De duivelsbijbel, officieel de Codex Gigas genoemd, is het grootste middeleeuwse handgeschreven boek ter wereld. Het weegt zo'n 75 kilo, telt 640 pagina's en dankt zijn duistere bijnaam aan een grote tekening van de duivel op een van de bladzijden.
De Duivelsbijbel (de Codex Gigas) ligt in de Koninklijke Bibliotheek van Zweden (Kungliga biblioteket) in de stad Stockholm.
Volgens de Bijbel is de duivel (ook wel Satan genoemd) de aartsvijand van God, de verpersoonlijking van het kwaad en de leider van gevallen engelen.
De Duivelsbijbel, officieel de Codex Gigas genoemd, is een reusachtig middeleeuws manuscript uit omstreeks 1230. Het staat bekend om zijn enorme formaat van 75 kilo, het gebruik van 160 ezelsvellen en een beroemde grote tekening van de duivel.
Het bekendste symbool van de duivel is het omgekeerde pentagram (een vijfpuntige ster met de punt naar beneden), vaak gecombineerd met de sigil van Baphomet (een geitenkop in de ster). Daarnaast worden de duivelshoorns en het omgekeerde kruis vaak met de duivel geassocieerd.
Het handteken (of handgebaar) van de duivel is de corna (de 'duivelshoorns'), waarbij je de wijsvinger en pink opsteekt en de andere vingers omlaag houdt.
Volgens het christendom en andere religies probeert de duivel mensen te misleiden, te verleiden tot het kwaad en weg te houden bij God. Hij gebruikt hiervoor leugens, twijfel en listige tactieken.
De grootste truc van de duivel is de wereld ervan te overtuigen dat hij niet bestaat. Dit bekende gezegde – populair geworden door de film The Usual Suspects en oorspronkelijk toegeschreven aan de dichter Charles Baudelaire – betekent dat het kwaad het best kan werken als niemand alert is op zijn aanwezigheid.
De duivel herken je volgens religieuze tradities niet aan een eng uiterlijk met hoorns, maar aan leugens, verdeeldheid en verleiding. Volgens de Bijbel op EO.nl vermomt hij zich vaak als iets goeds om mensen te misleiden.
Het bestaan van de duivel hangt af van je geloof of wereldbeeld; er is geen wetenschappelijk bewijs voor, maar in veel religies wordt hij wel gezien als een echt wezen.
Volgens het christelijk geloof kan de duivel niet tegen de naam van Jezus, bidden en Gods waarheid. In volksverhalen en uitdrukkingen zegt men ook wel dat hij niet tegen wierook of het aanzeggen van de waarheid kan.
In de traditionele wereldgodsdiensten zoals het christendom en de islam heeft de duivel (Satan of Lucifer) geen biologische moeder, omdat hij in de leer een geschapen engel is. Wel zijn er in de folklore, fictie en oude mythen verschillende figuren die deze rol krijgen toebedeeld.
De zeven bekende namen en titels van de duivel zijn Satan, Lucifer en Beëlzebub, aangevuld met Belial, Mephisto, Abaddon en Samaël. Deze benamingen komen uit verschillende religieuze en literaire tradities en beschrijven elk een ander aspect van de belichaming van het kwaad.
De Codex Gigas, ook wel de Duivelsbijbel genoemd, bevat de complete Latijnse Bijbel, historische kronieken en medische of magische teksten. Het is het grootste middeleeuwse handschrift ter wereld en weegt 75 kilo.
De duivel heeft volgens de christelijke traditie geen vast huis of adres op aarde. Hij is een geestelijk wezen dat rondgaat in de wereld.
Demonen worden in spirituele en religieuze tradities gezien als geestelijke machten of negatieve invloeden. Afhankelijk van je overtuiging zijn er specifieke methoden en rituelen om deze krachten te verjagen en jezelf te beschermen.
Volgens de christelijke traditie en de volksmond was de duivel de aartsengel Lucifer. Hij zou de mooiste en machtigste engel in de hemel zijn geweest voordat hij uit de hemel viel.
De bekende tekens en symbolen van de duivel zijn het omgekeerde pentagram, de drietand en het getal 666. Deze tekens komen uit verhalen, legenden en het Theologie overzicht van religieuze symbolen.
Het bekendste spreekwoord is: "Als je over de duivel spreekt (dan trap je hem op zijn staart)". Dit betekent dat degene over wie je net praat, plotseling precies op dat moment verschijnt.
De duivel (ook wel Satan genoemd) is in het christendom en de islam de verpersoonlijking van het ultieme kwaad en de aartsvijand van God. Het woord is afgeleid van het Griekse diabolos, wat 'lasteraar' of 'degene die verdeeldheid zaait' betekent. In de theologie wordt hij gezien als een gevallen engel die door hoogmoed in opstand kwam.
Of de duivel echt bestaat, hangt af van je geloof en wereldbeeld: er is geen wetenschappelijk bewijs voor, maar in godsdiensten zoals het christendom, de islam en het jodendom wordt hij gezien als een echt bestaand, boosaardig wezen.
In de religieuze geschiedenis is er niet één "echte" naam. De benaming verschilt per geloof: in het jodendom en christendom is de eigennaam JHWH (vaak uitgesproken als Jahweh of Jehovah). In de islam is Allah de specifieke naam voor God.
Een ander woord voor duivel is satan, demon of lucifer.
De duivel (ook wel Satan genoemd) is in de religie de personificatie van het kwaad, een gevallen engel en de tegenstander van God. Belangrijke kenmerken zijn zijn rol als leugenaar, verleider en heerser over de duisternis.
Een duivelsteken is een term uit de 16e- en 17e-eeuwse heksenvervolging. Men geloofde dat de duivel een fysiek merkteken achterliet op het lichaam van een heks, zoals een moedervlek of litteken. Dit diende als bezegeling van hun verbond en werd tijdens processen gezocht en getest met een naald.