Bij co-ouderschap hangt het kindgebonden budget af van wie de kinderbijslag ontvangt; de ouder op wiens naam de kinderbijslag staat bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) krijgt ook het kindgebonden budget van de Belastingdienst.
Bij co-ouderschap kun je het kindgebonden budget alleen verdelen als je twee of meer kinderen hebt en je voor de kinderbijslag de aanvraag slim verdeelt via de Sociale Verzekeringsbank. Heb je maar één kind, dan kan de toeslag van de Belastingdienst maar aan één ouder worden uitbetaald.
Een ouder heeft recht op kindgebonden budget als deze kinderbijslag ontvangt en minstens 1 kind heeft onder de 18 jaar. Er is wel een maximumgrens aan het inkomen. Boven deze grens is er geen recht op kindgebonden budget.
Het kindgebonden budget gaat naar degene die de kinderbijslag krijgt. Als u de kinderbijslag krijgt, hoeft u verder niets te doen. We blijven het kindgebonden budget aan u uitbetalen. Als u geen toeslagpartner hebt, verhogen we het bedrag automatisch met de aanvulling voor een alleenstaande ouder.
U bent co-ouder en heeft samen 2 of meer kinderen
U kunt voor 1 ouder kiezen of u kunt beiden aanvrager worden voor de verschillende kinderen. Voldoet u beiden aan de voorwaarden? Dan kunt u beiden kindgebonden budget krijgen. Geef uw keuze aan ons door via contact.
Als één ouder geen co-ouderschap wil, is dat niet direct wettelijk afdwingbaar, en wordt er gezocht naar een alternatieve omgangsregeling via overleg, mediation of de rechter. Co-ouderschap is immers geen verplichting in de wet.
Daar kunnen we heel concreet antwoord op geven. U mag in 2026 maximaal € 146.011 vermogen hebben als u geen toeslagpartner hebt. En € 184.633 als u wel een toeslagpartner hebt.
Co-ouderschap brengt administratieve en fiscale complexiteit met zich mee. Hoofdelijke nadelen zijn de noodzakelijke dubbele inrichting voor de kinderen (zoals kleding en meubilair), hogere reiskosten, en het risico op mislopen van de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) als het kind niet op jouw adres staat ingeschreven.
Geld dat niet aangetast mag worden bij een scheiding kan bestaan uit geld dat u vóór uw huwelijk hebt ontvangen, een schenking of erfenis die u tijdens uw huwelijk hebt gekregen, of inkomsten die u na de datum van uw scheiding van uw partner hebt verdiend.
Het kindgebonden budget wordt door de Belastingdienst aan één ouder uitgekeerd, namelijk degene die de kinderbijslag ontvangt. Je kunt dit bedrag niet automatisch via de overheid splitsen voor één kind, dus jullie moeten de verdeling zelf onderling regelen of verrekenen via de alimentatie.
Als alleenstaande ouder heb je recht op toeslagen, zoals kindgebonden budget met extra alleenstaande ouderkop, kinderopvangtoeslag en soms aanvullende regelingen via gemeente of fondsen. Kinderbijslag geldt voor alle ouders met thuiswonende kinderen tot 18 jaar, ongeacht inkomen.
Voor toeslagen hebben we het over een 'toeslagpartner'. Een toeslagpartner is iemand die meetelt voor de toeslagen. Dit betekent dat het inkomen en vermogen van u allebei meetelt voor de toeslag, en dat u de toeslag samen krijgt.
Het kindgebonden budget daalt vanaf 2027 voor alle huishoudens met een inkomen boven de €60.000 per jaar. Met deze hervorming wordt deze toeslag vanaf een inkomen van € 60.000 per jaar sneller afgebouwd. Dit betekent dat huishoudens met een hoger inkomen minder recht hebben op deze bijdrage.
Wat betekent 50/50 co-ouderschap in de praktijk? Bij een 50/50 verdeling verblijven kinderen ongeveer evenveel tijd bij beide ouders. Deze vorm wordt vaak gezien als eerlijk en gelijkwaardig.
Bij een 60/40 co-ouderschap verblijft het kind 60% van de tijd (ongeveer 4 dagen) bij de ene ouder en 40% (ongeveer 3 dagen) bij de andere ouder. De zorg- en opvoedtaken worden hierbij gedeeld. Vaak wisselen ouders af per week of gebruiken ze een schema zoals de 2-2-3 regeling.
Co-ouderschap vereist intensief overleg en logistieke planning. Nadelen zijn onder meer de zware wissel op de agenda’s van kind en ouder, dubbele kosten voor kinderspullen, en het risico op loyaliteitsconflicten of onrust bij kinderen als de communicatie tussen ex-partners stroef verloopt.
Over het algemeen lijden vrouwen financieel meer onder een scheiding dan mannen.
Als je niet getrouwd bent, dan ben jij uiteraard de enige eigenaar van het geld op je eigen spaarrekening. Het maakt daarbij niet uit of je feitelijk of wettelijk samenwoont. Het geld blijft van jou als je uit elkaar gaat. Het zou wel kunnen dat je je partner ooit een volmacht gaf op je eigen spaarrekening.
Hoewel alle bezittingen van beide partijen geanalyseerd kunnen worden, zijn er bepaalde bezittingen die doorgaans niet in een scheidingsregeling worden opgenomen. Deze worden niet-huwelijksgoederen genoemd en zijn over het algemeen in het bezit van een persoon vóór het huwelijk, of zijn door een externe partij voor een van de partijen aangeschaft. Voorbeelden hiervan zijn: erfenissen.
Uit onderzoek van Sarah Westphal blijkt dat kinderen het gelukkigste zijn, als ze afwisselend bij beide ouders wonen. Kinderen die afwisselend bij beide ouders wonen, hebben een hoger sociaal en psychisch welzijn dan kinderen die bij één van beide ouders wonen.
Ja, ook bij co-ouderschap moet je vaak kinderalimentatie betalen. Hoewel de zorg en kosten worden gedeeld, is de regel dat de ouder met het hoogste inkomen een bijdrage betaalt aan de ouder met het laagste inkomen. Dit zorgt ervoor dat de kinderen in beide huishoudens dezelfde levensstandaard behouden.
Een scheiding is vaak het moeilijkst voor kinderen tussen de 9 en 12 jaar (de late kindertijd). Op deze leeftijd begrijpen kinderen de situatie goed, maar zijn ze nog te jong om de emotionele gevolgen zelf op te lossen.
In 2026 mag je voor het kindgebonden budget maximaal € 146.011 aan vermogen hebben als alleenstaande en € 184.633 als je een toeslagpartner hebt. Belastingdienst
Als alleenstaande ouder krijg je extra kindgebonden budget via de alleenstaande-ouderkop, afhankelijk van je inkomen, het aantal kinderen en de leeftijd van je kinderen. Je ontvangt deze inkomensafhankelijke bijdrage automatisch van de Belastingdienst als je er recht op hebt.
Samenwonen heeft directe gevolgen voor je kindgebonden budget: je krijgt een toeslagpartner, je gezamenlijke inkomen telt mee, en de hoogte van het bedrag kan veranderen of de toeslag kan stoppen. Je kunt wijzigingen doorgeven via Mijn Toeslagen.