De "Familie van Imran" (Al-Imran) in de islam verwijst primair naar de familie van Imran (Joachim), de vader van Maria (Maryam), die een centrale plaats inneemt in de Koran. Deze familie wordt als zeer vroom en uitverkoren beschouwd.
Al Imran (Arabisch: آل عِمْرَانَ, āli ʿimrān; betekenis: De familie van Imran) is het derde hoofdstuk (sūrah) van de Koran met tweehonderd verzen (āyāt) . Dit hoofdstuk is vernoemd naar de familie van Imran (Joachim), waartoe Imran, de heilige Anna (echtgenote van Imran), Maria en Jezus behoren. Hizb nr.
Maryam bint Imran (Arabisch: مريم بنت عمران, letterlijk 'Maria, dochter van Imran') neemt een bijzonder verheven plaats in binnen de islam. De Koran verwijst zeventig keer naar haar en noemt haar expliciet de grootste vrouw die ooit heeft geleefd. Bovendien is zij de enige vrouw die met naam en toenaam in de Koran wordt genoemd.
Imraan (Arabisch: عمران) is in de Koran de vader van Maryam. Traditioneel wordt Imraan tevens met Amram, de vader van (onder anderen) Mirjam, geïdentificeerd. De naam Imraan komt in de Koran driemaal voor, tweemaal in Soera Het Geslacht van Imraan en eenmaal in Soera De Verbodenverklaring.
Wanneer het woord "Imran" in de Koran voorkomt, kan het verwijzen naar twee personen. Ten eerste is er Imran , de vader van de profeten Mozes en Aäron , en ten tweede is er Imran, de vader van Mirjam – de Maagd Maria, de moeder van de profeet Jezus.
Volgens de Koran, in Soera Al Imran, is Imran de vader van Maryam en de grootvader van Isa.
In de hadith worden deze vier vrouwen van het paradijs genoemd door de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem), die zei: "De beste vrouwen onder de bewoners van het Paradijs zijn Khadijah bint Khuwaylid, Fatima bint Muhammad, Maryam bint 'Imran en 'Asiyah bint Muzahim, de vrouw van Farao ."
Imran is een naam van Arabische oorsprong en heeft diepe wortels in de islamitische traditie.
(555 tot 619) Zakenvrouw Khadija bint Khuwaylid (555-619) wordt gezien als de eerste gelovige van de islam. Zij heeft veel invloed gehad op de verspreiding van dit geloof. Khadija was ook de eerste vrouw van de profeet Mohammed.
Imran is de vader van Mozes en Aron.
Dit werd naar verluidt door Allah zelf aan Mohammed bevestigd: "Ik vroeg mijn Heer: 'Wie is dit?' Hij zei: 'Dit is je broer Musa, de zoon van Imran (موسى بن عمران), en van hen die hem volgden onder de Kinderen van Israël.' Ik zei: 'O Heer!'"
De tweede is Imran, de vader van Maryam (Maria) en de grootvader van Isa (Jezus). Vrede zij met hen allen. De sjiitische opvatting is dat de tweede Imran ook een profeet is, dus beiden zijn profeten.
Islam. De Koran verhaalt in de soera De Tafel over de twee zonen van Adam. Ze worden niet met naam genoemd, maar binnen de islam worden de namen Habiel (Abel) en Kabiel (Kaïn) gebruikt. Ook hier betreft het een offer dat van de een wel wordt aangenomen en van de ander niet.
De grootouders van Jezus
Imran was de grootvader van Jezus en een vroom man, die hoog aanzien genoot in de gemeenschap. De grootmoeder van Jezus heette Hanna (Anna in het Latijn en Anne in het Engels). Imam Qurtubi zegt dat de grootmoeder van Jezus Hanna Binti Faqud Bin Qunbul heette, de moeder van Maryam (Maria).
In de islam is er geen enkel bewijs dat Maria (moge God haar zegenen) andere kinderen dan Jezus (vrede zij met hem) had (of getrouwd was), of dat Jezus (vrede zij met hem) kinderen had of getrouwd was. Jozef is in de islam volledig uit het verhaal geschreven.
Aantallen en varianten Imran
De naam Imran komt ongeveer 1.400 keer voor onder Nederlandse jongens en mannen. Ook zijn er ongeveer 50 meisjes en vrouwen die deze naam hebben gekregen. De naam is sinds de jaren '80 in gebruik en stijgt sindsdien langzaam in populariteit. De variant Imraan komt ongeveer 300 keer voor.
Vroeg naar bed gaan en vroeg opstaan.
De Profeet (vrede zij met hem) zei: " Men mag niet slapen vóór het nachtgebed, noch na het gebed overleggen " [SB 574]. Daarnaast zijn moslims verplicht om wakker te worden voor het Fajr-gebed, dat ongeveer een uur vóór zonsopgang plaatsvindt. De Profeet sliep niet na het Fajr-gebed.
Oebaid ibn Ismaïel – Aboe Oesma – Hisjaam [ibn Oerwa]- zijn vader [Oerwa]: Chadiedja [de vrouw van de Profeet] stierf drie jaar voordat de Profeet naar Medina trok. Hij bleef daar twee jaar of daaromtrent; hij huwde Aisja toen zij zes jaar oud was en voltrok het huwelijk met haar toen zij negen was.
Maryam Bint `Imran
Maryam is de "Eerste Dame", de beste van alle vrouwen. At-Tabarani berichtte van Jabir dat de Boodschapper van Allah (vrede en zegeningen zij met hem) zei: "Na Maryam bint `Imran zullen de leiders van de vrouwen van het Paradijs Fatima, Khadija en Aasiya, de vrouw van de farao, zijn."
Ook in de Koran speelt Maria, daar Maryam genoemd, een centrale rol. In de soera Maryam verschijnt de engel Gabriël aan haar in de gedaante van een perfecte man. Hij vertelt dat hij door God is gestuurd en brengt haar het bericht dat zij een zoon zal krijgen.
In de meeste islamitische tradities wordt Khadija bint Khuwaylid beschreven als Mohammeds meest geliefde en bevoorrechte vrouw; in de soennitische traditie staat Aisha op de tweede plaats na Khadija. Er zijn verschillende hadiths, oftewel verhalen of uitspraken van Mohammed, die dit geloof ondersteunen.
Maria was een Joodse vrouw uit Nazareth uit de eerste eeuw, de echtgenote van Jozef en de moeder van Jezus . Ze is een belangrijke figuur in het christendom en wordt vereerd onder verschillende titels zoals maagd of koningin, waarvan vele worden genoemd in de Litanie van Loreto.