Psalm 2 was oorspronkelijk bedoeld voor de aardse koningen van Israël (zoals koning David) en wijst daarnaast profetisch vooruit naar de Messias (Jezus Christus) en de wereldleiders.
Psalm 2 is een profetische koningspsalm die de wereldwijde strijd beschrijft tussen de opstandige mensheid en Gods heerschappij, met Jezus als de ultieme Koning. De psalm roept op tot gehoorzaamheid aan Hem om het oordeel te ontlopen en Zijn zegen te ontvangen.
Opstand tegen Gods heerschappij
Deze psalm werd geschreven door koning David en richt zich op de troonbestijging van Gods koning (Handelingen 4:25). Het wordt echter al snel duidelijk dat deze psalm over meer gaat dan alleen een aardse koning; de aandacht van de lezer wordt gevestigd op Gods gezalfde zoon.
In deze psalm gaat het steeds over Gods Zoon. De Heere Jezus is de Zoon van God. Hij is God en werd mens toen Hij geboren werd uit Maria. Alleen zo kan Hij de Redder van zondaren zijn.
Toepassing | Hoe is Psalm 2 vandaag de dag van toepassing? We moeten kiezen tussen twee paden: we kunnen God trotseren en ten onder gaan, of ons aan Hem overgeven en gezegend worden.
Psalm 2 wordt algemeen erkend als een messiaanse profetie, die de kroning beschrijft van een koning die met goddelijk gezag zal regeren. Dit artikel belicht de messiaanse thema's in Psalm 2 en de profetische betekenis ervan door de tekst en de historische context te onderzoeken.
Er wordt in de brontekst geen auteur gegeven bij de psalm, hoewel de psalm traditioneel wordt toegeschreven aan koning David. In de Vulgaat begint de psalm met de tekst Quare fremuerunt gentes, "Waarom woeden de heidenen".
(Psalm 2:10-12) De heersers van de volken wordt opgedragen de zoon te kussen, dat wil zeggen, eer te betuigen aan de Davidische Koning – de Zoon van David, die ook bekend zal staan als de Zoon van God (2 Samuel 7:12-15).
In het Hebreeuws van het Oude Testament heten de psalmen tehillim, dat betekent: lofliederen. Deze benaming is afgeleid van het woord halal – dat we herkennen in de uitroep 'halleluja' – en het betekent zoiets als: juichen, jubelen, prijzen en loven.
Ze laat Jezus geboren worden in een Esseense nederzetting bij Qumran aan de Dode Zee. Daar zou ook een Bethlehem hebben gelegen. Jozef en Maria waren lid van deze Esseense gemeenschap. Jezus trouwde later met Maria Magdalena. Ze kregen een dochter en na de kruisiging twee zoons.
"U zult hen verbrijzelen met een ijzeren staf; u zult hen verbrijzelen als aardewerk." Hoewel David een groot koning was, erfde hij niet alle volken en veroverde hij niet de uiteinden der aarde tijdens zijn leven. Daarom was het nodig dat de ware Koning zou opstaan: Jezus Christus.
Het lezen van Psalm 2 op Paaszondag verkondigt ons dat Jezus is opgestaan om te regeren. Door de opstanding is Jezus aangesteld als Heer over alle dingen en zal hij regeren totdat al zijn vijanden zijn overwonnen: de goddelozen, de boosaardige tirannen en zelfs de dood zelf.
De bekendste psalm is psalm 23, De Heer is mijn herder. Mij ontbreekt niets. Deze psalm zou geschreven zijn door koning David in een tijd van strijd.
In de Bijbel symboliseert het getal 2 vaak bevestiging, getuigenis en verbinding, maar het staat ook voor dualiteit (onderscheid). Het geeft aan dat iets onherroepelijk vaststaat of dat twee entiteiten elkaar versterken.
Psalm 2 beschrijft hoe de heersers van aardse volken zich verzetten tegen Gods Gezalfde, Gods uitverkoren koning, maar Gods uitverkoren koning kan niet verslagen worden. Hij regeert in superioriteit boven alle andere koningen. Zijn bondgenoten vinden hun toevlucht bij hem. Zijn vijanden zullen in hem ten onder gaan.
Psalm 2 vers 7 is een bekend koninklijk en profetisch vers in de Bijbel waarin God de Heere Zijn Zoon (de gezalfde Koning) aanstelt en bevestigt. In het Nieuwe Testament wordt dit vers door de apostelen direct toegepast op Jezus Christus.
De zeven boetepsalmen zijn Psalm 6, 32, 38, 51, 102, 130 en 143. Dit is een bekende en oude groep liederen uit de Bijbel.
Waarom? Het stond wel in de vroegste Griekse vertalingen van het Oude Testament, maar toen Hiëronymus de Psalmen in de 4e eeuw na Christus in het Latijn vertaalde, gebruikte hij de Hebreeuwse Masoretische tekst van het Oude Testament, waarin Psalm 151 niet was opgenomen.
'Shalom' (שָׁלוֹם) is een Hebreeuws woord dat vrede, harmonie, heelheid en welzijn betekent. Het gaat veel verder dan de afwezigheid van oorlog; het staat voor een staat van compleet zijn, voorspoed en innerlijke rust. In Israël wordt het zowel als 'hallo' en als 'tot ziens' gebruikt.
Rabbijnse interpretatie van Psalm 2:7 – De Messias
Zij interpreteren Psalm 2 als een verwijzing naar de toekomstige oorlog tussen Gog en Magog (Ezechiël 38-39) en naar de toekomstige messias. Deze rabbijnse lezingen vormen dus een continuïteit met wat we aantroffen in teksten uit de late Tweede Tempelperiode, waaronder, tot op zekere hoogte, het Nieuwe Testament.
God spreekt Zijn Zoon aan als Zijn eniggeborene. Deze passage voorspelt dat de gezalfde Koning – de Messias – de opstandige volken met een ijzeren staf zal verpletteren. De psalmist spoort de koningen en heersers van de aarde aan zich te onderwerpen aan de heerschappij van de Zoon en een vriendschappelijke relatie met Hem aan te gaan.
12 Kus de Zoon, opdat Hij niet toornig wordt en u op de weg omkomt, want Zijn toorn ontbrandt snel. Zalig zijn allen die hun toevlucht tot Hem nemen. Hoe kan ik al mijn vijanden (zonde, dood en de duivel) in één keer overwinnen?
De term in Psalm 2 is een adoptieformule, waarbij niet de gedachte heerst dat nu Israëls koning ook vergoddelijkt is. Israëls koning is niet een mens als anderen, maar toch is hij ook geen god. Deze goddelijke aanstelling tot zoon van God geeft hem ook het recht om de einden der aarde als erfelijk bezit te vragen.
De verwijzingen in Psalm 2 naar Gods ‘gezalfde’ (Hebreeuws mashiah, ‘messias’) hebben heel concreet betrekking op de aardse Davidische vorst die over Israël heerste. Het Nieuwe Testament gebruikt later dezelfde terminologie van Gods gezalfde, of messias, om Jezus te beschrijven.
David zei: 'Ik wilde graag een tempel bouwen voor de Heer, mijn God. Maar de Heer zei tegen mij: 'Jij hebt veel mensen gedood, en grote oorlogen gevoerd. Daarom mag je geen tempel voor mij bouwen. Maar je zult een zoon krijgen die Salomo zal heten.