Lilith heeft geen nationaliteit, omdat zij een mythologisch en demonisch figuur is uit de oude Mesopotamische en joodse mythologie en geen echt mens.
Volgens het verhaal van de "eerste Eva" werd Lilith door God uit stof geschapen en in de tuin bij Adam geplaatst, totdat er problemen ontstonden tussen Adam en Lilith toen Adam probeerde de overhand over Lilith te krijgen. Een verhaal vertelt dat Lilith weigerde onder Adam te liggen tijdens de seks.
De Bijbel noemt Lilith slechts één keer, en wel in het Bijbelboek Jesaja 34:14, waar ze wordt omschreven als een nachtelijk woestijndier of nachtelijke demon die ronddoolt in de ruïnes van een vervallen land.
Lilith dook voor het eerst op in de oude Mesopotamische literatuur als een demon die mannen verleidde, kinderen vermoordde en kon vliegen als de wind. Maar echt bekend werd zij door Het Alfabet van Ben Sirach, een middeleeuwse satiretekst over de joodse Talmoed.
De oorsprong van Lilith is niet zonder problemen, zowel tekstueel als qua verhaal. In de Bijbel komt de naam alleen voor in Jesaja 34:14 en wordt dan in de Nederlandse Statenvertaling met “nachtgedierte” vertaald.
Adam werd volgens Genesis 1 door God uit leem gemaakt naar zijn eigen voorbeeld. En net als bij de dieren, schiep God de mens uit twee gelijke wezens, de man en de vrouw. De man heette Adam en de vrouw heette Lilith.
Het verhaal gaat dat Lilith uit Eden werd verbannen en dat God vervolgens Eva schiep, onderdanig omdat ze van een stukje Adam was gemaakt. In sommige van deze mythen over Lilith werd ze een demon of een heks, een soort bovennatuurlijke boosaardige figuur.
In Hebreeuwse teksten komt de term lilith of lilit (vertaald als "nachtwezens", "nachtmonster", "nachtheks" of "schreeuwuil") voor het eerst voor in een opsomming van dieren in Jesaja 34. De verwijzing naar lilith in Jesaja 34:14 komt niet voor in de meeste gangbare Bijbelvertalingen zoals de King James Version en de New Invention Version.
Lilith is gebaseerd op een joodse mythe waarin niet Eva maar Lilith als de eerste vrouw van Adam beschouwt wordt. Volgens dit verhaal, dat zijn oorsprong vindt in het 'Alfabet van Ben Sira' (8e-10e eeuw), is Lilith tegelijk met Adam en gelijkwaardig aan hem geschapen.
En dit zijn mijn namen: Lilith, Abitar (Abito?), Abikar (Abiko?), Amorpho, Hakaš, Odam, Kephido, Ailo, Matrota, Abnukta, Šatriha, Kali, Batzeh, Talui, Kitša.
Volgens de Joodse overlevering was Lilith de eerste vrouw van Adam. Hoewel ze niet direct in de Bijbel wordt genoemd, wordt Lilith gebruikt om de twee tegenstrijdige versies van de schepping in het boek Genesis te verklaren. Net als Adam werd Lilith geschapen uit stof en aarde, waardoor ze gelijkwaardig aan elkaar zijn.
Vrouwelijke kracht en seksuele vrijheid
Lilith word vaak gezien als de eerste vrouw van Adam die weigerde zich aan hem te onderwerpen en ervoor koos om in te wildernis te leven. Hierdoor wordt ze geassocieerd met vrouwelijke kracht, rebellie en seksuele vrijheid.
De bekende Lilith uit de Joodse folklore is hoogstwaarschijnlijk ontleend aan deze Mesopotamische karakters. Daarvoor beweren sommige geleerden echter dat Lilith was afgeleid van de oeroude Mesopotamische godin Belili, terwijl anderen stellen dat haar karakter overeenkomsten vertoont met dat van Ishtar of Lamashtu.
Het symbool van Lilith is de Zwarte Maan (\⚸), een astrologisch punt dat je schaduwkant, onderdrukte verlangens en innerlijke rebellie vertegenwoordigt. In de mythologie staat ze symbool voor de ultieme vrouwelijke onafhankelijkheid en autonomie.
Lilit is de naam van een vrouwelijke demon in de Bijbel. Ze wordt in het Oude Testament maar één keer genoemd, in Jesaja 34:14. Daar wordt ze beschreven als een wezen dat rondzwerft in eenzame gebieden en die gebieden onbewoonbaar maakt voor mensen.
God schept de vrouw tweemaal: eenmaal met de man, eenmaal uit de rib van de man. Er moeten dus twee vrouwen zijn geweest. De Bijbel noemt de tweede vrouw Eva; Lilith werd als de eerste aangewezen om het verhaal compleet te maken.
De vroegst bewaard gebleven vermelding van de naam Lilith verschijnt in Gilgamesh en de Huluppu-boom, een Sumerisch episch gedicht dat werd gevonden op een tablet in Ur en dateert van ongeveer 2000 v.Chr. In de Joodse traditie kan een Lilith-demon voorkomen in het boek Profeten (de vertaling is onduidelijk).
Lilith hield echter nooit van Adam. Toen ze weigerde hem en zijn vader te gehoorzamen, werd ze uit de Hof van Eden verdreven. Bij haar vertrek nam ze een klein stukje van die tuin mee: de steen in de ring die ze droeg.
De naam Lilith betekent "nacht", "nachtgeest" of "nachtspook", afkomstig van het Hebreeuwse woord lilit en de oudere Mesopotamische mythologie.
De verhalen over haar zijn zo divers en verwarrend, dat het moeilijk is om haar in één beeld te kunnen vangen. Zo stond ze bekend als een godin van vruchtbaarheid en seksualiteit die moeders en hun pasgeborenen hielp. Maar ze werd ook verketterd en een verleidster genoemd, een kindermoordenaar, soms zelfs een vampier.
De Bijbel bevat veel inspirerende vrouwen die op cruciale momenten moed, leiderschap en geloof toonden. Hier zijn drie krachtige voorbeelden, variërend van profetessen tot koninginnen en discipelen: Katholieke Vesting
Ook Jezus is Gods menselijke manifestatie, en Jezus was absoluut een man, geen vrouw. In de Bijbel wordt God vaak aangeduid met mannelijke voornaamwoorden, en de eerste mens, Adam, werd geschapen naar Gods beeld.
Ada is de naam van twee personen uit het Oude Testament van de Bijbel. De eerste vrouw van Lamech, de moeder van Jabal en Jubal. Tot haar en Lamechs tweede vrouw Silla is het Lied van Lamech gericht.
De naam Lilith vindt zijn oorsprong in het Arabisch, meer specifiek in de term liltu, wat 'nachtdemon' of 'van de nacht' betekent. Deze oude etymologie heeft fascinerende wortels in diverse mythologieën en religieuze tradities door de geschiedenis heen.