De verzen 52 en 53 van Mattheüs 27 beschrijven een krachtig teken rond het sterven en de opstanding van Jezus: een voorproefje van de overwinning op de dood, de macht van God, en een bewijs van de nieuwe eeuwigheid.
Psalm 52 gaat over de strijd tussen kwaad en goed, de hoogmoed van slechte mensen en het vaste vertrouwen op Gods goedheid.
Maar zij riepen des te meer: Laat Hem gekruisigd worden! 24Toen Pilatus zag dat hij niets bereikte, maar dat er veeleer opschudding ontstond, nam hij water, waste zijn handen voor de ogen van de menigte en zei: Ik ben onschuldig aan het bloed van deze Rechtvaardige. U moet maar zien.
Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult niet echtbreken. Maar Ik zeg u: Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd.
Als Jezus zijn gelijkenissen heeft uitgesproken, maakt hij een laatste vergelijking: 'Iedereen die leerling in het koninkrijk van de hemel is geworden, lijkt op een huismeester die uit zijn voorraadkamer nieuwe en oude dingen te voorschijn haalt' (13: 52). Het is een zin die me altijd heeft geïntrigeerd.
13:52). Discipelschap gaat vooraf aan begrip; alleen zij die getraind zijn voor het koninkrijk – alleen zij die het juk van Christus op zich hebben genomen – zijn in staat om naast de oude ook nieuwe schatten voort te brengen.
'Jezus zegt dat Hij bewust in gelijkenissen spreekt, omdat anders de mensen zich kunnen bekeren en vergeven kunnen worden. Met andere woorden, als Hij niet in gelijkenissen zou spreken en ze dus zouden begrijpen wat Hij zegt, dan zouden ze wel kunnen geloven en vergeven worden.
De wet van Mozes zegt: “U mag geen overspel plegen.” Maar Ik zeg: wie met begerige ogen naar een vrouw kijkt, heeft in zijn hart al overspel met haar gepleegd. Als uw oog u tot verkeerde dingen brengt, ruk het dan uit en gooi het weg.
In Matteüs 7:24-27 vertelt Jezus de gelijkenis over de twee bouwers: de wijze man die zijn huis op een rots bouwde en de dwaze man die zijn huis op zand bouwde. Wie naar Zijn woorden luistert en ze doet, blijft staande tijdens de storm. Wie alleen luistert en niet handelt, stort zwaar in. Je kunt de tekst nalezen in de Bijbel in Gewone Taal.
In de Bijbel is Israël het beloofde land en het verbondsvolk van God, met een centrale rol voor Abraham, de afkomst van Jezus, en toekomige eindtijdverwachtingen.
Volgens de Bijbel hadden Jozef en Maria geen seks vóór en tijdens de geboorte van Jezus, maar vermeldt de tekst over de periode daarna verschillende opvattingen. De precieze invulling verschilt per geloof en christelijke stroming.
Toen hij op 16 maart 37 in Rome aankwam, was de keizer al gestorven. Daarna zou hij verbannen geweest zijn naar Vienne (Zuid-Gallië, het huidige Zuid-Frankrijk), waar hij volgens Eusebius (historicus uit de vierde eeuw na Christus) zelfmoord pleegde.
In de evangeliën, de eerste vier boeken van het Nieuwe Testament, gelooft Pilatus dat Jezus onschuldig is aan elk misdrijf. In sommige evangeliën verklaart hij dit zelfs in het openbaar.
Psalm 52 werd geschreven door David voordat hij koning werd. Op de vlucht voor koning Saul zocht David de hulp van Ahimilek, een priester. Een man genaamd Doeg, die Ahimilek David zag helpen, verraadde de priester aan Saul. Als wraak beval Saul dat Ahimilek en zijn familie gedood moesten worden.
Daarom hebben we alle reden om Psalm 52 vol vertrouwen te bidden. Om dit in mijn leven toe te passen, kan ik mezelf eraan herinneren: ik vertrouw op Gods trouwe liefde. God maakt van mij een bloeiende olijfboom.
Deze psalm is gericht aan Doeg, een Edomietische herder die Saul vertelde over Davids ontmoeting met een plaatselijke priester (1 Samuel 21:1-9; 22:9-10). Doeg vermoordde vervolgens de priesters en hun families in opdracht van Saul (1 Samuel 22:17-19).
Daarna zei Jezus tegen zijn leerlingen: 'Wie bij Mij wil horen, moet zichzelf niet belangrijk vinden. Hij moet zijn kruis opnemen en Mij volgen. Want wie zijn leven wil behouden, zal het verliezen.
Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden. Want een ieder, die bidt, ontvangt, en wie zoekt, vindt, en wie klopt, hem zal opengedaan worden. Of welk mens onder u zal, als zijn zoon hem om brood vraagt, hem een steen geven?
In Matteüs 7:24-29 maakte hij treffende opmerkingen over het leven van een wijze huizenbouwer en een dwaze. De wijze bouwt zijn huis op de rots, de dwaze op het zand. Misschien herinnert u zich dit verhaal nog, maar zo niet, dan hoeft u geen expert in de Engelse taal en letterkunde te zijn om de beeldspraak die Jezus gebruikte te begrijpen.
18 Want hij wist, dat zij Hem door nijdigheid overgeleverd hadden. 19 En als hij op den rechterstoel zat, zo heeft zijn huisvrouw tot hem gezonden, zeggende: Heb toch niet te doen met dien Rechtvaardige; want ik heb heden veel geleden in den droom om Zijnentwil.
In Matteüs 7:24-27 vertelt Jezus de gelijkenis over de twee bouwers: de wijze man die zijn huis op een rots bouwde en de dwaze man die zijn huis op zand bouwde. Wie naar Zijn woorden luistert en ze doet, blijft staande tijdens de storm. Wie alleen luistert en niet handelt, stort zwaar in. Je kunt de tekst nalezen in de Bijbel in Gewone Taal.
De Bijbel beschouwt overspel (vreemdgaan) als een ernstige zonde en een schending van het huwelijksverbond. Toch is er in de teksten ook veel ruimte voor vergeving, genade en het herstel van relaties.
Voor het jodendom is Jezus een historische figuur, maar hij wordt niet erkend als de Messias of de Zoon van God. De meeste joodse teksten beschouwen hem als een leraar of rabbi, en sommige latere geschriften, zoals de Talmoed, noemen hem kritisch of zelfs controversieel.
De tien beroemdste uitspraken van Jezus zijn de Gulden Regel, "Ik ben de weg, de waarheid en het leven" en "Heb je vijanden lief". Deze citaten komen uit de evangeliën in de Bijbel.
De leer van de drie-eenheid gaat over het centrale mysterie van het christelijk geloof en leven. De Kerk leert dat de ene God zich heeft geopenbaard als de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De christelijke geloofsleer stelt evenals het jodendom en de islam dat er één God is (monotheïsme).