Volgens het Evangelie volgens Johannes stonden bij het kruis van Jezus zijn moeder Maria, haar zuster, Maria (de vrouw van Klopas) en Maria Magdalena. Ook de geliefde leerling (traditioneel geïdentificeerd als de apostel Johannes) stond bij hen.
Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder en haar zus, en Maria, de vrouw van Klopas, en Maria van Magdala. Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie Hij veel hield, zei Hij tegen zijn moeder: 'Vrouw, dat is uw zoon,' en daarna tegen de leerling: 'Dat is je moeder.
INRI is de afkorting van het Latijnse opschrift 'Iesus Nazarenus, Rex Iudaeorum'. Dat betekent 'Jezus van Nazareth, koning der Joden'. Op veel afbeeldingen van de kruisiging en op kruisbeelden vindt men deze afkorting boven het hoofd van Jezus Christus.
Naast Jezus hingen er twee misdadigers aan het kruis (vaak beschreven als rovers). De Bijbel noemt hun namen niet, maar in de latere christelijke traditie kregen zij de namen Dismas (de 'goede' misdadiger die berouw toonde) en Gestas (de 'slechte' misdadiger die Jezus bleef bespotten).
Dat is een zeer interessante passage die zegt dat bij het kruis van Jezus zijn moeder en haar zus, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria Magdalena stonden.
Het verhaal van Johannes op Patmos gaat over de apostel Johannes die rond 95 na Christus, tijdens de christenvervolgingen onder de Romeinse keizer Domitianus, naar dit Griekse eiland werd verbannen. In ballingschap kreeg hij indrukwekkende visioenen die hij opschreef in het Bijbelboek Openbaring.
Soms werden de benen van de gekruisigde gebroken. Dat was geen extra straf, maar een manier om het lijden te verkorten. Als het lichaam vrij aan de armen hing, hield de ademhaling al snel op. Kruisiging was een zware straf, volgens de Romeinse redenaar Cicero zelfs 'de wreedste en meest walgelijke' die er bestond.
Volgens de christelijke traditie bevond Gestas zich aan het kruis links van Jezus en Dismas aan het kruis rechts van Jezus.
Dit wordt het Pontius Pilatus-syndroom genoemd. In de geloofsbelijdenis van Nicea, het credo, dat nog dagelijks in katholieke missen wordt gebeden, komt de zin voor die over Jezus Christus zegt dat hij "geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven".
De echte historische naam van Jezus was Jesjoea (of Yeshua), wat in het Hebreeuws en Aramees klonk als een vorm van Jozua. Hij had geen achternaam, maar werd soms aangeduid als Jesjoea bar Jozef (Jozefs zoon) of Jesjoea uit Nazareth.
De afkorting INRI staat voor de Latijnse inscriptie Iesvs Nazarenvs Rex Ivdæorvm (Iesus Nazarenus, Rex Iudaeorum), wat in het Engels vertaald kan worden als " Jezus de Nazarener, Koning der Joden " (Johannes 19:19).
Volgens de Bijbel sprak Jezus aan het kruis zeven laatste zinnen, die samen bekendstaan als de zeven kruiswoorden. Deze zinnen zijn verzameld uit de vier verschillende evangeliën (Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes).
De tien beroemdste uitspraken van Jezus zijn de Gulden Regel, "Ik ben de weg, de waarheid en het leven" en "Heb je vijanden lief". Deze citaten komen uit de evangeliën in de Bijbel.
In deze periode bevestigden de soldaten een bordje aan de top van het kruis met de tekst "Jezus van Nazareth, Koning der Joden", dat volgens het Evangelie van Johannes in drie talen was geschreven (Hebreeuws, Latijn en Grieks).
Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria uit Magdala. Johannes lijkt dus te spreken van drie Maria's: Maria, de moeder van Jezus. Maria, de zuster van de moeder van Jezus (die dus ook Maria heette), de vrouw van Klopas.
Pilatus werd gevangengezet en uiteindelijk verbannen uit Rome, naar verluidt naar Vienne in Gallië. Eusebius van Caesarea, een historicus van de vroege christelijke kerk, zegt dat Pilatus zelfmoord pleegde; andere bronnen beweren dat hij zich tot het christendom bekeerde. De Koptische kerk vereert hem zelfs als heilige.
Ja, vrijwel alle moderne historici zijn het erover eens dat een Joodse man genaamd Jezus echt heeft geleefd. Belangrijke bronnen hiervoor zijn: vroege christelijke brieven van Paulus, christelijke evangelies, en teksten van Romeinse en Joodse schrijvers buiten de Bijbel.
Pilatus wordt vervolgens onthoofd en Procla, die niet bij de onthoofding aanwezig was, blijkt op dezelfde dag als haar man te zijn overleden. Het Martyrium Pilati, mogelijk van middeleeuwse oorsprong en bewaard gebleven in het Arabisch, Koptisch en Ge'ez, opent met een beschrijving van de liefdadige daden van de inmiddels christelijke Procla.
De meeste slachtoffers waren mannen, maar ook vrouwen werden gekruisigd. Opvallend is dat Joden vaak het doelwit waren. Er was geen vaste procedure, maar de veroordeelden moesten vaak zelf de balk dragen en werden soms gegeseld.
Goede Vrijdag is de vrijdag vóór Pasen. De Kerk herdenkt dat Jezus Christus werd gegeseld en, aan het kruis genageld, stierf. Door zijn kruisdood, zo leert de kerk, heeft Jezus Christus de mens verlost. Goede Vrijdag is de droevigste dag van het kerkelijk jaar in het algemeen en van het Paasfeest in het bijzonder.
Jezus antwoordde de berouwvolle dief met de meest hoopvolle woorden die denkbaar waren: " Voorwaar, Ik zeg u: vandaag zult u met Mij in het paradijs zijn " (Lucas 23:43). Een dief die 's ochtends wakker werd op weg naar de hel, zag zijn eeuwige bestemming veranderd door een eenvoudig gebed tot de Verlosser.
Zo hing Jezus aan drie spijkers (mogelijk hebben ze zijn lichaam met touwen aan het kruis gebonden om voorovervallen te verhinderen).
Jezus was al dood toen de Romeinse soldaten zijn benen wilden breken, en ze staken hem neer om er zeker van te zijn dat hij gestorven was (Johannes 19:32-34).
Tijdens zijn zes uren aan het kruis zou Jezus verschillende uitspraken hebben gedaan, die de kruiswoorden genoemd worden; de evangeliën spreken elkaar tegen welke precies. Om drie uur 's middags hoorden omstanders Jezus hard roepen (niet volgens Johannes, waarin hij gewoon sprak), waarna hij stierf.