde zich nu naar Hem toe en zei: 'Rabboeni!' (Dat is het Hebreeuws voor: meester). [17] 'Houd Me niet vast', zei Jezus.
In De Da Vinci Code wordt Maria Magdalena afgebeeld als iemand van koninklijke afkomst (via het Joodse Huis van Benjamin) en als de vrouw van Jezus, die uit het Huis van David stamt. Na Jezus' kruisiging vluchtte ze naar Gallië, waar ze onderdak vond bij de Joden van Marseille. Ze baarde een dochter, die Sarah heette.