Jezus veranderde water in wijn. Dit gebeurde tijdens een bruiloft in het plaatsje Kana.
Doordat deze zinsnede telkens in het relaas van Johannes terugkomt, kon ik het einde vanaf het begin zien. Eerst veranderde Jezus water in wijn om lichamelijke dorst te lessen.
Maar niemand die oude wijn gedronken heeft, wil jonge; hij zegt immers: “De oude wijn is goed!” Jezus vertelt deze gelijkenis aan de Farizeeërs, en wil hen met deze gelijkenis duidelijk maken dat er met Zijn komst een nieuwe werkelijkheid aangebroken is.
Water in wijn
Die stonden daar voor het Joodse reinigingsgebruik. Elk van deze bakken had een inhoud van twee tot drie metreten. Een metreet bedraagt ongeveer 40 liter, dus er is sprake van maximaal 720 liter. Jezus beveelt de bedienden de bakken geheel te vullen met water.
Op Golgotha aangekomen werd Jezus drinken aangeboden: wijn vermengd met gal. Deze drank was bedoeld als een verdoving, die voordat de kruisiging plaats vond aan het slachtoffer werd aangeboden. Gal was een aftreksel van een bitter smakende, verdovende gifplant.
Brood en wijn zijn na de Consecratie het Lichaam en Bloed van Christus. Dat betekent dat de Verrezen Christus niet alleen symbolisch is vertegenwoordigd, maar ook dat Hij werkelijk met heel zijn goddelijke én menselijke wezen aanwezig is.
Door de rabbijnen in nieuwtestamentische tijden werd gemengde wijn zelfs speciaal voorgeschreven. In oudtestamentische tijden werd de wijn in haar volle sterkte gebruikt, omdat mengen met water als onwenselijk werd beschouwd. Het stond zelfs symbolisch voor geestelijk overspel (zie Jesaja 1 vers 22).
Jezus zei tegen de dienaren: ‘Vul de kruiken met water.’ Zij vulden ze tot de rand. Toen zei hij tegen hen: ‘Schep er nu wat uit en breng het naar de ceremoniemeester.’ Dat deden ze, en de ceremoniemeester proefde het water dat in wijn veranderd was.
Jezus veranderde water in wijn om ons aan te spreken, en wel om één enkele reden: opdat we zijn heerlijkheid zouden zien en in hem zouden geloven. Jezus, de Zoon van God, kwam om ons te redden van een grotere schande dan het opraken van de wijn op een bruiloft.
De Naam in de Bijbel: De persoonlijke naam van God in de Hebreeuwse Bijbel wordt weergegeven door vier Hebreeuwse medeklinkers יהוה, bekend als het Tetragrammaton. Deze naam komt bijna 7000 keer voor in de Hebreeuwse Geschriften – veel vaker dan welke andere naam of titel dan ook.
Het punt in de oudtestamentische profetieën over wijn, en ook in Johannes 2, is de glorie van Jezus. Als de langverwachte Christus brengt hij zulke zegeningen, vreugde en feestelijkheden, dat wijn, naast andere symbolen, de rijkdom en overvloed van zijn goedheid en glorie voor zijn volk symboliseert.
Bijbel. Ook in de Bijbel wordt regelmatig aangehaald dat onthouding van alcoholhoudende dranken en andere intoxicanten een grote deugd is (Daniel 1:5; Lucas 1:15) en dat overmatig alcoholgebruik leidt tot agressie, armoede, zorgen, onzekerheid en ongevoeligheid (Spreuken 20:1-2; 23:21-35).
In Johannes 15:1-8 zegt Jezus: 'Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer. Iedere rank aan mij die geen vrucht draagt snijdt hij weg, en iedere rank die wel vrucht draagt snoeit hij bij, opdat hij meer vruchten draagt. Jullie zijn al rein door alles wat ik tegen jullie gezegd heb.
Jezus daarentegen veranderde water in wijn op de derde dag van de bruiloft te Kana. Dit is een symbool van de goddelijke genade die Hij bij Zijn opstanding zou brengen. Zijn aardse bediening bracht genezingen, zegeningen en leven. En het Nieuwe Verbond door de Geest zou in de harten van de mensen geschreven worden (Jeremia 31:33).
Jezus vergelijkt de heilige Geest met levend water. Wat bedoelt Hij ermee? Levend water is water dat uit zichzelf naar boven komt, in tegenstelling tot water dat je uit een waterput moet pompen. Als je bij een bron staat, zie je het water vanzelf naar boven komen.
Het was geen goocheltruc, maar een symbool van hoe God ons, wanneer we denken dat alle zegeningen op zijn, verzekert dat het beste nog moet komen. Deze preek over 'water in wijn veranderen' uit Johannes 2:1-11 nodigt ons uit om na te denken over de overvloed van Gods genade en de transformaties die mogelijk zijn wanneer Jezus in ons leven aanwezig is.
In de Bijbel is de persoonlijke en echte naam van God JHWH (het tetragrammaton), meestal uitgesproken als Jahweh of vertaald als Jehova en 'de HEER'. Daarnaast wordt de naam in de islam aangeduid als Allah en in de joodse traditie vaak omwille van de heiligheid vervangen door Adonai (Heer).
De meeste geleerden zijn van mening dat de naam Jehovah (ook getranslitereerd als Yehowah) een hybride vorm is, ontstaan door de Hebreeuwse letters יהוה (YHWH, later in het Latijnse alfabet weergegeven als JHVH) te combineren met de klinkers van Adonai.
Salomo, de derde koning van Israël (regeerde ca. 968-928 v.Chr.), zou een harem hebben gehad met 700 vrouwen en 300 bijvrouwen (1 Koningen 11:3). Tot zijn vrouwen behoorden naar verluidt de dochter van de farao, evenals vrouwen van Moabietische, Edomitische, Sidonische en Hettitische afkomst (1 Koningen 7:8; 11:1).
De eerste wijn (vermengd met mirre) was bedoeld om Jezus' pijn te verzachten, zodat hij het kruis niet volledig bij bewustzijn hoefde te dragen. Deze wijn weigerde hij. De tweede (zure) wijn werd hem gegeven om hem "zo lang mogelijk bij bewustzijn te houden" en zo zijn pijn te verlengen.
' En op het Laatste Avondmaal zegt Jezus van dat brood: 'dit is mijn lichaam'. En over een beker met wijn zegt Jezus: 'dit is mijn bloed'.
Wijn staat in de Bijbel bijna altijd symbool voor vreugde en verbond (dit komt doordat Jezus' bloed het nieuwe verbond vertegenwoordigt). De eerste reden voor het wonder is de meest voor de hand liggende: de wijn was op. De andere reden is meer symbolisch: het was een bruiloftsfeest (verbond) (vreugde). Er is ook nog deze verklaring.
Dit eerste wonder leert ons een waardevolle les: Jezus kan in onze behoeften voorzien. We krijgen misschien niet altijd wat we willen, maar wanneer we ons tot de Heer wenden, worden onze behoeften vervuld, zodat we een diepere relatie met Hem kunnen nastreven. Een metaforische les is om minder aandacht te besteden aan de wijn en ons in plaats daarvan te richten op de wijnmaker.
De zeven laatste woorden van Jezus zijn de zeven uitspraken die volgens de Bijbel aan Jezus worden toegeschreven tijdens zijn kruisiging en die in alle vier de evangeliën voorkomen. Het zijn: Lucas 23:34: " Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen." Lucas 23:43: "Voorwaar, ik zeg u: vandaag zult u met mij in het paradijs zijn."
Na het verhaal van de bruiloft in Kana in Johannes 2:1-10, zegt Johannes in vers 11: "Dit, het eerste van zijn wondertekenen, deed Jezus in Kana in Galilea, en daarmee openbaarde hij zijn heerlijkheid. En zijn discipelen geloofden in hem." Johannes legt hier dus opnieuw de nadruk op het zien van de heerlijkheid van Christus. Zijn discipelen zagen zijn heerlijkheid en geloofden in hem.